Leefbaar voetbal

Een wolk vulkaanas die het luchtverkeer onmogelijk maakt, een olieramp van ongekende omvang waardoor de zuidoostkust van de Verenigde Staten wordt bedreigd, op Times Square een bom die niet ontploft, maar toch. Het is nieuws waarbij bijna de hele wereld de adem inhoudt. Bijna, want in Nederland loopt het voetbalseizoen ten einde en dan hebben we andere dingen aan ons hoofd. De bekerfinale tussen Ajax en Feyenoord die voor alle zekerheid over twee wedstrijden is verdeeld, omdat de supporters samen in één stadion een bloedbad zouden kunnen aanrichten en van plan waren de vijandelijke stad met de grond gelijk te maken. En het nationale kampioenschap van de competitie, gewonnen door FC Twente. Wegens de feestdagen moet ik dit stukje op maandag inleveren zodat ik niet weet of het goed met de uitbarstingen van vreugde zal aflopen. Maar op de televisie heb ik in ieder geval gezien wat zich na de overwinning in Enschede heeft afgespeeld. Het massale hossen en juichen, de vreugdetranen, de in opgetogenheid verstikte stemmen van de supporters.

In zijn hoogte- en dieptepunten kan het voetbal alle reserves aan emotie en energie naar buiten brengen. In dit opzicht staat het op één lijn met vaderlandsliefde en de diepst gewortelde politieke hartstocht. Daarom vraag je je af of die enorme gelijkgerichte energie misschien nog voor een afgeleid doel kan worden gebruikt. We proberen de Wereldkampioenschappen voor 2018 ‘binnen te halen’. Misschien is de behoefte aan stadions tegen die tijd verdubbeld, heeft de noodzaak aan veiligheidsmaatregelen daarmee gelijke tred gehouden, moet er een legerkorps op de been worden gebracht om de fanatieke liefhebbers van deze sport in bedwang te houden. Maar het kan ook zijn dat de wereld in de diepste crisis aller tijden is beland, zodat de legioenen geen geld hebben om naar de nieuwste tempels te komen. Dat weten ze allemaal bij de FIFA.

In ieder geval, voetbal en sport in het algemeen stimuleren de bouwkunst. Dat weten ze in Athene, waar geweldige stadions aan de Olympische Spelen van 2004 herinneren. Als ze het toen wat kalmer aan hadden gedaan was de crisis daar misschien minder diep geweest. Voetbal en oorlog kunnen wel samengaan, zoals wordt bewezen door de oorlog tussen El Salvador en Honduras in 1969, die begonnen is met een uit de hand gelopen voetbalconflict. Maar toen de Ajacied Velobor Vasoviç in de jaren negentig voorstelde de Joegoslavische burgeroorlogen in de stadions te laten beslechten, kreeg hij nul op het rekest. Was er naar hem geluisterd, dan had dit het leven van tegen de 200.000 mensen gespaard.

Voetbal, vaderlandsliefde en stadsliefde zijn nauw verbonden. Maar met de politiek wilde het nooit lukken, behalve in de literatuur. In 1951 schreef W.F. Hermans zijn roman Ik heb altijd gelijk. De held, de Indiëveteraan Lodewijk Stegman, houdt nog aan boord van het troepenschip een requisitoir tegen het vaderland dat hem voor niets naar de andere kant van de wereld heeft gestuurd, waarbij hij en passant het katholieke volksdeel beledigt. Later komt hij de zakenman Key tegen. Ze richten een krantje op, Voetbal Europa, dat ook het partijorgaan van de Nederlandse Europese Eenheids Partij is. Een organisatie die nog het meest aan de LPF doet denken. Het blijft een moderne roman. En Feyenoord, of Ajax met de Leefbaren? Er is verwantschap.