Hún verhaal is spannender

Ron Meyer organiseerde namens FNV Bondgenoten de acties van de schoonmakers.

„Het succes van het cao-akkoord is niet mijn verhaal, het is hun verhaal.”

Bij nrc.next kennen we een werkwoord dat alleen journalisten gebruiken: tarken. Het komt van Tark, de naam van het krantenarchief. Je kunt iemand tarken zoals je iemand kunt googlen. Dan zie je in één oogopslag wanneer, hoe vaak en hoe die persoon in de krant heeft gestaan. Ron Meyer stond twee weken geleden zo in nrc.next:

Vakbondsman Ron Meyer van FNV Bondgenoten is „blij en opgelucht” dat er nu een cao-akkoord in de schoonmaaksector op tafel ligt. „Voor het eerst is de kwetsbare groep mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt naar buiten getreden”, zegt hij in een reactie. „Ze hebben een vuist weten te maken.”

De alinea komt uit het bericht dat na negen weken staken de schoonmakers een cao afgesloten hadden met daarin een loonsverhoging, een reiskostenvergoeding en taalles. Zo’n honderdvijftigduizend schoonmakers en schoonmaaksters, stond in het bericht, waren dankzij de acties „zichtbaar geworden” en hadden „respect gekregen”.

Dus je zou denken: dan stonden er vast wel interviews in kranten met Ron Meyer (28), fiscaal jurist, afkomstig uit een arbeidersgezin in Heerlen, actief SP-lid en namens FNV Bondgenoten verantwoordelijk voor de acties van de schoonmakers. Maar nee, nog niet één. Als we hem bellen blijkt meteen waarom: hij wil niet worden geïnterviewd. „Het succes van de schoonmakers is niet mijn verhaal”, zegt hij, „het is hun verhaal”.

De deal is: hij wordt wel geïnterviewd, maar niet alleen hij. Behalve met Ron Meyer spreken we af met Kapi Lijfrock (29) en Brahim Benabdellah (39). Om acht uur ’s avonds, aan een tafeltje in een stationsrestauratie. Na afloop moeten Kapi Lijfrock en Brahim Benabdellah weer treinen gaan schoonmaken.

Eerst vertelt Kapi in het kort zijn levensverhaal (Antilliaan, opleiding tot lasser, sinds negen jaar schoonmaker van treinen, vader van drie kinderen), daarna Brahim (afkomstig uit Marokko, gescheiden, sinds zeven jaar schoonmaker). Kapi spreekt goed Nederlands, Brahim „vindt het soms moeilijk”. Dankzij de nieuwe cao gaat hij straks weer op taalles. Dan is Ron Meyer aan de beurt. „Mijn verhaal is niet zo spannend”, is het eerste wat hij zegt. „Lang zo inspirerend niet als dat van hen.”

Vertel toch maar even wat. Je komt uit een arbeidersmilieu?

„Zelf zeg ik dat eigenlijk nooit zo, maar inderdaad. Mijn moeder werkt in de thuiszorg, mijn vader had een baan in de koeltechniek. Totdat hij ziek werd en arbeidsongeschikt raakte. Ik ben fiscaal recht gaan studeren omdat ik dacht: dat gaat over het herverdelen van inkomens. Maar daar vergiste ik me in, wat we leerden had niks te maken met rechtvaardige verhoudingen. Ik heb mijn studie toch afgemaakt en ben gaan werken bij een accountantsadviesbureau. Dat heb ik niet langer dan een jaar volgehouden, het was mijn wereld niet. Toen ben ik naar de vakbond gegaan. Ik vind: wij zijn een stinkend rijk land, er horen bij ons geen mensen in armoede te leven.”

Leven jullie in armoede?

Brahim: „Het is wel moeilijk. Alles wordt duurder: de huur, het eten. Ik sta nu weer rood.”

Kapi: „Met drie kinderen is het zwaar. Het is steeds slechter geworden. Ons werk wordt elke twee jaar aanbesteed. En steeds krijgt de goedkoopste het. Dan maken ze bijvoorbeeld een rooster dat niet deugt. Of je moet met minder mensen hetzelfde werk doen. En ze bezuinigen op je werkkleren: geen veiligheidsschoenen, te dunne handschoenen.”

Brahim: „Wij hadden vorige week controle, ze zeiden: het is niet oké. We hadden de prullenbakken in de trein niet goed schoongemaakt. We hadden ze wel omgekeerd, maar we hadden niet met onze handen de resten eruit gehaald. Dat doe je niet als je geen werkhandschoenen hebt.”

Ron: „Dit is dus waarom ik niet alleen wil worden geïnterviewd. Ik ben niet de superman die dat soort situaties kan oplossen. Als zij straks niet de goede handschoenen krijgen, ben ik er niet bij. Dan moeten ze er zelf om durven vragen. Zij moeten het woord voeren.”

Ron heeft jullie geleerd de dingen zelf te doen?

Kapi: „Hij heeft ons zelfvertrouwen gegeven. Veel van ons spreken de taal niet goed. We weten niet wat onze rechten zijn. In het begin had ik twijfels. Maar hij stelde mij gerust. En hij legde het goed uit. Hij zei: jullie zijn met een hele groep. Toen begreep ik dat hij gelijk had. Ik ben naar andere schoonmakers gegaan en heb tegen ze gezegd: we kunnen het als we het samen doen. En die gingen toen weer met andere schoonmakers praten. Zo is het gekomen.”

Hoe kwam het dat jullie hem vertrouwden?

Kapi: „Ron oordeelt niet. Mensen zijn vaak bang voor me als ze me zien. Dat komt doordat ik zwart ben. Maar hij is relaxed. Hij vroeg mij of ik wilde praten. En toen deed ik dat, in een zaal en voor de radio. Het ging steeds beter.”

Brahim: „Hij heeft respect voor ons.”

Kapi: „Hij blijft staan en ziet ons. Als iedereen zo zou zijn als hij, dan zou de wereld beter zijn.”

Zie jij jezelf als een wereldverbeteraar?

Ron: „Nou, laten we klein beginnen. We hebben alleen maar gevochten voor een betere cao voor schoonmakers – zij hebben daarvoor gevochten. Maar ze weten nu wel: als je vecht kun je winnen. Dat gevoel gaat niet meer weg. Als in hun wijk straks bijvoorbeeld het buurthuis dicht zou moeten, dan weten ze: als we ons verzetten blijft het misschien open.”

Dat klinkt naar oude revolutionaire idealen.

Ron: „Ik vind het niet revolutionair wat wij doen. Wat ik wel denk is: de sociale beweging heeft zich te lang geen raad geweten met de nieuwe, neoliberale moraal. We vinden het tegenwoordig allemaal gewoon dat schoonmaakwerk wordt aanbesteed. Maar tien jaar geleden waren schoonmakers nog in dienst bij de spoorwegen. Toen waren hun arbeidsvoorwaarden gegarandeerd – en alleszins redelijk. We houden onszelf voor de gek als we denken dat hetzelfde werk voor steeds minder geld kan worden gedaan. We bezuinigen op ondersteunende taken zonder de mensen te zien die die taken uitvoeren. Ook schoonmakers houden van hun werk, ze willen het graag goed doen en daar waardering voor krijgen.”

Wat vinden jullie mooi aan je werk?

Kapi: „Ik vind het mooi dat ik met collega’s werk. Lasser zijn was niks voor mij, dan ben je steeds alleen. En ik vind het lekker om buiten te zijn. Om met mijn handen te werken. Dat de trein weer schoon wordt.”

Brahim: „Een schone trein. Dat is fijn voor de reizigers.”

Kapi: „Ik hou ook van het gevoel dat ik nu heb door de acties: hoofd omhoog. Respect.”

En jij Ron?

„Wat ik doe zie ik eigenlijk niet als een baan. Als ik in een god geloofde, dan zou ik hem danken dat ik in mijn werk zulke inspirerende mensen tegenkom. Ik sluit vriendschappen met mensen die ik eerst niet kende. Die twijfelen, maar uiteindelijk toch zeggen: we gaan het doen. En die dan steeds sterker worden, zo sterk dat ze op een dag tegen mij kunnen zeggen: we hebben je niet meer nodig. En dat zal ik dan als een groot compliment beschouwen.”