Druppel waarheid in zee van leugens

Rusland herdenkt zondag de overwinning op nazi-Duitsland. De rol van Stalin wordt daarbij verheerlijkt. Ondanks meer openheid over diens misdaden.

Terwijl Rusland zich voorbereidt op de 65ste viering van de overwinning op nazi-Duitsland, kantelt in een Moskous theater het beeld van Stalin als hoeder van de natie en geniaal aanvoerder van het Rode Leger. „Stalin is een schurk”, zegt de 15-jarige Marina Migina. „Door zijn doen zijn in het eerste jaar van de oorlog heel veel Russen onnodig gesneuveld. Dat weet ik van mijn eigen familie.”

Marina met haar lange korenblonde haren en beugeltje is een van de veertig winnaars van de elfde nationale scholierenwedstrijd voor de beste opstellen over de geschiedenis van Rusland in de twintigste eeuw. „Ik heb teksten gebruikt van kinderen in oorlogstijd, foto’s van de kampen en van de Duitse blokkade van Leningrad”, vertelt ze trots, wijzend op een collage met elementen uit haar relaas. „Mijn opstel gaat over een gedenksteen in ons dorp, die pas dertig jaar na de oorlog is opgericht. Ook schrijf ik dat lang niet alle Duitse soldaten slecht waren.”

Op een prikbord naast het hare hangt een andere collage, met een gevangenisfoto van een vrouw. „Ze was de echtgenote van een Russische Duitser, die in de oorlog als spion werd geëxecuteerd”, zegt Olga Krivoroetsjko (16). „Ik ben op haar gewezen door mijn lerares, die familie van haar is. Tussen 1941 en 1953 zat ze in een kamp. Stalin heeft zoveel onschuldige mensen laten vermoorden en in de Goelag opgesloten. Mijn grootvader moest na de oorlog naar het kamp, omdat hij door de Duitsers krijgsgevangene was gemaakt.”

Ook de andere prijswinnaars, in leeftijd variërend van 14 tot 17 jaar, hebben een genuanceerde visie op de geschiedenis van hun land. Ze weten heel goed dat dankzij Stalin tientallen miljoenen onschuldige burgers zijn omgekomen en dat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog tal van verkeerde beslissingen heeft genomen.

Maar niet alleen in het theater wordt steeds duidelijker wat er onder Stalin werkelijk is gebeurd. Ook het Kremlin geeft dat tegenwoordig openlijk toe. Zo veroordeelde president Medvedev eind 2009 Stalins misdaden en herdacht premier Poetin vorige maand samen met zijn Poolse ambtgenoot Tusk de Poolse officieren en intellectuelen die in 1940 in het bos van Katyn door de Russische geheime politie werden vermoord. Kort daarop verordonneerde Medvedev dat een aantal belangrijke documenten over die moordpartij op internet werd gezet, zodat heel Rusland er kennis van kon nemen.

Toch noemt Irina Sjerbakova, die namens de mensenrechtenorganisatie Memorial de opstelwedstrijd organiseert, de ontwikkelingen een druppel waarheid in een oceaan van leugens. „De afgelopen tien jaar is zowel het historische klimaat als het niveau van het geschiedenisonderwijs in ons land ernstig verslechterd”, zegt ze. „Daardoor weten de meeste jongeren niet wat er onder Stalin is gebeurd. Ze zeggen zelfs dat als hij niet zo wreed zou zijn geweest, hij de oorlog nooit had gewonnen.”

Tijdens de prijsuitreiking klautert de 83-jarige mensenrechtenactivist Ljoedmilla Aleksejeva het podium op. Met een door tranen verstokte stem vertelt ze hoe zij het einde van de oorlog heeft beleefd. „Toen ik hoorde dat de oorlog was afgelopen, rende ik naar het Rode Plein”, zegt ze. „Alle straten zagen zwart van de mensen. Iedereen was zo blij. Niet omdat we de Duitsers hadden verslagen, maar omdat de oorlog voorbij was. Wij hadden gewonnen, het volk. En daarom schaam ik me er nu zo voor dat er overal Stalin-affiches worden ophangen. Want het einde van de oorlog is ónze heldendaad en niet de zijne.”

Het zijn er weinig, die Stalin-affiches. Maar toch hebben ze tot grote woede onder anti-stalinisten geleid. In Moskou was het verzet zelfs zo groot, dat het gemeentebestuur uiteindelijk besloot ze alleen in het Museum voor de Tweede Wereldoorlog en bij enkele musea en concertzalen te hangen.

Een van de belangrijkste actievoerders tegen de affiches in Moskou is de 84-jarige Albert Loerje, wiens vader en schoonvader in 1938 zijn geëxecuteerd. Hij meent dat de Stalinaanhangers – volgens recente opiniepeilingen maken ze 37 procent van de bevolking uit – in twee groepen zijn in te delen. „De ene groep verlangt terug naar het Sovjetimperium waarvan Stalin de verpersoonlijking was”, zegt hij. „Die groep bestaat vooral uit ouderen die zich nog goed herinneren dat Rusland een groot deel van de wereld beheerste. Voor hen was het uiteenvallen van de Sovjet-Unie een persoonlijk trauma, omdat dat imperium betekenis aan hun leven gaf. De andere groep bestaat uit mensen die niet onder Stalin hebben geleefd, maar wel voor een traditioneel autoritair gezag zijn. Ook willen ze deel uitmaken van een grootmacht.”

Loerje benadrukt dat als het in Rusland over de oorlog gaat de nadruk veel meer op de overwinning ligt dan op de vrede. „Stalin overwon iedereen om zich heen”, zegt hij. „Hij vermoordde miljoenen mensen, wat tegenwoordig veel Russen toegeven. Maar je kunt niet miljoenen mensen vermoorden en tegelijkertijd een groot leider zijn. Ik ben er trouwens van overtuigd dat Rusland ook zonder Stalin de oorlog zou hebben gewonnen, want de overwinning was toch vooral het werk van anderen, maarschalk Zjoekov voorop.”

De twee veteranen die in het theater de collages van de scholieren bewonderen, beamen dat. Het was hún oorlog en ze zijn blij dat de scholieren het daar in hun opstellen over hebben.