Advocaten duiken op slachtoffers olieramp

Terwijl de olie de kusten van de Golf van Mexico nog nauwelijks heeft bereikt, is de juridische afhandeling al in volle gang. Iedereen claimt. Maar niemand weet exact op basis waarvan.

Achttien dagen geleden, om tien uur ’s avonds, „vervulde Shane Roshto zijn verplichtingen als dekmatroos”. Op een olieplatform in de Golf van Mexico. Bij het boren „vond een explosie plaats”, waardoor „bemanningsleden overboord werden geblazen, hun dood tegemoet. Shane Roshto was een van hen”.

Na zes dagen zoeken werd de hoop opgegeven; de twintiger werd officieel dood verklaard.

Shane, zijn 22-jarige weduwe Natalie, en hun zoontje van drie, Blaine, hebben daardoor een waslijst aan schade opgelopen. „Fysieke pijn en lijden. Begrafeniskosten. Verlies van de mogelijkheid tot het vergaren van inkomen. Verlies van verzorging, begeleiding en leidraad. Verlies van levensgenot.” Zo staat dat allemaal in de aanklacht tegen olieconcern BP en de eigenaar van het gezonken boorplatform, Transocean.

Bij de explosie op olieplatform Deepwater Horizon raakten zeventien mensen gewond, nog eens elf kwamen om. Direct daarop begon een juridisch proces dat hoogstwaarschijnlijk decennia zal duren, waar miljoenen Amerikanen een belang bij hebben, en waar bedrijven in zowel de VS als Europa financieel onder zullen lijden.

Nog voordat de 110 bij 210 kilometer grote olievlek de moerasdelta en stranden van de Golf van Mexico heeft bereikt, zijn er van Texas tot Florida 38 zaken aangespannen met samen tienduizenden potentiële belanghebbenden. Door weduwe Roshto, door een zwaargewonde overlevende, garnalenvissers, oesterverwerkende bedrijven, handelaren, restaurants, milieuactivisten, een verhuurder van appartementen in Florida en zelfs door de eigenaresse van een eiland voor de kust.

De aangeklaagde partijen vormen een overzichtelijker gezelschap: het Zwitserse Transocean als eigenaar van het olieplatform dat nu op anderhalve kilometer diepte ligt, het Britse olieconcern BP als huurder, en de Amerikaanse bedrijven Halliburton en Cameron International wegens hun werk en materiaal op het booreiland.

De eerste zaken zijn aangespannen door advocaten uit het hele land. Op lokale tv-zenders in New Orleans zenden advocatenkantoren spotjes uit om hun diensten aan te bieden – „Bel onze hotline: 24 uur per dag, zeven dagen per week” – en vissers zonder werk worden op de kades benaderd door juristen op zoek naar cliënten.

„De hele wereld heeft haast”, zegt advocaat Scott Bickford. „Iedereen wil nu snel rechtszaken aanspannen en als aasgieren wordt er op de slachtoffers gedoken. Soms zou ik wel willen dat mijn vak niet zo was, maar dit is nou eenmaal goed voor de zaken.”

Bickford is advocaat van de weduwe Roshto en haar zoontje. Als zij winnen, krijgt hij betaald, gewoonlijk 20 tot 40 procent van de schadeloosstelling; concreter wil Bickford niet worden. „Ze is heel boos. Nog geen drie jaar getrouwd en je man kwijt... de implicaties van dat verlies doorziet ze heel goed. Ze wil nu gewoon dat er voor hen gezorgd wordt, de rest van hun leven.”

Het is niet ongewoon dat rampen bedrijfsmatig nut hebben voor bepaalde sectoren. Zo is er in Alaska na de olieramp met het schip Exxon Valdez een groep nieuwe rijken ontstaan. Zij profiteerden van de opruimwerkzaamheden en worden nu spillionaires genoemd – de spill is de olievlek.

Die olieramp biedt ook inzicht in de complexiteit van de juridische nasleep. De Exxon Valdez sloeg lek in 1989. Na decennia van faillissementen en bovengemiddelde zelfmoordcijfers kregen de vissers vorig jaar uitbetaald. In eerste instantie zou dat 5 miljard dollar worden. De veroordeelden gingen in beroep, het bedrag werd gehalveerd. Uiteindelijk besliste het Hooggerechtshof dat 507 miljoen afdoende was.

In het geval van de Deepwater Horizon is zo veel onduidelijk dat de schuldvraag nog niet te beantwoorden is, ook al wekken advocaten een andere indruk. Die onbestemdheid toont zich bij het doorlezen van de verschillende dagvaardingen. Niet in de stelligheid van de advocaten, wel in de mate waarin ze elkaar tegenspreken.

Enkele voorbeelden. Volgens de Roshto-dagvaarding werd er geboord naar olie en vond als gevolg daarvan een explosie plaats. Volgens vishandelaar Misho’s Oyster Company was er eerst een brand, toen een explosie, daarna ontstond het lek. Volgens garnalenvissers Charlie Nguyen en Bihn Van Nguyen heeft juist Halliburton de dagen voorafgaand aan de ramp de olieput „onjuist en nalatig” met cement gevuld. Een andere visser, Felix Alexie Junior, wijst weer het bedrijf Cameron aan, omdat dit de zogeheten blow-out-preventer leverde. Dat is de noodstop die op de zeebodem bij dit soort ongelukken olieverspilling moet tegengaan. Die werkte alleen niet.

BP wil net als de andere bedrijven niet op de rechtszaken ingaan. Maar: „Wij nemen de volledige verantwoordelijk voor de olieramp op ons”, heeft BP-topman Tony Hayward al gezegd, „en waar mensen legitieme aanspraken maken op schadevergoeding zullen we daaraan tegemoetkomen.”

De juridisering van de ramp heeft al geleid tot advocatengrappen: de kusten worden overspoeld met advocaten. De juridische ramp verspreidt zich sneller dan de olievlek zelf. Kwam de olie maar aan land, dan konden schoonmakende advocaten een echte bijdrage leveren.

Humor of niet, de snelheid waarmee de zaken worden aangespannen valt op. Deels is dat te verklaren door de procesgang van de zogeheten class-action lawsuits: de eerste advocaat die zijn cliënt op geloofwaardige wijze kan presenteren als voorbeeld van een groep slachtoffers krijgt de zaak, en heeft voor jaren werk.

Er zijn al twee zittingen geweest die beide zijn uitgepakt in het nadeel van de aangeklaagde bedrijven. In Houston besliste een rechter dat de bedrijven geen documenten mogen vernietigen die verband houden met de ramp. En in New Orleans diende een zaak over het document dat BP voorlegde aan vissers die tegen betaling willen opruimen. In het contract stond dat de vissers tijdelijk in dienst van BP afstand doen van hun recht het bedrijf later te kunnen aanklagen.

De rechter achtte dit te veel van het goede, de bepaling verdween uit het contract. Het was een standaard document geweest, zo probeerde BP de imagoschade te beperken. Iemand had verkeerd geknipt en geplakt.

Niet iedereen vindt al die rechtszaken nu al verstandig. „Dit is niet het moment om class-actionzaken te voeren en snelle winsten te willen pakken”, zegt de hoogste jurist van de staat Alabama, Troy King. „Dit is een moment van paraatheid en gebed.”

Dat zal allemaal best, zegt advocaat Bickford namens weduwe Natalie Roshto, maar „ik moet haar belangen nu veiligstellen. Niet pas over zes maanden.” Het verwijt dat Bickford de weduwe tijd moet geven om te rouwen in plaats van achter geld aan te gaan, vindt hij daarom onheus. „Zij ís aan het rouwen. Zij zit hier nu toch niet op kantoor, of wel dan? Dat is nou eenmaal míjn werk.”

Lees de complete aanklacht van de weduwe Roshto op nrc.nl/economie