Bauke Mollema

Job Cohen sprak jubel uit over Amsterdam als evenementenstad. Terloops verwees hij naar de Giro d’Italia die vandaag explodeert in een proloog. Het zou weer een feest worden, zei Job, want: „Alle Amsterdammers fietsen, hij zelf ook.”

Schrale tekst als aankondiging van het op één na grootste wielerspektakel, na de Tour de France. Niet echt wat je noemt: een belijdenis. Eerder de achteloze mededeling van een fait divers. Ik had niet anders verwacht. Weet Job Cohen veel wie Cadel Evans is, Aleksandr Vinokoerov of Ivan Basso. Nooit gehoord van Fausto Coppi en Gino Bartali, natuurlijk. Dat geldt voor vrijwel alle inboorlingen van de grachtengordel.

Amsterdam en wielrennen: hooguit een geïnsinueerde kruisbestuiving. Een te duur uitgevallen promotiefilmpje, in de regie van politiek en commercie. Nederlandse wielergekken komen uit de provincie, niet uit Amsterdam of Rotterdam. Als de organisatoren van Giro en Tour dan toch zo graag – voor het grote geld – naar Nederland uitwaaieren, hadden ze voor Drenthe en Zeeland moeten kiezen. Waar mannen nog bed, vrouw en steiger beklimmen met een koerspetje op. Het shirtje van Rabobank of Liquigas als geprefereerd zondags tenue.

De Giro heeft in Nederland nooit geleefd. Toen sprinter Jeroen Blijlevens in de jaren negentig een paar ritten won in de Ronde van Italië, en zelfs even in de roze leiderstrui fietste, kreeg hij niet eens een fotootje in de krant. Alleen etappewinst in de Tour spreekt hier tot de verbeelding. Terwijl de Giro vaak de mooiste van de drie grote Rondes is. Met bloedstollende massasprints en huiveringwekkend gebergte. Alles wat nieuw is aan renner en fiets komt uit Italië. En ja, soms ook de geheimen van preparatie. Sowieso overtreft de Giro landschappelijk alle concurrentie. De Dolomieten, de heuvelruggen van Toscane, het vals plat van Sicilië: evenveel tranen in de ogen van de vaderlandse nestor, Jean Nelissen.

Italië is het hart van de wielertraditie. Er zijn wel twintig wielerploegen en evenveel wielerscholen. Het is ook het hart van de internationale dopingjacht geworden. De laatste jaren wellicht als schuldbesef en boetedoening. De Giro 2001 werd zelfs stilgelegd. In die dagen besteedde het Italiaanse gerecht maar liefst vierhonderd uur aan invallen in hotels, aftappen van telefoons, plaatsen van geheime microfoons in de kamers van renners en ploegdokters. Zes renners werden veroordeeld voor het gebruik van cafeïne, het wezenlijke product in elke huisapotheek. Er kwam geen einde aan de razzia’s.

De ploegdokter van Quickstep, Yvan Vanmol, herinnert zich het Gestapogedrag van de Italiaanse justitie als de dag van gisteren. „De meest onschuldige poeders, zalfjes en pillen die in de kamers van renners en begeleiders rondslingerden, werden in beslag genomen. Achteraf bleek dat ze niets met doping te maken hadden.” Vanmol is nog steeds ploegdokter, maar hij laat zich in Giro en Tour niet meer zien. Gekwetste angst.

Ook nu weer start de Giro in een waas van dopingperikelen. Titelpretendent Franco Pellizotti kreeg alsnog een startverbod vanwege verdachte bloedwaarden in de Tour 2009. Oude dopingzondaars, die hun schorsing hebben uitgezeten, als Ivan Basso en Vinokoerov, werden afgelopen week op de persconferentie in Amsterdam alleen maar getrakteerd op vragen over het zondige verleden. Het Italiaanse olympisch comité (CONI) blijft jagen op een wereldwijde schorsing voor Alejandro Valverde. Nog voor één trap is gegeven, staat de Giro in het teken van een heksenjacht.

De inquisitie draait in het wielrennen op volle toeren, anders dan in de Rooms-Katholieke Kerk. Anders ook dan in de flou artistique van politiek en maatschappij. De guillotine in de koers is niet afgeschaft, maar juist heruitgevonden. Mensenrechten? Riedel voor castraten. En nooit hoor je nog iemand die zegt dat aan het volksgericht een einde moet komen.

Uitgerekend het meest gelouterde slachtoffer van alle binnenbranden in het peloton heeft de Giro naar Amsterdam gebracht: Cees Priem. De oud-ploegleider van TVM, die tijdens de Festina-Tour van 1998 in gevangenschap binnenste buiten is gekeerd, blijft onverstoorbaar in het gelid van de zingzang van spaken. Zeeuwse volksheld uit Wemeldinge. Er is geen renner geweest die beter de wind kon lezen dan Cees Priem. Die wind waar Giro-kopmannen als Evans, Sastre, Basso en Simoni nu zo doodsbang voor zijn. De wind die oesterbanken fêteert en zich alleen vrijmaakt voor genot, niet voor arbeid.

Tot de laatste categorie kunnen we Rabobank niet meer rekenen. Rabo heeft niet eens een kopman voor de Giro. Oscar Freire heeft afgehaakt en nu wordt, out of the blue, ene Bauke Mollema opgetuigd tot ultieme Italiaan. Kardinaal Simonis had ook gekund. Om maar te zeggen hoe de Giro vandaag start in een sfeer van verachting. Precies zoals Amsterdammers denken.