Beleggers frustreren de politici

Europese regeringsleiders bekrachtigen vanavond hun steun aan Griekenland. Maar hun grootste zorg is de euro.

Op de vraag of de eurocommissarissen deze week de chaos op de financiële markten hebben besproken, en de koersval van de euro, zegt een hooggeplaatste: „Nee. De Europese Commissie gaat niet over de euro.”

Strikt genomen is dit juist.

Naast de Europese Centrale Bank, die de monetaire stabiliteit van de euro bewaakt, zijn de regeringen van de zeventien eurolanden verantwoordelijk voor wat er met de munt gebeurt. De regeringsleiders van deze landen komen vanavond in Brussel bijeen om de lessen van de Griekse schuldencrisis te bespreken. Ook zullen ze nogmaals bevestigen dat ze 80 miljard euro aan Griekenland gaan lenen. Dat hadden de ministers van Financiën zondag al besloten. Maar omdat veel parlementen de leningen deze week nog moesten goedkeuren – het Duitse en Nederlandse vandaag – zegt een diplomaat, „kan het geen kwaad dit nogmaals te bekrachtigen”.

Dit illustreert hoe rationeel het antwoord is dat Europese politici nog altijd geven op de turbulentie op de financiële markten. In hun ogen ging het in Griekenland goed mis, maar nu eurolanden en IMF voor drie jaar 110 miljard euro aan Athene lenen, is het land tegen uitglijden beschermd. De Grieken hoeven drie jaar niet op de markten te lenen. Van wurgende rentestijgingen hebben zij voorlopig geen last. Griekenland, argumenteren Europese politici, vormt maar 2,5 procent van de Europese economie. Aangezien Portugal en Spanje lage staatsschulden hebben en een functionerend overheidsapparaat, en niet met cijfers hebben geknoeid, is het vuur met die 110 miljard gedoofd. Niks besmetting naar andere eurolanden.

ECB-voorzitter Jean-Claude Trichet sprak namens veel Europese gezagsdragers toen hij gisteren op een persconferentie in Lissabon zei: „Portugal en Griekenland zitten niet in hetzelfde schuitje. Dit zie je als je naar feiten en cijfers kijkt. Portugal is Griekenland niet. Spanje is Griekenland niet.”

Op dezelfde dag beleefde de beurs in New York een spectaculaire dip. De euro daalde verder. Spanje betaalde plotseling hogere rentes op staatsleningen. Een kredietbeoordelaar waarschuwde Ierse, Spaanse, Portugese en Italiaanse banken voor afwaarderingen. Volgens Marco Annunziata, een econoom bij Unicredit die vaker in de pers wordt geciteerd dan de voorzitter van de eurozone, „slaan de vlammen dwars door de firewall van het EU-IMF-programma”. Het lijkt erop dat de rationele wereld van de politici weinig raakvlakken meer heeft met de financiële wereld.

Dat maakt het debat in Brussel surrealistisch. Politici, die naar Europese begrippen razendsnel – in drie maanden – een uniek financieel gebaar naar Griekenland maakten, zijn gefrustreerd omdat beleggers dit niet waarderen. Eurocommissaris Michel Barnier heeft zo genoeg van ’s werelds drie kredietbeoordelaars dat hij een „onafhankelijke” Europese kredietbeoordelaar wil. Europees president Van Rompuy veroordeelt de „totaal irrationele bewegingen op de markten, in gang gezet door onbevestigde geruchten”. In een brief met voorstellen voor de eurotop vanavond geven de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Franse president Nicolas Sarkozy speculanten de schuld van de escalatie van deze crisis. Maar bij de Commissie, belast met onderzoek naar de rol van deze speculanten, komen ze maar weinig belastend materiaal tegen.

Gillian Tett van de Financial Times begrijpt hoe boos de politici waren toen een kredietbeoordelaar de Griekse staatsschuld de junkstatus gaf, een kwartier voordat de markten sloten – waardoor handelaars, in paniek, zoveel mogelijk probeerden te verkopen. Ze begrijpt ook hun woede over beleggers die woensdag aan de haal gingen met het valse gerucht dat Spanje 300 miljard van het IMF wilde lenen. In zo’n irrationeel klimaat politiek voeren, is geen sinecure. Maar, schreef Tett gisteren, regeringsleiders moeten beseffen dat het spel ineens anders wordt gespeeld. Griekenland speelt dezelfde rol als de Amerikaanse bank Bear Stearns, die begin 2008 omviel. De bank was, net als Griekenland, te klein om het ‘systeem’ te bedreigen. Maar niemand hield zo’n faillissement ooit voor mogelijk, dus met de bank ging ieders vertrouwen in het hele financiële systeem op de helling. „Een mentale Rubicon werd overgestoken. Dat maakte beleggers onzeker over de reikwijdte van élke crisis. Iets dergelijks is nu aan de gang.”

Tett ziet één manier om deze psychologische omslag te stoppen: „Kordaat overheidsingrijpen”. In 2008 werd de bankcrisis ook pas bezworen door massief overheidsingrijpen. Bondskanselier Merkel, de bedachtzaamheid zelve, zei gisteren: „Dit is een strijd tussen politici en de markten. Ik ben vastbesloten om te winnen.” De brief van Merkel en Sarkozy staat vol bedachtzame antwoorden op de crisis, van een strikter Pact tot betere economische coördinatie. Sommigen koesteren echter de hoop dat de Europese politiek binnenkort toch een ‘Rubicon’ oversteekt.