Ligt het aan de felle zon of de hapjes?

De Wereldtentoonstelling moest hét symbool worden van het nieuwe, economisch machtige China.

Maar het bezoek stelt teleur.

Directeur Hong Pao van de Wereldtentoonstelling in Shanghai, de „economische Olympische Spelen”, begrijpt het niet. De bezoekersaantallen in de eerste week van de grootste en duurste Wereldtentoonstelling vallen ernstig tegen.

Voor het afgelopen weekeinde waren de kaartjes al maanden van tevoren uitverkocht, maar toch kwam lang niet iedere bezitter van een toegangsbewijs opdagen. En sinds de ticketverkoop is hervat, blijven ook de dagelijkse aantallen onder de verwachting met slechts 85.564 bezoekers op woensdag.

Onverwacht hete dagen gevolgd door regen, lange rijen wachtenden voor de paviljoens op de openingsdag zelf, hoge prijzen voor hapjes en drankjes – Hong Pao kan slechts gissen naar de oorzaken van de tegenvallende belangstelling. „Misschien dat veel mensen alle paviljoens al op de televisie hebben gezien”, opperde de directeur van de Shanghai Expo 2010-organisatie.

De Chinese organisatoren streven ernaar dat zeventig miljoen Chinezen de meer dan tweehonderd paviljoens van landen, steden en bedrijven bezoeken. Dat getal blijkt gekozen omdat de laatste grote expo in het Japanse Osaka 64,2 miljoen mensen trok. Shanghai moet om Japan te overklassen dagelijks minstens vierhonderdduizend bezoekers trekken. Dat is nog geen dag gelukt, erkende Hong Pao woensdag. „Het zal zeker aantrekken want we hebben over de hele periode al dertig miljoen kaarten verkocht”, zei hij. De organisatoren, het stadsbestuur van Shanghai en de autoriteiten in Peking zinnen op maatregelen om de zeventig miljoen toch te halen. Er wordt overwogen toegangsbewijzen uit te delen.

De opening van de eerste Wereldtentoonstelling op Chinees grondgebied viel samen met de vijfdaagse vakantie ter gelegenheid van de Dag van de Arbeid. In plaats van de expo te bezoeken, trokken Shanghainezen met de hele familie naar de meren ten westen van de stad en de koelere berggebieden in de naburige provincie Anhui.

De tegenvallende belangstelling maakte van bezoeken aan de terreinen aan weerszijden van de rivier de Huangpu een ontspannen middagje uit. Er hoeft in ieder geval niet voorgedrongen te worden.

Op het westelijk terrein met paviljoens van Chinese bedrijven, maar ook het Rotterdamse Waterpaviljoen was het woensdag stil. Dat gold ook voor het zogeheten Urban Best Practices Paviljoen met exposities over ecovriendelijke stadsontwikkeling, groen transport en milieubewuste afvalscheiding. Er waren in de middag meer geüniformeerde vrijwilligers dan bezoekers. En de paviljoens van de Chinese automakers en banken waren nog gesloten.

Op het hoofdterrein aan de oostelijke kant van de rivier trekken de Chinese, Franse, Saoedische, Italiaanse, Franse en ook de Nederlandse en Britse paviljoens tienduizenden bezoekers. Het 20 miljoen euro kostende Nederlandse Happy Street, een achtvormige straat, is makkelijk toegankelijk, open en biedt bescherming tegen de felle zon.

Terwijl de directie zoekt naar mogelijkheden om de bezoekersaantallen op te schroeven, wordt op internet de expo bedolven onder zeer kritische recensies. Mogelijk is er zelfs een verband tussen de negatieve verhalen en de lage bezoekersaantallen.

De klaagzangen gaan over de strenge controles, de wachttijden van ruim drie uur bij het Chinese paviljoen en de kosten van het project zelf. Menig Chinees internetter vindt dat de ruim 3 miljard euro beter besteed had kunnen worden dan aan een 19de- eeuws concept. Of deze critici uit Shanghai zelf komen is de vraag, want door de Expo is de infrastructuur van de stad drastisch gemoderniseerd en zijn tal van oude wijken en huizen behouden gebleven en gerenoveerd.

Ook de architectuur van de Expopaviljoens wordt niet gespaard, niet geheel onbegrijpelijk in een stad waar de bewoners verwend zijn geraakt met de ontwerpen van de beroemdste architecten ter wereld. Maar niet iedereen was ontevreden.

„Door de Expo komen al die kunstenaars, orkesten en bands naar Shanghai. Eindelijk een cultureel aanbod op hoog niveau”, constateerde de 25-jarige Fu Junting bij een van de kaartverkoopkantoren in de stad.