Requiem voor een woonwijk

Tien jaar na de vuurwerkramp in Enschede maakte componist Klaas de Vries een opera ter nagedachtenis aan de slachtoffers. „Opera is vuile handen maken.”

De klap zelf ontbreekt. Dat een verwoestende explosie 23 mensenlevens kostte en een hele stadswijk wegvaagde, wordt in Wake niet expliciet verbeeld. Dat is ook niet nodig. De opera speelt zich af voor en na de ramp, die daarmee veralgemeniseerd wordt: wat Wake vertelt en laat zien, is van toepassing op iedere gebeurtenis waarbij mensen zonder enige vooraankondiging uit het leven worden gerukt.

Wake is gecomponeerd door Klaas de Vries, op een libretto van de Engelse schrijver David Mitchell. Over die universele strekking waren de makers het van begin af aan eens met de opdrachtgevers, de gemeente Enschede en de Nationale Reisopera. „Als jullie denken aan ‘Vuurwerkramp: de musical’, dan ben ik niet de geschikte persoon”, zei componist Klaas de Vries destijds. Het moest geen in memoriam voor specifieke personen worden, maar iets voor een hele groep mensen.

Dat Wake balanceert tussen specifiek en algemeen, blijkt al uit de globale vorm. Net als in Mitchells bestseller Wolkenatlas is er een grote, op het eerste gezicht onsamenhangende hoeveelheid aan stijlen, verhaallijnen en verteltempo’s.

De eerste akte van de opera is een requiem, een monumentale dodenmis in het Latijn. Daarop volgt een akte waarin we in een grote hoeveelheid korte scènes kennismaken met de bewoners van negen appartementen in een gebouw. In de derde akte heeft de ramp zich net voltrokken. Tegen een achtergrond van elektronische muziek (waarvoor De Vries componist René Uijlenhoet inschakelde) klinken documentaire-achtige verslagen van overlevenden. De vierde akte biedt een hypothetische dialoog tussen overleden slachtoffers en hun nabestaanden.

Volgens De Vries doet die heterogene opbouw zonder doorlopend verhaal juist recht aan de werkelijkheid. In de foyer van het Nationaal Muziekkwartier in Enschede, waar zijn opera donderdag in première gaat, legt hij uit: „Het is karakteristiek voor zo’n gebeurtenis dat er geen voorbereiding kan hebben plaatsgevonden. De mensen worden niet ziek, en er is geen innerlijk drama dat ze richting hun noodlot drijft, zoals dat eigenlijk hoort in opera. Ze worden echt zomaar uit het leven gerukt. Dat is voor opera volkomen atypisch.”

Het is ook atypisch om te beginnen met een requiem – normaal een autonoom genre, maar nu geïncorporeerd als eerste akte. „Dat is toch het eerste wat je doet”, zegt De Vries, „een monument oprichten voor de slachtoffers”. Toch was er ook een directere reden: Mitchell had het libretto nog niet af, en hij wilde vast beginnen met componeren.

Het requiem uit Wake ging al in oktober vorig jaar als zelfstandige onderdeel in première tijdens de ZaterdagMatinee. Het klonk toen als een duister, soms grimmig ritueel, waaraan de Latijnse teksten, afkomstig uit de traditionele requiemmis en de Klaagzangen van Jeremia, een liturgisch aura verleenden. Er zijn lange, klagende koorlijnen, er is geruststellende lyriek, maar er klinken ook grillige uitbarstingen van woede, met luide aanklachten van het koor en woest rondbeukend koper en slagwerk in het orkest.

Aan het eind van de akte doen de personages hun intrede – op de Engelse tekst van Mitchell. Bij de losse uitvoering van het requiem was dat een merkwaardige registerwisseling, vooral ook omdat die (nog) nergens toe leidde. Tijdens een regierepetitie in de grote zaal van het Muziekkwartier waar juist dit moment in de opera aan de orde is, blijkt het door toevoeging van decor, licht en regie al veel logischer aan te voelen.

Omdat de muziek er even wat minder toe doet, ontbreken koor en orkest. In hun plaats volstaat een duo: de jonge dirigent Christian Karlsen, understudy voor Reinbert de Leeuw, en een pianist die moedig probeert een indruk te geven van wat koor en orkest straks verder zullen laten horen.

De karige muziek volstaat om de handelingen op het podium te coördineren. Regisseur Stephen Langridge stuurt de bewegingen van zangers en acteurs op de vierkante millimeter: „Jij iets naar voren, jij naar achter.”

Het decor is omkaderd met lampen, als een grote fotolijst. Daarin zweeft precies zo’n lijst in het klein, waarin een video wordt geprojecteerd van een man in zijn huiskamer. Langridge geeft aan hoe de acteurs en zangers op het podium de aandacht naar het beeld moeten richten, en hoe ze, wanneer het personage uit de film later op het podium tot leven komt, de aandacht daarheen moeten verleggen.

In de tweede akte zullen er acht schermen met woonkamers bijkomen, en zullen we iets meer te weten komen van de levens die zich er afspelen. Fictieve levens, benadrukt De Vries, ontsproten aan de verbeelding van librettist Mitchell, en geenszins gebaseerd op echte Enschedeërs. Steeds worden de bewoners van een van de appartementen kort opgevoerd op het podium; in drie grote rondes wordt zo elk appartement een keer aangedaan – elk appartement in totaal drie keer dus, voor in totaal 27 korte scènes.

Er is daarbij een voortdurende wisselwerking tussen video en toneel, legt regisseur Langridge na afloop van de repetitie uit: „De muziek fungeert als camera. Als personages op het podium zingen, zijn ze in focus. Tussendoor, als hun verhaal weliswaar doorgaat maar de muzikale aandacht elders ligt, zien we ze op de achtergrond objectief, wat voyeuristisch, op het videoscherm.”

De Vries beschouwt de tweede akte als een ‘carrousel’. „Het gaat daar heel snel”, zegt hij. „Ik heb nog nooit zoveel snelle muziek geschreven. Ik dacht altijd dat ik meer bij de componisten van langzame muziek hoorde. Maar hier kon ik het drama van de rollen niet geleidelijk opbouwen. In plaats daarvan maak ik allemaal korte, snelle highlights, die van elk personage meteen het karakter neerzetten.”

De negen appartementen en hun bewoners hebben elk hun eigen muziek, ook al gebruikte De Vries voor alle muziek dezelfde harmonische basiselementen. Er is bijvoorbeeld een voetballiefhebber. „Die krijgt een Varèse-achtige wildheid gecombineerd met jazz”, zegt De Vries. „Ik wilde dat fysieke van voetbal toch in de muziek uitdrukken.” Ver daarvan verwijderd is de muziek voor ‘Dot’, een vrouw van in de vijftig uit een goed milieu. „Je weet niet of je haar moet vertrouwen”, aldus De Vries, voor wie de karakters duidelijk zijn gaan leven. „Alles wat ze zegt is een beetje aanstellerig, op zoete en decadente klanken.” Zulke verwijzingen naar verschillende muzikale idiomen zijn in opera noodzakelijk, vindt hij: „Opera is vuile handen maken.”

In deze korte scènes blijkt ook het talent van Mitchell, die debuteert als librettist. Hij zet de verschillende karakters in enkele regels dialoog treffend neer. De Vries vroeg hem zelf na het lezen van Wolkenatlas om het libretto voor Wake te schrijven – niet alleen wegens zijn stilistische wendbaarheid, maar ook om de muzikale aard van zijn teksten. „Wat bij veel eigentijdse opera’s wringt”, zegt De Vries, „is dat de muziek en de tekst allebei interessant zijn, maar dat je je toch afvraagt waarom ze in godsnaam zíngen. Bij de teksten van Mitchell had ik meteen het gevoel dat dát me niet zou gaan gebeuren. Het heeft te maken met tekst, klank, ritme en vorm, maar vooral ook met wat hij weglaat – met wat hij niet uitlegt, maar heel compact als beeld neerzet. Daar heb ik als componist de ruimte om het te laten horen.”

De tweede akte schetst zo in vogelvlucht een handvol levens, waarvan sommige tragisch zijn (het echtpaar in scheiding), en andere gelukkiger (de prille romance die uitmondt in een seksscène). Maar allemaal verkeren ze in zalige onwetendheid van wat er te gebeuren staat. De Vries: „Als we het goed gedaan hebben, wordt het hier in elk geval vitaal, en af en toe zelfs tamelijk hilarisch.”

Waar was je toen je het hoorde? Hoe hoorde je het? Het zijn de klassieke vragen die na een ramp gesteld worden. Voor nabestaanden kan het moeilijk zijn om een antwoord te geven, of om dat af te maken. Dat ondervindt ook een van de personages die aan het eind van de korte, documentaire-achtige derde akte van Wake aan het woord komt. „I’m sorry, I can’t go on with this. I’m sorry”, laat Mitchell hem zeggen.

„Precies zo’n scène heb ik, nog voordat ik het libretto ontving, ook echt meegemaakt”, vertelt De Vries. Hij had in Enschede een toelichting op zijn opera in wording gegeven, waarbij hij ook twee fragmenten van het reeds uitgevoerde ‘Requiem’ liet horen. „Een mevrouw die bij de ramp betrokken was geweest, kwam naar me toe en zei: ‘Ik wil u graag iets vertellen, maar ik weet niet of ik het volhoud.’ Ze begon te vertellen over haar associaties bij de muziek, maar haakte al snel af, met tranen in haar ogen.”

De zee van verdriet die achter ogenschijnlijk zakelijke mededelingen kan schuilgaan, en soms net aan de oppervlakte raakt, staat centraal in de derde akte van Wake. De Vries componeerde de muziek niet zelf, maar vroeg specialist René Uijlenhoet om elektronische muziek te realiseren. Als reden voert hij aan dat deze akte „de meest realistische” is. Ook regisseur Langridge benadrukt dat dit de meest „naturalistische” akte is, waarin ook niet wordt gezongen, maar alleen gesproken, en waarin ook naturalistischer zal worden geacteerd dan in de andere aktes.

Toch blijkt de elektronische muziek van Uijlenhoet bij een beluistering vooraf niet zomaar voor realistisch, documentair hoorspel te gaan zorgen. Uijlenhoet gebruikt inderdaad hier en daar realistische geluiden – vogels, kerkklokken – maar creëert vooral ook een onwezenlijke atmosfeer vol onderhuidse dreiging, met enkele opklaringen van new a

ge-achtige etherische kalmte.

Een van de ‘samples’ die Uijlenhoet gebruikte zorgt bovendien voor een muzikale continuïteit met de andere aktes. Een jaar lang hoorde De Vries door werkzaamheden in de buurt van zijn woning een zaagmachine die steeds een heel herkenbare melodie voortbracht. „Die melodie komt vaak terug in Wake: ‘Tie-da-die-da-doe’”, zingt hij het na, waarbij de laatste tonen met steeds grotere stappen dalen. „We hebben hem ook opgenomen, en die sample hoor je een aantal keer voorbijkomen in de elektronische muziek. Het is eigenlijk een heel treurig motief, dat voor mij symbool werd voor de huilende stad.”

De eerder opgevoerde personages zijn aan het slot van Wake onderverdeeld in slachtoffers en nabestaanden. In de vierde akte gaan zij een ‘onmogelijke dialoog’ met elkaar aan. „Dat lijkt een onwaarschijnlijke situatie, maar dat is het toch ook weer niet”, zegt De Vries. „Na het overlijden van mijn ouders betrapte ik mezelf er ook vaak op dat ik onafgeronde conversaties uit het verleden in mijn hoofd afmaakte. Of dat ik me afvroeg: wat zou mijn vader hiervan gevonden hebben? Daar is het eigenlijk een heel gestileerde visie op.”

Omdat de tekst voor een deel gesproken en niet gezongen wordt, vindt hij dit een gevaarlijk onderdeel van de opera. „Het is tóch melodrama, met acteurs die door de muziek heen praten. Dat vind ik normaal gesproken verschrikkelijk. Je moet heel goed werken aan de timing. Ik heb het toch gedaan, omdat dit een essentieel gesprek is.”

Het resultaat is volgens hem ook weer een soort requiem, maar dan zonder het ritueel. „Het is veel persoonlijker: voor die mensen in die situatie”, zegt hij. „Of anders gezegd: aan het eind van de akte wordt het tijd voor een requiem. En dan kom je dus weer terug bij het begin. Ik houd erg van cyclische vormen.”

Regisseur Langridge vindt dat Wake uiteindelijk gaat over de nabestaanden, en over wat er gebeurt als zij doorgaan. Hun tijd lijkt te worden stilgezet, terwijl die van de buitenwereld genadeloos doordraait. „Je bent bezig met iets spiritueels, iets verhevens”, zegt Langridge. „Maar je moet toch gewoon op tijd je belasting betalen, opletten dat je eten nog goed is, enzovoort. ‘The world still spins on it’s humdrumming axis’, staat er in het libretto. Het is hetzelfde gevoel dat W.H. Auden tot uiting brengt in het gedicht Stop all the clocks, namelijk dat voor henzelf alles anders is terwijl dat niet geldt voor de rest van de wereld.”

‘Wake’ van Klaas de Vries (muziek) en David Mitchell (libretto) door de Nationale Reisopera en Orkest van het Oosten o.l.v. Reinbert de Leeuw. 13/5 t/m 18/5 Enschede, daarna landelijke tournee t/m 15/6. Inl: www.reisopera.nl.