De eerste feministische manifestatie in de Hongaarse literatuur

Margit Kaffka: Kleuren en jaren. Vert. uit het Hongaars Mari Alföldy. Van Gennep, 272 blz. € 18,90

Het is misschien het belangrijkste moment in het leven van een vrouw: wanneer ze opeens zichzelf ziet in de spiegel, en niet alleen de reflectie van haar buitenkant; wanneer ze plotseling beseft dat ze zelf bestaat en niet slechts een afgeleide is van anderen; wanneer ze zich bewust wordt van haar kracht. In het leven van Magda Pórtelky komt dat moment op haar 27ste, nadat haar echtgenoot zelfmoord heeft gepleegd. De woorden van haar moeder dienen als spiegel: ‘En nu zou je je een beetje moeten vermannen om over de toekomst na te denken!’

De lezer denkt, aangekomen op de helft van de roman: nu komt de wending, nu gaat de dociele, maar ambitieuze Magda haar lot in eigen hand nemen en zich losrukken van de verstikkende familiebanden. Maar Margit Kaffka (1880-1918) blijft bij de realiteit van de dag, in het eerste decennium van de 20ste eeuw in het multi-etnische, Hongaarse deel van het Habsburgse Rijk.

Kleuren en jaren (1912), de eerste en belangrijkste roman van Kaffka, geldt als de eerste en zeer krachtige manifestatie van het feminisme in de Hongaarse romankunst. Het is geschreven in de vorm van memoires, tot die tijd de enige uitingsvorm van vrouwen in het Hongaarse proza.

Magda kijkt als oude vrouw terug op haar leven, hoe ze opgroeide in een verarmd adellijk gezin onder de leiding van haar wijze, sterke grootmoeder die ook het leven van haar dochter, de jonge weduwe-moeder van Magda, richting gaf en het aanzien van het gezin in de uitgebreide familie en de gemeenschap hoog wist te houden. Op haar advies trouwt Magda met een welgestelde en ambitieuze burgerman, een jurist, die door de verbintenis hogerop tracht te komen. Ambitie is wat hen bindt, en wat Magda’s kijk op de wereld bepaalt. Zij kan haar eigen ambities niet zelf verwezenlijken, slechts door iemand anders – door een man.

Wanneer het vicegouverneurschap van het comitaat (soort provincie) voor haar echtgenoot te hoog gegrepen blijkt, stort met zijn zelfmoord ook haar leven in. Naarstig gaat ze op zoek naar een nieuw bestaan – alle denkbare vrouwenlevens passeren de revue als Magda nu eens bij die oom, dan weer bij die tante intrekt, gebruikmakend van het ‘sociale vangnet’ dat familie heet, om uiteindelijk weer te trouwen, ongelukkig te worden en haar plichten als moeder en echtgenote ten slotte met berusting te aanvaarden.

Kaffka zelf maakte in haar eigen leven, dat parallellen toont met dat van Magda, radicale keuzes. Na haar studie werkte ze als onderwijzeres en weigerde ze zelfs na haar trouwen haar baan op te geven. Toen haar huwelijk strandde, koos ze ervoor samen met haar zoontje zelfstandig door het leven te gaan in Boedapest, waar ze onder de invloed raakte van het impressionisme, de kosmopolitische sfeer en, zoals zo velen van haar tijdgenoten, het symbolisme van de charismatische dichter Endre Ady.

Vanaf de oprichting ervan in 1908, publiceerde ze eerst gedichten en later ook proza in het toonaangevende tijdschrift Nyugat. Sociaal engagement werd steeds belangrijker in haar werk. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog hertrouwde ze met een arts uit de kring van de radicale artistieke avant-garde. Eind 1918 bezweek ze aan de Spaanse griep.

In Kleuren en jaren laat Kaffka haar hoofdpersoon tot het eind toe tobben, tenenkrommend gepreoccupeerd zijn met wat anderen van haar denken of zouden kunnen denken, opkijken tegen de één en neerkijken op de ander, zoals het volgens ongeschreven regels betaamt, en vooral angstig terugdeinzen van een radicale verandering in haar eigen leven. Zo blijft Magda een antiheldin op de grens van ouderwets en modern, feodaal en burgerlijk, geketend en vrij. En zo wordt haar zoektocht naar rust en voldoening eigenlijk een spiegel van de maatschappij waarin ze leeft.