Bookmaker van de grootste weddenschap in de geschiedenis

Michael Lewis: The Big Short: Inside the Doomsday Machine. W.W. Norton & Company, 288 blz. € 25,99

‘Straks barst de bubbel voordat ik deze deal heb gesloten.’ Michael Burry heeft haast. In mei 2005 koopt Burry – voormalig arts met glazen oog en Asperger-syndroom – tientallen verzekeringspolissen tegen het risico dat Amerikaanse huiseigenaren hun hypotheek niet langer kunnen aflossen. Zijn angst: dat de rest van de wereld ook ontdekt dat de huizenmarkt van de VS op instorten staat. Voor iedere dollar die Burry betaalt aan verzekeringspremie, krijgt hij 40 dollar uitgekeerd als het aantal wanbetalers in een bundel hypotheken stijgt tot acht procent. De inleg is laag en voorspelbaar, de potentiële uitbetaling van deze verzekering – credit default swap (CDS) – enorm.

Burry weet zeker dat hij deze weddenschap gaat winnen. In zijn ogen is de Amerikaanse huizenmarkt gebouwd op drijfzand. Gelokt door lage aanvangsrentes kopen miljoenen Amerikanen huizen die ze niet kunnen betalen. Een Mexicaanse aardbeienplukker krijgt een hypotheek voor een villa van zeven ton in Californië.

Burry’s haast blijkt onnodig. Vanuit zijn verduisterde kantoor in Silicon Valley zal hij nog twee jaar lang ongestoord verzekeringen afsluiten, tot in de zomer van 2007 huiseigenaren massaal achterblijven met hun hypotheekaflossingen. Het zijn de inmiddels beruchte subprime hypotheken. De kredietcrisis begint. Burry’s kassa rinkelt.

In The Big Short, geschreven met oog voor detail en gevoel voor humor, volgt Michael Lewis het verhaal van Burry en een handvol andere Amerikanen die miljarden hebben verdiend aan het barsten van de hypotheekbubbel. Het is het verhaal van grote winnaars en verliezers, met een verrassende rol voor zakenbank Goldman Sachs als alwetende alchemist.

The Big Short is niet het eerste boek over de kredietcrisis, maar waar andere auteurs lessen proberen te trekken, gaat Lewis op zoek naar het geheim van de winnaars. Volgens Lewis – bekend van Liars Poker over zijn korte carrière als obligatiehandelaar in de jaren tachtig – ligt het antwoord in hun onorthodoxe kijk op de wereld. De winnaars zijn oddballs, eenzame pessimisten die ingaan tegen de heersende opvatting dat de huizenprijzen niet kunnen dalen.

De oddballs werken niet bij de grote zakenbanken. Ze zijn buitenstaanders, maar dat is juist hun kracht. Ze wantrouwen iedereen, vooral de kredietbeoordelaars die een onafhankelijk oordeel moeten geven over de kwaliteit van de hypotheekbundels. De autistische Burry – hij beëindigt zijn artsenloopbaan als patholoog-anatoom vanwege zijn afkeer van patiënten – leest als een van de weinigen zelf de prospectussen van hypotheekobligaties. Hij is geschokt. Krijgt deze rommel de hoogste kredietwaardering, triple A?

Als Burry geld wil verdienen met zijn sombere inzicht moet hij, flink aandringen bij de zakenbanken op Wall Street voordat de verzekeringen, credit default swaps, worden aangeboden voor hypotheekobligaties. De enige bank die meteen interesse toont is Goldman Sachs. Deze bankiers voelen er echter niets voor om zelf de weddenschap met Burry aan te gaan, om de gok te nemen dat miljoenen Amerikanen hun hypotheek blijven afbetalen. Ze koppelen Burry aan een partij die dat wel wil: AIG, American Insurance Group, het verzekeringsconcern dat later met miljarden overheidsteun werd gered. AIG verkoopt via Goldman Sachs al jaren swaps op andere obligatiesoorten. Doel: het binnenhalen van een constante stroom verzekeringspremies.

Zo wordt Goldman Sachs de bookmaker van de grootste weddenschap in de geschiedenis. De bank verdient aan elke verkochte credit default swap, zonder zelf risico te lopen. Daarbij profiteren ze van het grote verschil in visie tussen de twee gokkende partijen: de verzekeraars kijken naar de hoge kredietstatus van de hypotheekobligaties, terwijl kopers als Burry hun oordeel baseren op de rommel die in de obligaties is gestopt.

The Big Short is extra relevant nadat Goldman Sachs in april werd aangeklaagd door de Amerikaanse toezichthouder SEC vanwege fraude bij deze handel in credit default swaps. Als we het boek van Lewis mogen geloven niet geheel onterecht. Goldman Sachs houdt in ieder geval actief het verschil in visie in stand die de CDS-machine voedt. Als AIG op een gegeven moment bezorgd bij Goldman Sachs informeert naar de gezondheid van de onderliggende hypotheekobligaties die ze verzekeren, sussen ze dat de Amerikaanse huizenprijzen in geen zestig jaar zijn gedaald. Tegelijkertijd laten ze Burry zelf de rotste hypotheekobligaties uitzoeken voor de weddenschappen.

Lewis maakt pessimisten als Burry de helden van zijn verhaal. Maar uiteindelijk zijn de oddballs slechts een pion in het spel van grote zakenbanken. Net als de naïeve verzekeraars, zijn de pessimisten nodig om de grote geldmachine draaiende te houden.