'In Spanje ontbreekt lef en leiderschap'

De Spaanse econoom Javier Díaz-Giménez over de economische en politieke toestand van zijn land.

Het besmettingsgevaar is niet geweken. Zelfs al zou het noodkrediet van EU en IMF aan Griekenland de markten uiteindelijk kalmeren, zegt Javier Díaz-Giménez, dit zal landen als Spanje en Portugal hooguit tijdelijk helpen.

De vooraanstaande Spaanse econoom Díaz-Giménez, verbonden aan de IESE Business School, gevestigd in een lommerrijke omgeving in Madrid, is ervan overtuigd dat de zorgen van de eurozone nog lang niet voorbij zijn. „Wat voor Griekenland en Spanje en al die andere landen met hoge tekorten in het algemeen geldt, is dat ze alleen nog uit de schulden kunnen komen door zo te bezuinigen dat ze hun eigen groei frustreren”, zegt hij.

In zijn wetenschappelijke artikelen en krantencolumns vergelijkt Díaz-Giménez Spanje regelmatig met Japan, waar de economie bijna een decenniumlang stagneerde. „Spanje wachten op z’n minst vijf verloren jaren. Mogelijk zelfs zeven of acht, en in het ergste geval een heel decennium.” Door die lage groei is de kans groot dat overheden als de Spaanse de komende jaren in de betalingsproblemen raken. „Dit kan in 2015, 2016 of zelfs nog later zijn. Maar als jij en ik het nu, vandaag al kunnen bedenken, kunnen beleggers die willen speculeren tegen de euro dat ook.”

Díaz-Giménez acht het daarom „waarschijnlijk” dat de financiële markten hun vizier zullen blijven richten op zwakke eurolanden als Spanje dat ook dit jaar een begrotingstekort van ruim 10 procent van het bbp in 2010 voorziet.

De machtigste eurolanden, Duitsland voorop, zullen volgens hem in het geval van een schuldencrisis op het Iberisch Schiereiland – ook Portugals begrotingstekort is nu bijna 10 procent van het bbp – hoogstwaarschijnlijk niet nogmaals hun portemonnee trekken. Griekenland helpen was eens maar nooit meer, verklaarden ze afgelopen weken herhaaldelijk.

„Daarmee liggen er nu nog twee scenario’s open voor de euro”, zegt Díaz-Giménez. „Of de eurozone blijft bestaan, doordat er onderling veel strengere afspraken komen. Of ze vernietigt zichzelf doordat de landen zulke hervormingen te lang uitstellen of helemaal nalaten. In dit geval valt de unie uiteen tussen een harde kern en de periferie.”

In zo’n mogelijk eindspel rond de euro bevindt Spanje zich door zijn zwakke positie duidelijk in de periferie. En in beide scenario’s is het voor Spanje maar beter niet te vertrouwen op de slagvaardigheid van Europa, zegt Díaz-Giménez. „In het eerste scenario zullen regeringen een groot deel van hun nationale soevereiniteit moeten opgeven.” En zelfs al zou hier de politieke wil toe bestaan; het is de vraag of een mogelijk akkoord erover voor de wankelende landen op tijd komt. Veel beter, benadrukt hij, zou het daarom zijn als Spanje nu alvast op eigen initiatief in actie komt.

Een van de crisismaatregelen die de regering reeds nam, is een verhoging van de btw, ingaande deze zomer. Hiervan verwacht Díaz-Giménez weinig goeds. „De belastingopbrengsten zullen er weliswaar door stijgen, maar de economische groei zal er juist onder lijden.”

Ook in de bezuinigingsplannen die Spanje bij Brussel indiende (50 miljard euro besparen tot 2013) heeft hij weinig fiducie. De regering zal de bezuinigingen „zeer waarschijnlijk” niet kunnen waarmaken, omdat een groot deel van de uitgaven in het gedecentraliseerde Spanje door regionale en lagere overheden wordt gedaan. De regering kan hun de bezuinigingen wel hardhandig opleggen, maar daarmee zou zij de steun van de Basken en Catalanen in het parlement kunnen verliezen.

Díaz-Giménez: „Oké. Prima, dan volgen verkiezingen. Maar we zijn nu eenmaal op een punt beland dat elke mogelijke oplossing nieuwe problemen oproept. Elke oplossing kan je met een verwijzing naar die nieuwe problemen uitstellen. Maar dit wordt een gevaarlijk spel. Want de situatie verslechtert er alleen maar verder door. Het is als met Griekenland, want was dat twee maanden eerder gered, dan had dat 50 miljard gekost. Nu 100 miljard euro.”

Wat zal de regering dan moeten doen?

„De meest effectieve maatregel die de regering nu, meteen, zou kunnen nemen, is een verlaging van de ambtenarensalarissen. Die is heel snel door te voeren. Het zou worden besproken in de vaste kabinetsvergadering op vrijdag, in de staatscourant worden gezet en klaar. Natuurlijk leidt het tot protesten van de vakbonden en misschien zelfs tot een algemene staking. Maar dat zij zo.”

„De regering lijkt niet bereid deze politieke kosten [stakingen, maatschappelijke onrust, instabiliteit in de coalitie, red.] voor haar rekening te willen nemen. Dan zou ze beter verkiezingen kunnen uitschrijven. Het is nu nog niet eens zeker dat ze deze verliest. Bovendien zou het de kiezer de kans geven zich uit te spreken over hervormingsvoorstellen die de partijen in hun verkiezingsprogramma’s zullen moeten opnemen. Je kan er, denk ik, van uitgaan dat ook de regering verkiezingen op z’n minst overweegt. Ook omdat de oppositie duidelijk geen plan B heeft.”

Toch is er nog deze situatie van stilstand: onvoldoende ingrepen, geen verkiezingen...

„De regering heeft de crisis lang ontkend. Ze zei aanvankelijk dat deze niks met Spanje te maken had en alleen van Wall Street kwam. Dat ze ons nooit in de mate zou raken zoals ze ons uiteindelijk wel geraakt heeft. Deze opstelling diende om politieke kosten te besparen. De regering wachtte op een wonder, maar dat is niet gekomen en inmiddels worden steeds meer Spanjaarden moe van het wachten erop.”

Is door Griekenland de ernst van de crisis nu doorgedrongen?

„Mogelijk voert de regering de komende maanden enkele kleine hervormingen in stapjes door. Een paar wijzigingen op het gebied van de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld. En zo nog wat gerommel. Dit is het meest waarschijnlijke bij deze regering, die zo’n trage en slechte diagnose van de situatie heeft gesteld. Die in 2012 misschien pas gaat doen wat ze in 2008 al had moeten doen. Bovendien zijn er in 2011 regionale verkiezingen waardoor de politieke kosten voor deze moeilijke maatregelen alleen maar hoger worden. De regering lijkt nu te hopen dat de situatie alleen langzaam genoeg verslechtert, zodat het haar nog net lukt de volgende parlementsverkiezingen te winnen.”

Nu staan verkiezingen gepland voor maart 2012. Kan de regering werkelijk zo lang wachten?

„Het economisch nieuws zal de komende maanden wel iets verbeteren, met de komst van enkele kleine groeicijfers. Maar kort daarna zal de doorsnee Spanjaard ook inzien dat die paar decimalen groei niet volstaan om uit de crisis te geraken. Of om de werkloosheid significant te laten dalen. Ze zullen om zich heen zien dat andere landen veel sneller herstellen. Dat wij ons nu bevinden tussen een klein groepje landen als Venezuela, IJsland, Ierland, Griekenland Hongarije, Bulgarije, de Baltische staten, Equatoriaal Guinee en Haïti na de aardbeving.

„In Spanje kan de [impopulaire, red.] oppositie de verkiezingen nu eenmaal niet winnen, de regering kan ze alleen verliezen. Dus als de regering doorkrijgt dat er een omslagpunt in de beleving van de burger plaatsheeft, zal het zelf ook de omslag maken. Of dit gebeurt voor de markten Spanje ertoe dwingen.”

Het eventuele verloop van een schuldencrisis op het Iberische Schiereiland wordt al vergeleken met die van de Amerikaanse bankencrisis, eind 2008. Griekenland is in deze analogie de investeringsbank Bear Stearns (die door de Amerikaanse autoriteiten en JP Morgan nog gered werd) en Portugal is de zakenbank Lehman Brothers (die vervolgens wel omviel). Maar zoals de val van Lehman dramatische gevolgen had voor banken wereldwijd, zo zou ook een Portugees bankroet grote gevolgen kunnen hebben voor andere landen in de eurozone. Te beginnen met Spanje, waar de bankensector de helft van de Portugese staatsschuld bezit.

Díaz-Giménez: „,Als er een algemene, serieuze, ernstige crisis optreedt in Portugal, zullen de Spaanse banken daardoor sterk geraakt worden. Zonder twijfel. En dit alles zal krediet in Spanje erg duur maken en het herstel in Spanje alleen maar verder vertragen.

„Dit scenario zou uiteindelijk heel slecht kunnen uitpakken. Maar ik zie ook geen enkele uitweg die makkelijk, voor de hand liggend en politiek aanvaardbaar is. De som ervan is lelijk. Er ontbreekt lef, leiderschap en een verstandige communicatiestrategie van de regering om aan de mensen duidelijk te maken wat er dreigt. Namelijk dat de situatie al ernstig is, maar nog veel langer ernstig zal blijven.”