Met haar aten wij een beschuitje

Het genetisch materiaal van de Neanderthaler is ontcijferd. Vijf jaar is er aan gewerkt, en wat blijkt?

Wij, Homo Sapiens, hebben veel kindjes met ze gekregen.

Eén tot vier procent van het DNA van Europeanen is afkomstig van Neanderthalers. Dat is een verrassende conclusie van de lang verwachte ontcijfering van het genetisch materiaal van de Neanderthaler. Die verscheen gisteravond in het wetenschappelijk tijdschrift Science.

Aan de analyse is vijf jaar gewerkt. Het DNA is geïsoleerd uit botten van drie Neanderthaler-vrouwen die gevonden zijn in een grot in Kroatië. Voor de analyse van het zeer gefragmenteerde en zwaar vervuilde DNA moesten nieuwe laboratoriumtechnieken ontwikkeld worden. Daarna kon 60 procent van het Neanderthalergenoom worden ontcijferd. Het project stond onder leiding van Svante Pääbo van het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie in Leipzig.

De Neanderthaler (Homo neanderthalensis) is de naaste verwant van de moderne mens Homo sapiens. Hij leefde tot 30.000 jaar geleden, van West-Europa tot Zuid-Siberië. Een analyse van het Neanderthaler-DNA biedt de beste mogelijkheid om te bepalen welke genetische aanpassingen typisch zijn voor de moderne mens.

Daarnaast verheldert het onderzoek de geschiedenis van de Neanderthaler en de moderne mens. Homo sapiens heeft zijn voorganger niet ‘als een Blitzkrieg’ verdrongen, want de twee soorten mengden immers. In een eerste analyse die Pääbo in 2006 publiceerde, was zo’n genetische bijdrage juist niet gebleken. De Leidse Neanderthaler-specialist prof. Wil Roebroeks zegt: „Zeker in de Verenigde Staten was de consensus onder deskundigen: er was geen bijmenging.”

Dat blijkt nu een misvatting. Vooral niet-Afrikanen (Europeanen, maar ook Chinezen en Papoea’s) dragen de sporen bij zich van prehistorisch contact met Neanderthalers. Eén tot vier procent van het DNA van de niet-Afrikanen komt van Neanderthalers.

Dat contact bestond, volgens de onderzoekers, in het Midden-Oosten, in de periode tussen 80.000 en 50.000 jaar geleden. Roebroeks: „Dat klopt met archeologische vondsten in Israël. Daar zie je vanaf 100.000 jaar geleden eerst moderne mensen, en daarna Neanderthalers. En ze deden hetzelfde: ze gebruikten dezelfde stenen werktuigen. Dat is al heel lang een puzzel.”

De onderzoekers identificeren bovendien twintig DNA-fragmenten, met daarop een vijftigtal genen, die belangrijk zijn geweest bij de ontwikkeling van de moderne mens. Van enkele daarvan is bekend dat ze belangrijk zijn voor de hersenfunctie, en voor de bouw van het skelet.