Christelijke ouders bang voor de schande

Seksueel misbruik kwam ook voor op protestantse internaten. Dat behoeft eveneens onderzoek, vindt ex-voorzitter Wiersma van internatenvereniging VIN.

Vanmiddag presenteerde Wim Deetman zijn plan van aanpak voor het onderzoek naar het seksueel misbruik in rooms-katholieke instellingen. Volgens Guido Wiersma, van 1982 tot 1992 voorzitter van de Vereniging Internaten Nederland (VIN), moeten ook (voormalige) protestants-christelijke internaten en internaten op algemene grondslag onder de loep worden genomen.

Bij de VIN waren vijftien van zulke internaten aangesloten. Ook bij die internaten kwam misbruik voor, al had het niet de omvang van het misbruik op katholieke internaten, aldus de oud-voorzitter.

Wiersma (1947) heeft zich bij Deetman gemeld. Hij kreeg een e-mail terug waarin Deetman schreef dat hij Wiersma weet te vinden als hij hem nodig heeft.

„Tot nu toe heb ik niets gehoord. Maar ik vind het onverminderd belangrijk dat Deetman zijn werkterrein verbreedt. Om de situatie in de katholieke internaten goed te beoordelen, moet je ook weten hoe het elders toeging.”

Verschilden katholieke internaten van protestantse?

„Er is een duidelijk verschil: de geslotenheid van het katholieke systeem. Protestantse internaten boden leerlingen toch vaak meer vrijheid en ruimte. Bij katholieke internaten waren school en internaat doorgaans op één terrein. Bij protestanten gingen leerlingen meestal naar een school buiten het internaat. Ook mochten leerlingen frequenter naar huis.

„Het verschil is ook dat katholieke internaten een opvoedingsrol hadden, zoals het kweken van priesters. Ze kwamen voort uit de katholieke emancipatiestrijd. Zulke doelen hadden protestantse internaten zelden. Ze waren er omdat het praktisch was, wegens de grote afstand tussen woonplaats en middelbare school. Na de oorlog vingen de internaten jongeren op, wier ouders door werk in het buitenland verbleven, die leermoeilijkheden hadden of die thuis moeilijk functioneerden.”

Waren er meer verschillen?

„Het celibaat. Dat legde katholieke geestelijken onthouding op, heel kunstmatig. Zij leefden in een gesloten mannen- of vrouwenomgeving met jonge kinderen. Daarmee waren de risico’s en verleidingen groter dan wanneer mensen vrijelijk relaties konden aangaan, en naar buiten konden.

„De katholieke opvoeding rond het thema seksualiteit was sowieso strikter en strenger. We kennen de calvinistische kant van de protestanten, maar niet met zoveel beladenheid als van katholieke zijde.”

Toch is seksueel misbruik niet exclusief katholiek. Het kwam ook voor op protestantse internaten.

„Zeker. Dat er relatief weinig meldingen over misbruik bij protestantse internaten zijn, komt natuurlijk ook omdat er veel meer katholieke waren. Vóór de oorlog waren er 120 middelbareschoolinternaten. Ruim tweederde daarvan was katholiek.”

Ook in het internaat waar u werkte kwam misbruik voor?

„Ja. Ik was hoofdgouverneur en later adjunct-directeur van het [oorspronkelijk Christelijke] Jongensinternaat Zeist. Twee jaar geleden meldde zich een oud-leerling bij mij met de mededeling dat hij en enkele andere jongens in 1975 misbruikt waren door een staflid. Als leiding wisten wij er destijds niets van. Bij ons bestond er geen pedofiele cultuur. Het toont aan dat het kan gebeuren zonder dat de leiding het in de gaten heeft.”

Het kwam vaker voor?

„Ik heb het ook meegemaakt als voorzitter van de VIN. In 1986 meldde een moeder dat haar dochter misbruikt was op internaat Boekenrode in Baarn. Dat was bij de VIN aangesloten. De directeur gaf toe een te nauwe band met het meisje gehad te hebben. Drie jaar later kreeg ik opnieuw een melding over de directeur. Toen is dat internaat geroyeerd. Een tweede geval heeft zich eind jaren tachtig voorgedaan op de Internationale School Vilsteren, bij Ommen.

Is er aangifte gedaan bij politie?

„Van het eerste geval is geen aangifte gedaan door de moeder. Ze vreesde de schande. Het tweede is bij het parket aangegeven, maar werd geseponeerd. De betrokkene is met pensioen gestuurd; het internaat later gesloten.”

Er bestond bij ouders schroom om de politie te bellen?

„Ouders waren bang voor de schande en mogelijke extra beschadiging van hun kind door publiciteit of een procedure. Toch was het beter geweest als het meteen boven water gekomen was.”

Waarom duikt het misbruik nu op?

„Ik denk dat de beladenheid van deze zaken vroeger groot was, net als de schaamte. Ouders geloofden het ook vaak niet. Als kind kon je dan nergens naar toe. Dus sprak je er niet over. Heel beklemmend.”

Meer artikelen opnrc.nl/misbruik-kerk