In New Orleans is het water onzichtbaar

Louisiana worstelt met het water. Eerst Katrina, nu een olievlek. Inspiratie uit Nederland stimuleert tot een harmonischer omgang met het water.

Eerst was er het water, nu is er de olie. Voor de tweede keer in vijf jaar wordt Louisiana getroffen door een natuurramp waar de mens de hand in heeft gehad. Bovendien versterken de rampen elkaar: de olievlek maakt deze streek nóg veel kwetsbaarder voor overstromingen dan die al was. De olie kan de moerassen voor de kust vernietigen – en die zijn de laatste natuurlijke verdedigingslinie tegen hoog water. De moerassen beschermen ook de pijpleidingen die gas en olie van de Golf van Mexico naar de raffinaderijen op het land vervoeren.

Architect David Waggoner uit New Orleans ziet nog meer wrange overeenkomsten tussen Katrina en Deep Horizon: „Het is toch onvoorstelbaar dat er voor geen van beide rampen een noodplan was? Wat doen we in New Orleans als de dijken doorbreken, wat doen we als die ene pijp onder een olieboorplatform in de Golf van Mexico breekt? Het zegt veel over hoe blind we zijn wanneer het om water gaat.” Bovendien, zegt hij, was de respons net zo traag als bij Katrina en was de informatievoorziening net zo slecht.

De moerassen voor de kust van Louisiana zijn al sinds 1927 aan het afkalven. Na een enorme overstroming is de landelijke overheid begonnen de Mississippi over een lengte van ruim 3.000 kilometer te kanaliseren en beter bevaarbaar te maken. Het sediment dat de rivier meevoert, verdwijnt nu in de diepe zee en wordt niet meer voor de kust gestort. De moerassen worden niet meer gevoed en sterven af. In de afgelopen eeuw is er volgens de US Geological Survey ruim 5.000 vierkante kilometer aan wetlands voor de kust van Louisiana verloren gegaan. De orkanen Katrina en Rita hebben er het hunne aan bijgedragen.

Tot ergernis van Waggoner en velen met hem deelt de staat niet in de opbrengsten van de olie- en gasindustrie. „Onlangs is een wet aangenomen die bepaalt dat we vanaf 2017 een derde van de opbrengsten krijgen. Maar nu hebben we er alleen maar last van.” Louisiana vormt met Texas, Alaska en Californië de topvier olieproducerende staten van de VS. De staat verdient er nu wel indirect aan: de olie- en gasindustrie betaalt volgens lobbyorganisatie Louisiana Mid-Continent Oil and Gas Association ruim 500 miljoen dollar aan salarissen, en de belasting die de industrie betaalt levert 13 procent van de inkomsten van de staat op.

Waggoner is de initiatiefnemer van ‘Dutch Dialogues’, een samenwerking tussen Nederlandse en Amerikaanse landschapsarchitecten, ingenieurs en stedenbouwkundigen, met steun van de Nederlandse ambassade in de VS. Waggoner is ervan overtuigd dat New Orleans, dat voor ruim driekwart beneden de zeespiegel ligt, veel van Nederland kan leren. Er zijn sinds Katrina ook diverse delegaties uit New Orleans naar Nederland gekomen, en er staat een bezoek voor eind mei gepland.

Vlak voordat de oliepijp brak waren de ontwerpers bij elkaar in New Orleans op een driedaagse workshop om voorstellen te doen voor het watersysteem van de stad. De uitkomsten werden gepresenteerd op de jaarlijkse conferentie van de American Planning Association die dit jaar in New Orleans werd gehouden, met als thema ‘Delta Urbanism’.

In deze inmiddels derde aflevering van Dutch Dialogues hielden de ontwerpers zich bezig met het interne watersysteem van de stad. Vóór komende zomer, als het nieuwe orkaanseizoen begint, moet de nieuwe stormvloedkering klaar zijn die het Army Corps of Engineers bouwt samen met het Nederlands ingenieursbureau Arcadis. Piet Dircke, directeur global water management bij Arcadis, was ook bij de Dutch Dialogues betrokken. „We willen het vraagstuk van de veiligheid met andere onderwerpen uitbreiden”, zegt hij, „zoals het verbeteren van het ecosysteem, de beleving van het water in de stad en het tegengaan van de bodemdaling. Bovendien laten we zien dat je met water economische waarde kunt toevoegen. Als de stad veilig en aantrekkelijk is, kun je inwoners en bedrijven binnenhalen, gaat de waarde van je onroerend goed omhoog. Bewoners denken dat ze metershoge betonnen muren langs de afvoerkanalen nodig hebben – maar in Nederland kom je die nergens tegen.”

Een van de werkgroepen heeft zich beziggehouden met het ontwerpen van deze kanalen, nu zonder betonnen barrières. Buurten worden weer aan elkaar verbonden, mensen kunnen langs het water flaneren, de bedding wordt veel breder gemaakt waardoor er groene zones ontstaan die soms een tijdje onder water staan.

„Weet je wat ze hier doen als het hard regent?”, vraagt landschapsarchitect Lodewijk van Nieuwenhuijze. „Iedereen stapt in zijn auto en rijdt naar hoger gelegen grond. Daar wachten ze tot de bui over is, dan houden ze hun auto droog. Dat moet anders kunnen.” New Orleans heeft het waterbeheer onder de grond gestopt, zegt hij, in het riolenstelsel. „Door de bodemdaling breken de riolen en dat lossen ze op door hard te gaan pompen, waardoor de bodem verder daalt – die is al een meter gezakt en zal minstens nog een meter verder zakken in de komende eeuw.” Vijf jaar na Katrina is de stad net zo herbouwd als ie daarvoor was, maar met nóg grotere pompen. „De enige verandering is dat de verzekeringsmaatschappijen eisen dat je je huis op pootjes bouwt, of op een terp. Dat is misschien goed voor de individuele eigenaar, maar het geheel wordt er slechter van. De Nederlandse overtuiging dat je deze zaken eerst collectief moet regelen, kennen ze hier niet.”

Een andere werkgroep hield zich bezig met het herstellen van de verbinding tussen Lake Pontchartrain en de French Quarter, via de Bayou Saint John. „Deze waterweg is in feite de bakermat van New Orleans”, vertelt Han Meyer, hoogleraar stedebouw aan de TU Delft. „De indianen hebben de Fransen laten zien dat ze vanaf Lake Pontchartrain rustig naar de oever van de Mississippi met hun handelsgoederen konden varen. Die levensader is nu verwaarloosd: er staan nog wel mooie huizen langs de bayou maar hij loopt dood. Als je één plek in deze stad moet aanwijzen waar water met de historische identiteit van de stad verbonden is, dan is dat hier.” Op allerlei plekken in de stad, in de parken, maar ook bij mensen in de eigen tuin, moet er open water komen dat de zware regenbuien kan opvangen en het grondwater bij droogte op peil kan houden. Een van de werkgroepen stelde voor in City Park de hoeveelheid wateroppervlak te verdubbelen: dan blijft het water langer in het system in plaats van meteen naar het meer te stromen; bovendien is er ruimte om water vast te houden zodat de stad minder gauw overstroomt.

Al deze maatregelen vereisen én een andere houding van de burgers, zegt Meyer, én andere institutionele verhoudingen. „De verkokering is nog groter dan bij ons. Het Army Corps of Engineers vindt dat het uitsluitend voor veiligheid verantwoordelijk is, niet voor een integraal beheer of voor het stedelijk waterbeheer – dat moet de gemeente maar doen, en betalen. We mogen ons gelukkig prijzen dat Rijkswaterstaat geen militaire organisatie is.”

De voorstellen van Dutch Dialogues hebben één ding met elkaar gemeen: ze draaien allemaal om het gedoseerd, gecontroleerd toelaten van water in de stad. Opvallend aan New Orleans is dat terwijl je weet dat er overal water is, je het nergens ziet. Het water van de afvoerkanalen zit weggestopt achter muren van drie, vier meter hoog; het oppervlaktewater is afgedekt met betonnen platen; de machtige Mississippi stroomt in een diepe betonnen geul door de stad, maar je kunt er bijna nergens bij, laat staan dat er met een gezellige waterfront een feestje van wordt gemaakt. Vele jaren lang heeft New Orleans zijn veiligheid gezocht in het zo veel mogelijk buitensluiten van het water. Het zal voor de bevolking én voor de lokale politiek een hele mentale omslag vergen om te kunnen geloven dat de stad leefbaarder en veiliger wordt als ze het water weer toelaat.

Orkaan Katrina (2005) was met ruim 1.800 doden en 80 miljard dollar schade tot nu toe de grootste natuurramp in de geschiedenis van de VS. Maar de olievlek die zich nu in rap tempo over de Golf van Mexico verspreidt, lijkt nu al ernstiger dan de ramp met de tanker Exxon Valdez in 1989 – daar was de hoeveelheid olie tenminste bekend, en eindig.

Gouverneur Bobbie Jindal, die eerst reuze principieel het stimuleringsgeld van Obama had afgewezen, vraagt nu juist om hulp uit Washington en bekritiseert de trage reactie van de landelijke overheid.

De olie bedreigt behalve de natuur, ook de economie van deze toch al arme staat met een gemiddeld inkomen van ruim 32.000 dollar (25.000 euro) per persoon. De visserij, waar 2,4 miljard dollar in omgaat, is al geraakt: de garnalen- en oestervissers hebben voorlopig voor tien dagen het werk moeten staken. De vissers staan nu in de rij om zich aan te melden voor werk bij het opruimen van de olie die ze werkloos heeft gemaakt.