Gouden punt

Hoe glorieus de bekerfinale ook eindigde voor Ajax, veel liever waren de spelers landskampioen geworden. En in dat opzicht moet nog iets worden rechtgezet. Want het kampioenschap van FC Twente was zondag nog geen feit of de gedachten bij Ajax gingen alweer terug naar Sparta.

Blijkbaar hadden de spelers juist die wedstrijd graag nog eens overgedaan. Op die middag in de Arena miste Ajax tal van doelkansen. Idee: hadden we toen in augustus 2009 één keertje raak geschoten, dan was het 1-0 geworden, in plaats van 0-0. Dan waren wij nu kampioen geweest. De NOS liet nog eens een handjevol kansen zien, dat je zei: inderdaad, Ajax heeft de landstitel voor het grijpen gehad. Het ene puntje dat de club nu tekort kwam, heeft ze toen door de hand laten glippen.

Feitelijk klopt de redenering, moreel niet. Want zo lust ik er nog wel een paar. Niemand die je hoorde over het mazzelschot waarmee Ajax zich in blessuretijd langs ADO had gewurmd. Terwijl die wedstrijd in Den Haag veel korter geleden is: een maand. Het geluk waarmee toen met 1-0 werd gewonnen (speler Ricky van den Bergh moest noodgedwongen in het doel) lijkt al vergeten; de pech waardoor acht maanden tevoren gelijk was gespeeld tegen Sparta, leeft voort in de herinnering.

Allemaal zelfbedrog. Als er al sprake is van een gemist kampioenschap voor Ajax, dan zouden de gedachten terug moeten gaan naar FC Utrecht. Begin december werd het middenveld van Ajax onder de voet gelopen, het 2-0 verlies was verdiend. Zes weken later kreeg ook FC Twente het moeilijk in Utrecht, maar bleef overeind:0-0. En veroverde zo het puntje, zeg maar punt, dat later beslissend zou zijn voor het kampioenschap. Een gouden punt als beloning voor knap middenveldspel. Theo Janssen, Kenneth Perez (of Cheik Tioté) en Wout Brama werden vrijwel nooit overlopen door ‘mindere’ tegenstanders. Ze koppelden ervaring aan sluwe combinaties en doordacht positiespel. Het spel dus waarop Ajax een patent meende te hebben, maar dat het meeste te bewonderen viel in Enschede.

Balans: Ajax de meeste goals en de minste tegendoelpunten, FC Twente het beste middenveld en daardoor de meeste controle. Dagdromend van FC Twente word ik verrast door positiewisselingen in alle linies; dagdromend van Ajax zie ik vanuit het verdedigingscentrum lange ballen cross naar de zijkant gaan, meestal naar de solistische aanvaller Luis Suarez. De (te) jonge middenvelders Demy de Zeeuw, Eyong Enoh en Siem de Jong werden vaak overgeslagen in de opbouw. Efficiënt, maar zelden betoverend. Minder dan dat van FC Twente in elk geval. Al die prachtige goals ten spijt.

Het gouden punt kwam terecht bij de club die er moreel het meeste recht op had. Bij de club met een middenveld dat de boel bij elkaar hield – tot op de laatste dag.