Meekijken in het hoofd van een twijfelende Wehrmachtofficier

Dan Fesperman: De wapenhandelaar van Berlijn. Vertaald door Ed van Eeden. Anthos, 424 blz. € 24,95

Op het moment van de Duitse capitulatie in Europa was het lot van ‘de Duitser’ als karakter in populaire fictie reeds lang bezegeld. Aan beide zijden van de Atlantische Oceaan was de behoefte aan een genuanceerd beeld begrijpelijkerwijs gering en stonden de ‘moffen’ en ‘nazizwijnen’ onderaan de fictie-voedselketen. In films en boeken werden ze tot lang na de oorlog opgevoerd als stand-ins voor de duivel, totdat de Tweede Wereldoorlog als kapstok voor fictioneel spektakel werd ingeruild voor de Koude Oorlog. Geholpen door enkele klinkende herdenkingen en de belangstelling van invloedrijke entertainers als Steven Spielberg, is de oorlog de laatste jaren echter weer volop aanwezig in de populaire cultuur. Met geheel vernieuwde Duitsers.

In Dan Fespermans thriller De wapenhandelaar van Berlijn wordt een tweetal relatief nieuwe Duitse WOII- archetypen ingezet: de Duitse verzetsheld en de schoorvoetende nazi. Liesl Folkerts is een jonge Duitse vrouw die in 1943 helpt om een Berlijnse afdeling op te zetten van Die Weiße Rose, de Münchener studentenverzetsgroep van Sophie en Hans Scholl. Ze verkeert in de kringen van de hoge burgerij, die ofwel de nazi- ideologie heeft omarmd ofwel deze uit zakelijke belangen tijdelijk steunt in de hoop en verwachting dat die wel zal overwaaien. In 1943 is echter ruimschoots duidelijk dat de nazi’s niet zullen overwaaien zonder heel Duitsland in hun val mee te slepen.

Reinhard Bauer, eigenaar van een belangrijke Duitse wapenfabriek, stuurt dus aan op een na-oorlogs akkoordje met de geallieerden door in het neutrale Bern informatie te voeren aan een Amerikaanse spion. Zijn zoon Kurt gaat verder; hij raakt verliefd op Liesl en sluit zich, om indruk op haar te maken, bij Die Weiße Rose aan. Fesperman tekent met veel vertoon van historische en geografische kennis een genuanceerd beeld van de dure Berlijnse wijk Charlottenburg, waarin de bewoners zich aanpassen aan de omstandigheden die, zo vinden ze, goeddeels buiten hun invloed liggen. Alleen Liesl is zo wit als een roos; de anderen bezoedelen zich, om soms begrijpelijke redenen.

Het slimme van De wapenhandelaar van Berlijn is dat dit verhaal in het heden wordt gereconstrueerd door Nat Turnbull, een Amerikaanse hoogleraar geschiedenis gespecialiseerd in het Duitse verzet. Zijn mentor, de historicus Gordon Wolfe, wordt door de FBI verdacht van het stelen van dossiers uit de tijd dat hij als Amerikaans spion in Bern contact had met de familie Bauer. Nat vertrekt naar Berlijn om, samen met een jonge Duitse vrouw met schimmige motieven, via dossieronderzoek en interviews de geschiedenis van Liesl, de familie Bauer en Wolfe terug te roepen en te verbinden met het heden, waarin Kurt Bauer nog steeds een belangrijke wapenhandelaar is. Deze intrige en het historische graafwerk ontrollen zich vloeiend maar onverwacht en Fesperman schrijft pretentieloos en soepel. Als entertainment is deze thriller geslaagd genoeg, maar Fespermans grootste verdienste is het oproepen van de wankelmoedige stemming van de Duitsers in het Berlijn van 1943.

In Lumen gaat historica Ben Pastor daarin verder dan Fesperman. De tweestrijd in het hoofd van de jonge Wehrmachtofficier Martin Bora, tussen diens Pruisische militaire ethos en de groeiende afkeer van de gruwelen die hij dient aan te richten, is de werkelijke thriller in het boek, niet de moord die hij dient op te lossen. Bora is een maand na de Duitse inval in Polen gestationeerd in Kraków als daar een non wordt vermoord die volgens de bevolking helderziend was. Omdat de SS een volksopstand vreest, stelt Bora samen met een door het Vaticaan aangestelde Amerikaanse priester een onderzoek in. Bora acht het uitgesloten dat een Duitse soldaat achter de moord zit, totdat de gesprekken met de priester en de gruwelen die Wehrmacht en SS ook in dit prille stadium van de oorlog al aanrichten hem doen twijfelen. Bora deelt zijn gedachten met de lezer en die kijkt mee over zijn schouder tijdens de speurtocht te midden van het snelle morele verval van zijn medesoldaten. In Lumen verliest een Duits soldaat zijn geloof in het Duitsland van Hitler, zonder te veranderen in een good guy. Het boek is een karakterstudie in thrillervorm die een genuanceerd beeld geeft van een zowel foute als goede Duitser. Beide boeken bewijzen dat de recente pop-culturele aandacht voor het Duitse perspectief in WOII niet per se hoeft te leiden tot versuikering of ontkenning van de Duitse schuld.

Ben Pastor: Lumen. Vert. Niek Miedema. Wereldbibliotheek, 319 blz. € 20,-