Een zware ventilator

Onvergetelijk beeld uit de James Bond-film Thunderball: Sean Connery die opstijgt met een raketaangedreven rugzak. Talloze uitvinders hebben hun tanden hierop stukgebeten: het was zo mooi, het zou toch moeten kunnen – maar het lukte niet. Nu lukt het een Nieuw-Zeelandse firma wel, dankzij verstandiger gekozen techniek.

Het lijkt leuk, een draagbare raket, en het werkte trouwens ook echt. De vliegende rugzak was gebouwd door Bell Labs. Enige nadeel was dat je maar 21 seconden in de lucht kon blijven (sommigen zeggen 26 seconden), dan was de brandstof op. Die ‘brandstof’ was waterstofperoxide, een instabiele stof die in de motor over een katalysator werd geleid en dan ontleedde in water en zuurstof. De vrijkomende hitte zorgde ervoor dat er stoom en zuurstof uit de uitlaat spoot. Er bestaan krachtiger brandstoffen, hydrazine bijvoorbeeld, maar dat is buitengewoon giftig en niet veilig zo onder de neus van de piloot.

Pas in 2007, meer dan veertig jaar na Thunderball, wist de Mexicaanse autodidact Juan Manuel Gallegos een vliegende rugzak commercieel op de markt te brengen. Ook op waterstofperoxide en mede dankzij lichtere materialen is de vliegtijd wel 34 seconden. Als je niet op tijd landt, stort je neer. Het ding weegt vol 70 kilo en na de vlucht 37. De prijs is nu 125.000 dollar. (98.500 euro) De niche waar Gallegos op mikt, is die van evenementen en reclame.

De Martin Aircraft Company in Nieuw-Zeeland verkoopt sinds kort een alternatief. Zonder straalmotor; wat je hier aan je rug gespt, is een dubbele horizontale ventilator – anders gezegd een soort kleine helikopter. De ventilatoren hebben een middellijn van een halve meter. Het ding weegt ruim 110 kilo en is dus niet meer als rugzak te adverteren.

Je landt niet op je voeten, maar de jet pack heeft zijn eigen pootjes. Je vliegt op een tank van twintig liter tweetaktbenzine en daarmee kun je een half uur in de lucht blijven. Genoeg, zegt menig recensent, om kantoor te halen. Een hoogte van 2,5 km is denkbaar. Bij wijze van reddingsboei is een parachute aan boord. ‘The Martin Jetpack’ kost net geen 90.000 dollar – de prijs van een sportwagen. Bij aanschaf is een cursus bij Martin Aircraft verplicht.

Of het toestel als microlight wordt toegelaten en of je een vliegbrevet nodig hebt om er een te besturen, hangt in ieder land van de luchtvaartautoriteiten af. Dan nog zullen er beperkingen zijn aan wáár je ermee mag vliegen. Video’s op internet laten horen dat ze een heidens kabaal maken, dus in een stedelijke omgeving zijn ze beslist niet gewenst.

Herbert Blankesteijn

Dit is een wekelijkse rubriek over technologie.