In de greep van een zonderlinge boer

Via een link op de website van Kunsthaus Graz, Oostenrijk, kwam ik bij een aankondiging van een lezing: ‘Gsellmanns Weltmaschine. Bewusstseinserweiternd!’ op 11 mei in het Kunsthaus. Browsend over het web, raakte ik in de greep van een magere, Oostenrijkse boer, die weinig at en veel rookte. In zijn eentje werkte hij 23 jaar bezeten aan een metersgroot kinetisch kunstwerk.

Franz Gsellmann (1910-1981) droeg in de winter drie jassen over elkaar en woonde in Kaag, een boerendorp in Oostenrijk. Hij droomde ervan ingenieur te worden maar dat zat er niet in. Vanaf zijn veertiende was hij nodig op de boerderij van zijn vader. Gsellmann nam de boerderij over, trouwde, kreeg twee kinderen, en sleet er zijn hele leven. Slechts bij uitzondering verliet hij zijn geboortegrond, zoals die ene keer in 1958. Gsellmann zag een foto in de krant van het Atomium op de wereldtentoonstelling in Brussel. Tot ergernis van zijn vrouw nam hij hun spaargeld op en reisde per trein naar Brussel om het bouwwerk te aanschouwen. Deze stalen constructie van negen bollen vormde de kristalstructuur van ijzer, 165 miljard maal vergroot. Gsellmann vertelt in 1979: „Im Atomium bin ich mit der Rolltreppe von einer Kugel zur anderen gefahren. Da hab ich mir genau angeschaut wie die Einteilung ist.” Hij maakte schetsen en toen hij thuis kwam, bouwde hij thuis op schaal het Atomium na. Dat vormde het hoofdelement van de Wereldmachine. Er omheen werd 23 jaar lang gewerkt aan – ja, wat was het? Op die vraag van zijn vrouw, antwoordde hij: „Dat zullen we wel zien.” Dagelijks liep Gsellmann naar de stadjes rond zijn boerderij om materiaal te kopen. Alles wat hem intrigeerde, ging mee: madonna’s en crucifixen, metronomen, mixers, gloeilampjes, klokken, lichtreclames, tandwielen.

Gsellmann liet de eerste acht jaar niemand binnen in zijn werkkamer, hij deed de deur op slot en hing de sleutel om zijn nek. De buren dachten dat hij bezig was met een of andere vliegmachine. De dorpsbewoners hadden medelijden met het gezin, de zonderlinge boer verwaarloosde het boerenwerk. Gsellmann bouwde onverstoorbaar verder, vergrootte de ruimte door een muur uit te breken.

Op den duur mochten er mensen komen kijken. De machine maakte geluid, bewoog aan alle kanten en was groot. De diepgelovige Franz Gsellmann meende dat hij een gave van God had gekregen, zonder diens hulp had hij nooit zoiets kunnen bouwen. Waar het voor diende, wist hij ook niet. Er volgden kranten- en radio-interviews en ingenieurs van over de hele wereld kwamen kijken. Klaus Ferentschik, een groot kenner van de patafysica, de ‘wetenschap der denkbeeldige oplossingen’, schreef een roman over de Weltmaschine. Nog altijd staat deze machine op de afgelegen Alpenweide en bussen vol toeristen maken er een tussenstop. En Gsellmann? Die stierf als een tevreden mens.

Inl:http://www.weltmaschine.at