Angstbomen

Hoe weet ik of ik kijk naar een knappe vrouw, of naar het werk van een knappe schilder?’, verzuchtte Hendrik VIII in de televisieserie The Tudors. Ik keek naar een knappe koning, of naar het werk van een knappe acteur.

De koning heeft een stapel getekende portretten van mogelijke echtgenotes in zijn handen. Alleen van de kandidates Anna en Amelia van Kleef heeft hij geen beeltenis. De schilder Cranach is ziek, stelt de broer van Anna en Amelia, die afgezanten van het Engelse hof ontvangt. Hij is niet gecharmeerd van het idee dat zijn zussen gekeurd moeten alvorens er trouwplannen gemaakt kunnen worden. De afgezanten laten zich niet uit het veld slaan: ‘We kunnen Holbein wel even langs laten komen.’

Ik had met Hendrik te doen, al liet hij iedereen die ook maar een knipoog gaf in de richting van ontrouw aan hem of het land – wat in zijn ogen hetzelfde was – onthoofden of op de brandstapel zetten. Zelfs een vierjarig jongetje, familie van de katholieke Reginald Pole, werd door toedoen van de koning onthoofd.

Hendrik VIII zegt van zijn vader te hebben geleerd dat als je ook maar een twijgje van een verrader heel laat er een grote kans is dat dit uitgroeit tot een boom. Voor je het weet heb je een ondoordringbaar woud van landverraders en vijanden. De vorst zei niets over een woud, maar ik zag het in zijn woeste, maniakale blik groeien. Wijd vertakkende bomen. Angst deed de takken om zich heen grijpen, versterking zoeken in de aanwas van nieuwe angstbomen.

Ik heb zulke bomen vaker zien groeien. Ik heb ze gezien in de ogen van Geert Wilders. Elke keer dat hij het woord ‘islam’ in de mond neemt, barst er een nieuwe tak uit een stam. Toen hij in zijn toespraak bij de presentatie van het verkiezingsprogramma van de PVV uitsprak: ‘Wij kiezen voor minder massa-immigratie en minder islam’, werd het angstwoud in zijn hoofd ondoordringbaar.

Maar dit terzijde. Hendrik twijfelt met recht aan de gelijkenis van de huwelijkskandidates met de hem aangereikte portretten. Ikzelf was de wanhoop nabij toen ik onlangs de documentatie van aanmelders voor de Rijksakademie moest bekijken. Behalve oorspronkelijk werk – schilderijen, tekeningen en foto’s – waren er gefotografeerde kunstwerken te zien. Omdat ik weet hoe moeilijk het is een kunstwerk te fotograferen, hield ik er rekening mee dat ik keek naar gemiddeld werk, vastgelegd door een talentvolle fotograaf – een familielid van de zich aanmeldende kunstenaar wellicht – wanneer ik onder de indruk was. Moesten we het familielid niet toelaten?

En wanneer ik na een reeks grauwe dia’s een kruis zette door een aanmelding, kon ik niet uit mijn hoofd krijgen dat de representatie van het werk niets te maken hoeft te hebben met het werk zelf. Er kon een genie schuilgaan achter de grijze afbeeldingen van moeilijk te ontwaren objecten. Er ontsproot een grijze struik aan mijn getwijfel. Ik stelde mezelf niet gerust met de gedachte dat een kunstenaar in staat moet zijn om zijn werk goed in beeld te brengen.

Holbein maakte een portret van Anna van Kleef dat zo in de smaak viel bij Hendrik dat er een huwelijk kon worden gesloten. Toen hij haar ontmoette kon hij zijn teleurstelling niet verbergen. Hij liet er geen misverstand over bestaan dat hij het niet lang zou uithouden met ‘de vlaamse knol’. Het huwelijk hield nog geen jaar stand. Holbein kreeg na zijn verfraaiing van de werkelijkheid geen opdracht meer van het koningshuis.