Driftkikker Job heeft veel sores

Evelien De Vlieger en Noëlle Smit: Job en de duif. Lannoo, 121 blz. € 12,95, 5+

Met Job en de duif krijgt Evelien De Vlieger je zo in de greep dat je de behoefte krijgt het boek aan anderen op te dringen. Dat is des te knapper doordat het in opzet en inhoud leeftijdloos plezier verschaft maar is geschreven voor beginnende lezers. Zij laat hen aan hun trekken komen met een heerlijk verhaal, opgeknipt in 21 deeltjes, geschreven in eenvoudige, veelal eenlettergrepige woorden. De gevorderde lezer geniet van de laag onder de tekst die, hoe staccato ook, soms poëtisch aandoet. En komisch.

De duif uit het verhaal wil benen, dan kan hij lopen, net als Job. Job merkt op dat de duif toch pootjes heeft: ‘leuk hoor, zegt de duif. / een stokje of twee. / klein en dun. /daar loop ik niet ver mee. /hup, doe ik. / hup hup. / meer niet. / maar jij? / jij gaat snel. / niets hup.’

Bij dit deel van het verhaal tekende Noëlle Smit de duif in diverse poses van als-ik-benen-had: met hardloopschoenen en zweetbandje en in spagaat, met ballerina’s aan haar voeten.

Het is echter niet het gebrek aan voeten dat de duif zo deert, maar het feit dat ze kan vliegen. Móét vliegen: een duivenmelker laat haar aan wedstrijden meedoen en dat is ze meer dan zat. Vooral als ze hoort dat haar man, voor wie ze altijd als een speer naar huis terugvliegt, weg moet omdat hij volgens de baas te traag is. Job zal een list verzinnen om Bazooka Dirk, zoals haar man heet, te bevrijden.

Maar voordat alles goed afloopt heeft De Vlieger de lezer grondig laten kennismaken met driftkikker Job en de vele sores uit zijn kleine-jongetjesbestaan. Zijn loszittende tand doet pijn. Zijn moeder, toch al niet de warmste vrouw op aarde, verknipt zijn haar, zijn lange haar dat ‘warm is. Het past precies bij Job. Hij voelt zich thuis in zijn haar.’ Hij moet op muziekles. De tand komt los, maar komt vast te zitten in zijn trompet: ‘die past niet onder mijn kussen. / wat sneu. / geen munt voor die tand’.

We zien Job boos door de tuin stampen, bang onder zijn deken schuilen en gezellig met duif in de boom zitten op Smits o zo vrolijke en krachtige, liefdevolle tekeningen. De duif zien we armzalig in een mandje op een bagageband van een vliegveld, terwijl verderop haar baas staat te stralen met alle prijzen die zijn duiven winnen. Smit tekent in volle, heldere kleuren en haar stijl is realistisch met cartooneske elementen. Zo hebben Job en zijn ouders aan hun vrij gewone lijven gekke spitsvoetjes.

De Vlieger neemt alle sores serieus, die van Job en die van de duif en dat geeft het boek extra overtuigingskracht. Mooi gevonden is dat de jongen en de duif heel wat afkibbelen voordat zij elkaar steeds weer vinden, zoals het in Het Leven vaak gaat. En dat Jobs moeder ook voor de duiven gaat voelen en dat op haar eigen snibbige manier verwoordt. ‘Ik heb iets wat we allemaal lekker vinden’, zegt ze als ze popcorn gaat maken, ‘mensen en vogels, want ik kook niet voor iedereen apart, als je dat maar weet.´