De lieve Bea en de hooggeleerde Pieter

Dat kroonprinses Beatrix driftig heeft gestampvoet toen haar zuster Margriet indertijd met een burgerjongen thuiskwam – heb ik dat nou gedroomd?

Dat kan best. Naarmate mensen ouder worden voegen ze aan hun kennisvoorraad vaker verhalen, herinneringen en zelfs feiten toe, die nergens op slaan. Fantasie kun je het niet noemen. Fantasie veronderstelt nog een eigen inbreng, iets wat je zelf hebt bedacht, een product van verbeelding, creativiteit. Wat ik bedoel is veel dommer. Je hoort iets half, luistert niet eens goed, haalt twee of drie namen door elkaar, en slaat in je geheugen de versie op die je het gemakkelijkst kunt onthouden. Terwijl je het zoals gezegd voor hetzelfde geld kunt hebben gedroomd.

Of stond het in Pieter van Vollenhoven, burger aan het hof van Dorine Hermans, dat ik helaas even niet kan raadplegen omdat ik het heb uitgeleend, en ben vergeten aan wie? Interessant boek, vond ik. En iets in de buurt van stampvoeten stond er absoluut in, met als gevolg veel vernedering voor de arme Pieter, die daarom aanvankelijk weinig plezier kon beleven aan de humor en het pianospel die hem later tot zoveel steun zouden zijn.

Waarom bleef de aanstaande koningin zo lang zo onverzoenlijk? Maar daar gaat het eigenlijk niet om. Het gaat er om dat zij toevallig net voornemens was het koningschap op een nieuwe leest te schoeien, teneinde het in tegenstelling tot wat haar gemoedelijke moeder wenste, weer op de afstand te krijgen waar het natuurlijk ook hoorde: als iets Onzienlijks achter door strenge schildwachten bewaakte dikke paleismuren vanwaar zelden iets meer naar buiten zou doordringen dan een wuivende hand. Pieter had de pech dat hij het milieu binnenkwam juist op het moment dat die bordjes werden verhangen, en de prinses al het besluit had genomen om zich straks weer majesteit te laten noemen; zeker ook door de zwager uit die mésalliance.

Maar of het nou in de eerste jaren van hun verbintenis zo erg is geweest voor de gemaal van Margriet zul je nooit precies weten. Dat is het eigenaardige van de informatieuitwisseling tussen monarchie en volk: er is geen krant of tabloid meer of ze hebben vrijgestelde royaltyverslaggevers, radio en televisie koesteren hun eigen op de vorstelijkheid gerichte rubrieken, er zijn roddelbladen, koningsbladen, jurkenkenners als Jeroen Snel, en van voetnoten voorziene studies van Dorine Hermans – maar echt dingen weten over de familie die je zou willen weten? Ho maar. Vermoedens, veronderstellingen, hofpraatjes, roddel, achterklap, laster en hearsay, echt veel méér wordt het nooit. Aan de biografie van een obscure Bulgaarse koning uit de vroege Middeleeuwen die Boris de Krankzinnige XII zou hebben geheten, heb je dikwijls meer houvast.

Eén ding is zeker: met Pieter is het nog helemaal in orde gekomen. Met Hare Majesteit koningin Beatrix en haar strenge regime trouwens ook. Hoe stond ze daar op de avond van de Dodenherdenking na het incident, terwijl Balkenende nog helemaal van zijn doodsangst voor ‘de Rabbijn’ moest bekomen? ‘Fier’, zei de Journaal-lezer, die dat tien jaar geleden nog majesteitsschennis van zichzelf zou hebben gevonden. En een mevrouw uit de provincie beleed dat zij vorig jaar ‘Lieve koningin!’had willen roepen, maar toen hoorde ze anderen ‘Lieve Bea!’ zeggen, en toen durfde ze zelf ook. Lieve Bea! Dan is zo’n mens toch definitief in ieders hart gesloten geraakt.

En Pieter handelde als voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid gisterochtend dat verongelukte Turkse vliegtuig af, en werd onderdanig aangekondigd als ‘de heer meester Pieter Vollenhoven’, waarna hij door de verslaggever bij de persconferentie nog werd gecorrigeerd, want die zei: ‘U hoort professor meester doctor ingenieur, architect, dominee, medisch doctorandus arts, Pieter van Vollenhoven.’

Prins heeft hij zich (kinderachtig!) nooit mogen noemen. Maar de eer is ontzettend hersteld.

Jan blokker