Tijdschrift

Parmentier Documentaire poëzie no. 1. 115 blz, € 9,-

Wie de laatste nummers van het twee weken geleden op deze plek besproken nY (Boeken, 16 .04.10) en Parmentier leest, krijgt een goed beeld van hoe er vanuit de academisch-georiënteerde tijdschrifthoek gereageerd wordt op de roep om engagement in de literatuur. Nadat van Thomas Vaessens De revanche van de roman verscheen, was er bijna geen krant of tijdschrift waarin geen aandacht aan het boek werd geschonken. Wat het debat kenmerkte was een kritische benadering van Vaessens’ tekst en bedoelingen zelf, maar nu lijkt de tijd rijp om te kijken hoe rekbaar dat begrip ‘engagement’ is.

In het bij vlagen opruiende nY kwam de radicale poëtica aan bod, terwijl Parmentier schrijft over de ‘documentaire poëzie’: een dichterlijke vorm waarin journalistiek, geschiedschrijving, politiek en literatuur ‘naadloos in elkaar overlopen’. Het genre is volgens Parmentier in opkomst in de VS. Het blad spreekt zijn sympathie voor de hybride vorm uit, omdat die engagement koppelt aan ruimte voor twijfel over het medium zelf. ‘Want de media representeren de werkelijkheid niet zomaar en nooit volledig. De dichters in dit dossier tonen zich in elk geval van dit probleem bewust.’

Straatrumoer is welkom, maar altijd moet de twijfel aanwezig zijn dat het er een straat verderop misschien wel doodstil en aangeharkt bij ligt. Parmentier lijkt zich aan de letterlijkheid van het gevraagde engagement te storen, en het is dan ook geen verrassing dat in het lange essay van Samuel Vriezen,Het werkelijkheidstekort , woorden vallen als ‘taalrealisme’ en ‘representatie’.

In het werk van de Amerikaanse dichter Mark Nowak staat ‘de wereldwijde onderdrukking en marginalisering van de working class’ centraal. De eerste zin uit een bundel van Nowak luidt echter: ‘The basic form is the frame.’ Het nooit eindigende debat in een notedop.