Znaider laat Elgar klinken als goud

Klassiek KCO o.l.v. Vladimir Jurowski, m.m.v. Nikolai Znaider, viool. Gehoord: 6/7 Concertgebouw Amsterdam. Herhaling: 7/7 Amsterdam, 8/5 Eindhoven. ****

De legendarische violist Fritz Kreisler voerde het Vioolconcert van Elgar in 1910 als eerste uit. Het was volgens hem „het grootste vioolconcert sinds Beethoven”. Maar het werd echt beroemd toen de 16-jarige Yehudi Menuhin het in 1933 met ongeëvenaarde bezieling op de plaat zette.

Onder de megalomane leiding van de jonge Russische dirigent Vladimir Jurowski gaf violist Nikolai Znaider (1975) er met het intens musicerende Concertgebouworkest een fonkelende uitvoering van op dezelfde Guarnerius del Gesu-viool uit 1741 waarop Kreisler honderd jaar geleden de première speelde.

De flamboyant musicerende Pools-Israëlische Znaider brak in 1997 door toen hij het Reine Elisabeth Concours won. Znaider koppelt een weergaloze virtuositeit aan zijn hoofse zoektocht naar muzikale diepgang. Hoewel Znaider na de egoïstische hectiek waarmee Jurowski de orkestinleiding in fragmenten uit elkaar rukte even moest zoeken naar de juiste intonatie, fascineerde zijn expressieve spel vanaf de eerste noot. Emotioneel betrokken op leven en dood, maar ook uitzonderlijk intelligent en met feilloze instrumentale beheersing, baande hij zich een weg door de kolkende materie van Elgars muziek. Hij drong door tot de essentie en kleurde, vaak hoog op de g-snaar, de noten in bloedrode en gouden tinten.

De noblesse waarmee Znaider in feite de leiding nam dwong Jurowski, die meer met zichzelf dan met de muziek bezig lijkt te zijn, op de knieën, waardoor een soepele dialoog met het orkest ontstond die ruimte bood aan de verfijnde melancholie in Elgars Vioolconcert.

Er volgde nog een geagiteerde uitvoering van Tsjaikovski’s Eerste symfonie, waarin Jurowski de winterdromen transformeerde tot hagelstormen en donderende lawines, terwijl het orkest nagenoeg zijn gloedvolle zelf bleef en zich niet liet verleiden tot a-muzikale extremiteiten.