Britten in onwennige situatie

Enigszins onwennig hebben de leiders van de Britse Conservatieve Partij en van de Liberaal Democraten, die elkaar doorgaans verketteren, gisteren toenadering tot elkaar gezocht en onderhandelingen geopend over een nieuwe regering. De Conservatieven zijn als grootste uit de bus gekomen bij de verkiezingen van donderdag, maar hebben geen absolute meerderheid. Daarom zijn ze voor het eerst sinds 1974 op een andere partij aangewezen voor een volgende regering.

„We bevinden ons in een positie die deze generatie politieke leiders onbekend is”, zei verliezend premier Gordon Brown met een zorgelijk gezicht. Alle partijen moeten zich constructief opstellen, zei hij, ook in het licht van de crisis in de eurozone, die Groot-Brittannië indirect raakt.

De Conservatieve leider David Cameron deed zijn collega Nick Clegg van de Liberaal Democraten gistermiddag „een groot, open en veelomvattend” aanbod. Cameron zei dat er met hem viel te praten over hervorming van het kiesstelsel, een diepe wens van de Liberaal Democraten.

Ook Brown liet Clegg weten dat hij graag bereid is te praten over samenwerking, maar hij zei er alle begrip voor te hebben dat zijn beide rivalen „zoveel tijd nemen als ze nodig denken te hebben”.

De Conservatieven hebben 306 zetels behaald in het 650 leden tellende Lagerhuis. Labour kreeg er 258, de Liberaal Democraten 57, veel minder dan was verwacht.

Pagina 5: Brown verliest