Gewapend met zes ton lingerie

Valt er nog iets verrassends te schrijven over WO II? Zeker wel. Andrew Roberts doet het in ‘Wereld in vlammen’, met vlotte pen en veel bravoure .

Andrew Roberts: Wereld in Vlammen. Een nieuwe geschiedenis van ’39-’45. Vert. Roland Fagel. Bert Bakker. 734 blz. € 24,95

Het is mei en dus liggen de boekhandels weer vol met nieuwe titels over WO II. Er kan zo langzamerhand geen aspect van de oorlog meer zijn, hoe klein dan ook, of er heeft zich wel een historicus mee beziggehouden. Alleen een auteur met een grenzeloos zelfvertrouwen zal het wagen om deze overvloed aan kennis te synthetiseren tot een overzichtswerk.

De Britse historicus Andrew Roberts is zo’n auteur en met Wereld in Vlammen is hij erin geslaagd een uiterst leesbaar, eendelig boek over WO II te schrijven. Met vaste hand leidt hij de lezer langs de gebeurtenissen, terwijl hij zijn verhaal illustreert met treffende voorbeelden en anekdotes. Nergens verzandt hij in het opdreunen van een dorre reeks feiten. Zelfs voor de meer dan gemiddeld ingevoerde lezer heeft hij verrassingen in petto. Wie wist bijvoorbeeld dat er bij Operatie Toorts, de geallieerde landing in Noord-Afrika op 8 november 1942, zes ton dameslingerie werd meegevoerd om de plaatselijke Arabieren mee om te kopen?

Roberts, die eerder boeken schreef over onder meer de Britse premier Salisbury, Napoleon en Wellington, behandelt in Wereld in Vlammen de Tweede Wereldoorlog in zowel Europa als Azië. Hij geeft aan de beschrijving van de strijd tegen de nazi’s wel duidelijk de voorkeur: slechts drie van de achttien hoofdstukken gaan over de oorlog tegen Japan.

De belangrijkste vraag die Roberts in zijn inleiding stelt, is of de Duitsers de oorlog gewonnen zouden kunnen hebben als ze op cruciale momenten andere beslissingen hadden genomen. Hij bezondigt zich niet aan what if?-geschiedschrijving, maar bekijkt bij ieder belangrijk besluit welke reële opties er op dat moment voorhanden waren. Zijn belangrijkste conclusie luidt dat de Duitse nederlaag onvermijdelijk was, omdat hij zat ingebakken in het wezen van de alleenheerschappij van Hitler. „Analyses van Hitlers nederlaag schilderen hem doorgaans af als een strategische imbeciel – ‘korporaal Hitler’ – of als een dwaas, maar die verklaringen voldoen duidelijk niet”, schrijft Roberts. „De echte reden waarom Hitler de oorlog verloor was dezelfde reden die hem ertoe bracht die oorlog te ontketenen: hij was een nazi.”

Zelfs Stalin was bereid te luisteren naar zinnige raad van zijn officieren. Hitler daarentegen omringde zich het liefst met ja-knikkers en de generaals die hem tegenspraken, werden ontslagen. Daarmee pleit Roberts hen niet vrij van de misdaden van het naziregime. „De Duitse generaals waren voor het overgrote deel corrupt, moreel verdorven en opportunistsich, ook al deden ze zich o zo graag voor als edele ridders die vrij waren van ideologische smetten.”

Op dezelfde kordate toon velt Roberts in Wereld in Vlammen een oordeel over menig historische controverse. Het bombardement op Dresden in februari 1945 en de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki een half jaar later vindt hij geen oorlogsmisdaden.

Het voorzichtige optreden van de Britse generaal – later veldmaarschalk – Montgomery, dat tegenwoordig hevig bekritiseerd wordt, getuigde volgens Roberts juist van militair vakmanschap. Het handelen van de Fransen, of ze nu collaboreerden met de Duitsers of aanhangers waren van De Gaulle, wekt bij de auteur algehele afkeer op.

De strijd tussen Hitler en Stalin neemt in Wereld in Vlammen een belangrijke plaats in. Roberts wijst er terecht op dat de Russen geconfronteerd werden met het grootste deel van Hitlers militaire apparaat. Zo hadden de troepen van het Britse Gemenebest bij de gewonnen slag bij El Alamein eind 1942 twaalf divisies van de Asmogendheden tegenover zich, terwijl de Russen toen tegen 186 vijandige divisies vochten.

Elk van de geallieerde grootmachten speelde zijn eigen rol in het verslaan van de Duitsers, schrijft Roberts: de Britten kochten met hun hardnekkige verzet in 1940 en 1941 de broodnodige tijd, de Amerikaanse economie leverde het materieel en de Russen zorgden voor het bloed. Terwijl de Westerse geallieerden veel van hun overwinningen behaalden door hun luchtoverwicht, glorieerde de Sovjet-Unie door de, al dan niet afgedwongen, opofferingsgezindheid van de gewone infanterist. Dat de Duitse soldaat tegen deze overmacht van mens en materiaal uiteindelijk het onderspit moest delven, was hem niet aan te rekenen, meent Roberts. Kwalitatief waren Duitse militairen de meerdere van hun tegenstanders.

Roberts schrijft met bravoure en de vertaling doet recht aan zijn vlotte pen. Helaas wordt de Nederlandse uitgave ontsierd door een aantal onbegrijpelijke fouten. Zo schrijft Anne Frank haar dagboek niet in het Achterhuis maar in het ‘Geheime Toevoegsel’, een potsierlijke letterlijke vertaling van het Engelse ‘Secret Annex’.

Wie dit jaar slechts tijd heeft om uit het enorme aanbod van boeken over de oorlog één titel te kiezen, doet er verstandig aan het boek van Roberts te nemen. De oorlog in Azië komt er misschien wat bekaaid vanaf, maar een beter overzichtswerk is er momenteel niet.