DJ Tiësto is niet zaligmakend

In het artikel ‘DJ Tiësto heeft het hoogst haalbare bereikt’ (Cultureel Supplement, 23 april) wordt Tiësto geportretteerd als een muzikale visionair wiens nieuwste missie muzikale verdieping is. Waar heeft de André Rieu onder de dj’s zich dan al die andere jaren mee beziggehouden? Dat laat zich – althans door degenen die in de dj-cultuur muzikale verdieping uitdragen – gemakkelijk raden: namelijk met het maximaliseren van commercieel rendement van de Tiësto BV door middel van uitgekiende marketingstrategieën.

Het is Tiësto zijn goed recht. Wat mij echter tegen de borst stuit, is dat hij van de kwaliteitskrant een twee pagina tellende advertorial aangeboden krijgt. De succesvolle ondernemer wordt geen strobreed in de weg gelegd.

Zo zou Tiësto begin jaren negentig zijn verguisd „om de melodieuze trancemuziek die hij draaide, ongebruikelijk in de technoscene van toen”. Waar was de NRC begin jaren negentig? In ieder geval niet in de Amsterdamse RoXY, waar DJ Dimitri wekelijks zijn Detroit sound vermengde met melodische klassiekers van de hand van producers als Eric Nouhan, Jaimy, Epsylon 9 en Ransom en Nederlandse tranceproducers als Roland Klinkenberg en Sjef van Leeuwen en de Belg Yves Deruyter.

Het was Dimitri die dankzij zijn status van internationaal gerespecteerde dj met zijn melodische draaistijl de basis legde van wat men later wereldwijd trance zou noemen. Tiësto heeft daar, op z’n zachtst gezegd, dankbaar gebruik van gemaakt.

Arne Van Grunsven

Amsterdam