Beker gevierd als een hoofdprijs

Ajax werd gisteravond na het behalen van de KNVB beker niet op het Leidseplein maar in de Arena gehuldigd.

Laura Starink

Dropen de Ajaxfans afgelopen zondag, toen niet hun club maar FC Twente kampioen werd, al ver voor het laatste fluitsignaal in de stromende regen de Arena uit, gisteravond konden ze er geen genoeg van krijgen. Zo’n 13.000 supporters bekeken de wedstrijd op grote schermen in de gratis toegankelijke thuishaven van Ajax en bij elk doelpunt vlogen de bekers bier je om de oren.

Duizenden fans bleven na de wedstrijd in het stadion wachten op hun helden, die zich na de zege op Feyenoord per Ajaxbus, voorafgegaan door motorpolitie met zwaailicht, naar de Arena spoedden. Om problemen te voorkomen had de gemeente besloten af te zien van de traditionele huldiging op het Leidseplein.

De fans doodden de tijd met bier, hasj en luidkeels gezang (‘Bloed, zweet en tranen’, ‘Een bossie rooie rozen’, ‘Ik heb de hele nacht van je liggen dromen’, ‘Ik zit hier in een kooi maar jij bent vrij’). De levensliederen werden afgewisseld met spontaan aanzwellende spreekkoren (‘Joden, joden, joden’) en het geuzenlied van de Ajaxfans, op de muziek van Vader Abrahams smurfenlied: „Waar komen joden toch vandaan? Uit Israël hier ver vandaan. Wonen daar ook superjoden? Ja, daar wonen superjoden. Vinden joden voetbal fijn? Als ze maar voor Ajax zijn!”

Op de grote schermen was de roadmovie van Ajax te volgen, een breed lachende Suarez-met-beker voorin de bus. Toen door de voorruit tegen half elf de helverlichte Arena opdoemde, werd de menigte uitzinnig. Rode toortsen werden ontstoken, een enkeling liet vuurwerk ontploffen.

Plaatsvervangend burgemeester Lodewijk Asscher feliciteerde het team namens de trotse stad. Eén voor één werden de spelers op het podium toegejuicht. Een enkeling maakte een dansje van blijdschap. Siem de Jong, Demy de Zeeuw, Suarez en trainer Martin Jol scoorden het hoogst bij het publiek.

Om half twaalf begon de grote ordelijke uittocht uit de Arena, door een zee van bierblikjes en platgetrapte plastic bekertjes die de omgeving van de Arena dankzij de staking van de schoonmakers nog dagenlang zal ontsieren. In de bomvolle metro naar het stadscentrum ging het zingen door. „Helemaal niks voor Rotterdam..”