Compleet overwoekerd met virtuele klimop

Toen iedereen een tijd terug een Hyvesprofiel aanmaakte, deed ik het ook. Iedereen vroeg of ik al hyvde en ook de zin: ‘Ik heb hem gister gekrabbeld’ viel steeds vaker, dus ik moest opschieten, anders miste ik de aansluiting met mijn generatiegenoten. Bovendien klonk hyven gezellig. Als met zijn allen achter de computer discussiëren over potplanten.

Dat was het niet. Ik bleek totaal ongeschikt voor het medium. Ik had geen foto’s om up te loaden, ik begreep de geinige ‘iemand heeft een crush op jou’-functie niet en bovendien wilde ik helemaal niet weer in contact komen met oude klasgenoten. De meeste mensen verlies je uit het oog omdat je daar hard je best voor doet. Al snel liet ik mijn profiel verloederen, maar omdat ik wel uitnodigingen kreeg vroeg ik Hyves of ze mij wilden helpen met een zelfmoord. Ik ben gegaan, in stilte.

Wat hebben we hiervan geleerd, spelende vrouw? Niet veel. Het is een aantal jaar later en op dit moment bezit ik een account van Facebook, Twitter én LinkedIn. Ik weet niet precies wat ik dacht toen ik die laatste aanmaakte (stiekeme hoop op een aangeboden topfunctie bij een bedrijfsmakelaar? Een tip over het vertrek van een verzorger bij de Apenheul?) In ieder geval is mijn LinkedIn-acount compleet overwoekerd met virtuele klimop. Maar met mijn Facebook-profiel is er iets anders aan de hand.

Facebook zou een prettige manier moeten zijn om mijn hele leven te delen met iedereen (deze manische omschrijving hanteren ze zelf). Al mijn vrienden hebben vlijtige profielen, vol grappige status-updates, fotoshoots met Mickey Mouse-oortjes op en communicatie alom. In het begin deed ik opnieuw een poging om als een soort Frankenstein mijn profiel leven in te blazen. Elke dag las ik wat mijn vrienden deden. Maar in plaats van een gevoel van contact, een ‘he wat heerlijk dat Hanna aan het picknicken is’, besloop mij een gevoel van onrust. Je hoeft niets te missen. Als ik maar alles deelde, alles bekeek en veel op de i like-button klikte. Ik moet iets doen, dacht ik. En ik moet dat op Facebook zetten. Het voelde als een vakantie waarin je constant bezig bent met foto’s nemen.

Hoe meer ik over mijn vrienden las, hoe afstandelijker de stroom van informatie me voor kwam, alsof het over vreemden ging. Daarbij kreeg ik het gevoel dat Facebook als geheel een soort entiteit was geworden. Een soort vriend. Een vriend die ik veel te weinig aandacht gaf. Die me verwijtende blikken gaf. Waar ik niet meer naartoe durfde omdat ik dan eerst heel veel moest inhalen. Ik voelde me schuldig. En als ik hem dan uiteindelijk toch een bezoekje bracht en weer de nieuwe stroom informatie zag, klikte ik snel weg.

Toch durf ik de zelfmoord niet aan. Ik ben nog te bang om te missen.

Renske de greef