Britse kiezer gunt de zege aan niemand

Onzekerheid is troef nu bij de Britse kiezer de liefde voor Labour is bekoeld, maar de Tories niet in de armen worden gesloten.

Voor het eerst sinds 1974 heeft de Britse kiezer het land opgescheept met een Lagerhuis waarin geen enkele partij de absolute meerderheid heeft. De vernieuwing waarop veel Britten de afgelopen weken hadden gehoopt, neemt daardoor een minder vaste vorm aan dan gebruikelijk in de Britse politieke geschiedenis.

Door de uitslag kan, anders dan de traditie wil, ditmaal een nieuwe premier nog niet zijn intrek nemen in Downing Street 10, terwijl de huidige bewoner – Gordon Brown – zich evenmin verzekerd weet van een verder verblijf na de gevoelige nederlaag van zijn partij. Onzekerheid is troef.

Dat is geen uitslag die waar dan ook met enthousiasme wordt ontvangen. Het is precies waarvoor de financiële markten hadden gevreesd. Niet voor niets zakte het Britse pond vanmorgen prompt op de wisselkoersmarkten.

Als enige winnaar zijn wellicht de Conservatieven aan te merken. Ze wonnen fors. Met 621 van de 650 Lagerhuisleden bekend, staan de Tories op een winst van 92 zetels, een voorlopig totaal van 291. Sinds de jaren 30 van de vorige eeuw hadden ze geen kans meer gezien er zoveel zetels bij te winnen als gisteren. Vooral in Zuid-Engeland zijn ze nu oppermachtig. Maar de kiezers waren niet voldoende van David Cameron en zijn team gecharmeerd om ze een absolute meerderheid van 326 zetels en dus de sleutels tot de regering direct in handen te geven. Een aardverschuiving, zoals Labour in 1997 onder leiding van Tony Blair teweegbracht, bleef uit. Procentueel behaalde de Conservatieve Partij een winst van 3,9 procentpunt.

Cameron zelf maakte vannacht in bedekte termen aanspraak op de regering. „De Labour-regering heeft haar mandaat om te regeren verloren”, stelde hij, maar de 43-jarige Tory-leider besefte dat hij afhankelijk is van anderen om zelf het roer te kunnen overnemen. Daardoor was van een feestelijke stemming ook bij de Tories niet veel te merken.

Feit is dat de Labour-partij van premier Gordon Brown een zware nederlaag leed. De partij is na dertien jaar haar meerderheid in het Lagerhuis kwijt en ze is een stuk kleiner geworden in zeteltal dan de Conservatieven. Maar het verlies van 87 Lagerhuisleden is minder rampzalig dan ze nog maar enkele weken geleden vreesde.

Browns herhaalde waarschuwingen om de Tories buiten de deur te houden omdat het beheer over de economie niet aan hen kon worden toevertrouwd, misten hun uitwerking op veel mensen met een kleine beurs niet. Vooral in Noord-Engeland en Schotland handhaafde Labour zich verrassend goed.

Vervolg Verkiezingen: pagina 5

Clegg-mania niet in stemmen omgezet

Al vroeg in de verkiezingsnacht werd bovendien duidelijk dat de Liberaal Democraten, die tijdens de campagne het zout in de pap waren geweest en goed scoorden in de peilingen, zetels verloren in plaats van te winnen, al stemden per saldo meer mensen op hen dan ooit tevoren. De LibDems blijven voorlopig steken op 52 Lagerhuisleden, terwijl ze in het huidige parlement met 63 leden zijn vertegenwoordigd.

Maar eenmaal in het stemhokje bleken de meeste kiezers de boodschap van hun voorman Nick Clegg om met een stem op de Lib Dems voor politieke vernieuwing te zorgen toch liever naast zich neer te leggen. De ‘Clegg-mania’, die zich vooral na het eerste van drie televisiedebatten tussen de leiders van delen van het land had meester gemaakt, bleek goeddeels verdampt.

De uitslag suggereerde dat de Liberaal Democraten én de media de woede van de kiezers over het bestaande politieke stelsel nogal hadden overschat. Veel kiezers spraken de laatste maanden hun verontwaardiging uit over de zelfverrijking van veel Lagerhuisleden op kosten van de belastingbetaler, die vorig jaar aan het licht kwam. Veel parlementariërs bleken een uitzonderlijk liberaal declaratieregime jaren te hebben misbruikt. Maar het was nooit duidelijk hoe de kiezers die woede in het stemhok tot uiting zouden brengen.

Evenmin kunnen de Liberaal Democraten na hun matige vertoning van gisteren betogen dat de Britten duidelijk hebben aangetoond dat ze een nieuw kiesstelsel van evenredige vertegenwoordiging willen, zoals de partij al heel lang nastreeft. Het huidige stelsel, waarbij alleen de winnaar van het district wordt verkozen, is in het nadeel van de derde partij.

De ironie is intussen dat Clegg niettemin een sleutelrol kan spelen bij de vorming van de volgende regering. Met steun van de Lib Dems zou Cameron gemakkelijk aan een meerderheid in het Lagerhuis komen.

Het probleem voor de Liberaal Democraten is echter dat ze inhoudelijk in veel opzichten dichter bij Labour staan. Maar aanschuiven bij Gordon Brown, die net een flink pak slaag van de kiezers heeft gehad, is evenmin een lonkend perspectief. Bovendien lijken Labour en de Lib Dems samen nog niet eens genoeg zetels te hebben voor een meerderheid. Daardoor zou er nog steun van derden nodig zijn, bij voorbeeld van regionale partijen uit Schotland en/of Wales.

Het is geen wonder dat Clegg vanmorgen vroeg in zijn eigen kiesdistrict in Sheffield nog geen kleur wilde bekennen, al stak hij zijn teleurstelling over de magere resultaten van zijn eigen partij niet onder stoelen of banken. „Ik geloof niet dat iemand nu inderhaast met aanspraken moet komen of besluiten moet nemen, die niet tegen de tand des tijds zijn bestand. Ik geloof dat het het beste zou zijn, als iedereen even de tijd nam, zodat mensen de goede regering krijgen die ze in deze moeilijke en onzekere tijden verdienen.” Later vanochtend, in Londen, verklaarde hij dat de Conservatieven wat hem betreft als eerste een kans verdienen om een regering te vormen.

Volgens de regels is echter premier Gordon Brown als zittend premier eerst aan zet. Al voor de verkiezingen was duidelijk dat hij er alles aan zal doen in Downing Street te blijven zitten. Het is echter twijfelachtig of hem dat gaat lukken. Ook Brown, die er dodelijk vermoeid uitzag, liet vannacht in zijn Schotse kiesdistrict nog niet veel los over zijn strategie. Hij zei slechts dat het zijn plicht was ervoor te zorgen dat Groot-Brittannië „een sterke, stabiele regering met stevige principes” heeft.

Veel troeven heeft hij niet meer achter de hand. Het is bovendien goed denkbaar dat de Lib Dems alleen geïnteresseerd zijn in Labour, wanneer dat Brown zelf terzijde schuift. Met een nieuwe leider bij Labour, bijvoorbeeld de huidige minister van Buitenlandse Zaken David Miliband, zou een coalitie al minder oudbakken ogen. Ook een minderheidskabinet onder Browns leiding lijkt kansloos.

Cameron heeft betere papieren dan Brown. Niet alleen zou hij kunnen proberen Clegg tot een coalitie te verleiden, hij zou ook al een meerderheid kunnen halen met hulp van regionale partijen. Het is ook niet perse nodig om een coalitieregering te vormen. Hij zou ook een minderheidsregering kunnen leiden. Die kan duurzamer zijn dan velen denken. In Schotland is er bij voorbeeld een regionale regering onder leiding van de Schotse Nationale Partij (SNP), die het gebied op die basis al drie jaar met een zekere mate van succes bestuurt. Het is geen toeval dat Camerons adviseurs het Schotse scenario nadrukkelijk hebben bestudeerd.