Een verzetsman toen het verzet voormalig was geworden

Arno Bornebroek: De oorlog zit me op de hielen. Hans Teengs Gerritsen, 1907-1990. Boom, 221 blz, € 19.50

‘Hans Teengs Gerritsen’, vat Arno Bornebroek als biograaf het verzetswerk van zijn hoofdfiguur samen, ‘zat als spion aan het uiteinde van de organisatie, Hij kreeg opdrachten zonder te weten waar het om draaide.’ Hij was dus niet veel meer dan een radertje in een grotere machinerie.

Maar toen de organisatie door de Gestapo werd opgerold, kwam ook de ‘kleine’ naam van Gerritsen boven water. Hij ontliep het vuurpeloton, maar kwam wel terecht in het beruchte Nacht-und-Nebel-kamp Natzweiler, in de Elzas, vanwaar alle contact met de buitenwereld bewust was verbroken. De gevangenen moesten letterlijk spoorloos verdwijnen, van honger en uitputting uitsterven.

Niet z’n verzetswerk, maar de wijze waarop hij in Natzweiler zichzelf en z’n lotgenoten (onder wie Pim Boellaard aan wie Jolande Withuis recentelijk een biografie wijdde) door de ergste misère heen hielp, verschafte Gerritsen de status en tenslotte ook de naamsbekendheid die hem in Loe de Jongs standaardwerk nog niet was gegund. Dat zou de paradox van zijn leven blijven. Noch als spion, noch als saboteur, of actieve ondergrondse soldaat heeft hij zich tussen 1940 en 1945 onderscheiden. Als verzetsman werd hij pas een gerespecteerde figuur toen het verzet voormalig was geworden.

In veel opzichten is het verhaal van Gerritsen – de familienaam Teengs, van vermogende zakenpartners, was al eerder toegevoegd – het verhaal van een zondagskind. Hans reed al voor de oorlog als een ondernemend, sportief, ijshockeyend en bijna olympisch rijkeluiszoontje in een Bugatti langs het Scheveningse strand. Met de flair die hij aan z’n ‘goede doen’ ontleende, zou hij zich vanaf 1940 – hij was toen 33 – met allerlei ondergeschikt en onoverzienbaar illegaal werk gaan bezighouden, en vanaf 1943 ook de ontberingen van het gruwelijke kamp te lijf gaan. Hij eindigde z’n gevangenschap in Dachau (Natzweiler moest vanwege de naderende Amerikanen al in de zomer van 1944 ‘geëvacueerd’ worden), waar hij vriendschap sloot met latere beroemdheden als Nico Rost, Ed Hoornik, Piet Maliepaard en W.L. Brugsma.

De twee gevangenisjaren lijken achteraf een intermezzo te zijn geweest in een leven dat in het teken bleef staan van sociale behendigheid, een goed humeur en een natuurtalent voor leiderschap. Met z’n netwerk binnen wat de illegaliteit was geweest, kwam hij in Nederland al snel een eind. Als vanzelfsprekend werd hij het aanspreekpunt, de woordvoerder, de belangenbehartiger en de raadsman van de onderling diverse groepen en verenigingen die verzetswerk hadden gedaan, en die na 1945 als gerechtvaardigde ‘beloning’ zeggenschap claimden in na-oorlogse politieke ontwikkelingen. Teengs Gerritsen ontwikkelde zich tot de ideale intermediair tussen ex-illegale verenigingen (die elkaar vaak onverzoenbaar naar het leven stonden), tot de diplomatieke pleitbezorger van hun noden en verlangens, tot de vertolker van hun emoties.

In de discussies over de Drie van Breda, het werk voor Centrum 45 (waarin de experimenten van psychiater Bastiaans plek vonden, en posttraumatische aandoeningen konden worden behandeld) en het ijveren voor ‘Wageningen’ als jaarlijks middelpunt van de meiherdenkingen, speelde Teengs Gerritsen de bemiddelende rol die hem op het lijf was geschreven. Zijn nooit helemaal helder geworden betrokkenheid bij internationale vliegtuigbouwers (officieel vertegenwoordiger van Lockheed ‘stiekem’ ook werkzaam voor Northrop) versterkte zijn vriendschap met Prins Bernhard die al van meteen na de oorlog dateerde. Hij was lid van de exclusieve ‘tie-club’, het gezelschap intimi dat een das mocht dragen met de kleuren van het Huis Lippe Biesterfeld. Of hij zich al in de ‘affaire-Sanders’ (die deel was van de ‘affaire-King-Kong’) dan wel dertig jaar later in de eigenlijke Lockheedzaak geweerd heeft als ‘de waakhond van de prins’ wordt uit Bornebroeks relaas niet meteen duidelijk. Maar de uitgever vond het nuttig om op de omslag achter het portret van Gerritsen een halfdonkere, beetje sinistere foto van Bernhard af te drukken.

Een rare insinuatie.