Ambitie om een gat te vullen

Op de plek in Amsterdam waar de beroemde iT zat, is nu club AIR geopend.

Geen kopie zegt de eigenaar, wel een club met een eigen identiteit die de stad nu mist.

De zwarte stalen deuren bij de entree zijn het enige wat is overgebleven van de befaamde discotheek iT, vlakbij het Amsterdamse Rembrandtplein. In de hoogtijdagen in de jaren negentig was de extravagante homodiscotheek een internationale trekpleister. Na de dood van oprichter Manfred Langer in 1994, kalfde de populariteit langzaam af. Een gebrekkige isolatie waardoor de club niet meer op volle strekte muziek mocht draaien, zorgde ervoor dat de deuren van de iT in 2005 voorgoed sloten.

Op Koninginnenacht gingen die deuren na vijf jaar weer open. Nu verschaffen ze toegang tot club AIR. Een compleet nieuwe club,met een eigen indeling en interieur ontworpen door ontwerper Marcel Wanders. Maar veel van de gasten komen naar AIR vanwege het verleden van de locatie. Omdat er een nieuwe club open gaat „op de plek waar vroeger de iT zat”.

Toch wil AIR-oprichter Sander Groet, bekend van dance-events zoals Mysteryland, zo snel mogelijk van die vergelijking af. „De iT was legendarisch, maar het is voorbij. Daar moet je van afblijven. Wij moeten een eigen koers gaan varen.”

Wanders vergelijkt AIR met een moderne schilder: „Je kunt nooit beter worden dan Van Gogh, die heeft het uitgevonden. Daarbij: alles wat er slecht was aan de iT is al tien keer vergeten, alles wat er goed aan was is al tien keer opgeklopt. Dat aura van de iT heb je niet, als je het gaat vergelijken kan het alleen maar daarop stuklopen.”

Maar qua ambitie doet club AIR niet onder voor zijn illustere voorganger. Het Amsterdamse nachtleven is niet meer wat het geweest is voor de echte clubganger, zegt Groet. Het ontbreekt de hoofdstad „aan een club met een eigen identiteit, met vaste avonden. Elke zaterdag is er weer een ander soort feestje”.

AIR moet continuïteit brengen. Maar dat betekent niet dat het aanbod eentonig wordt: elke donderdag disco, house en electro; elke tweede zondag van de maand is het gaynight; en op de ‘This is...’-avonden wordt telkens een andere internationale dj uitgenodigd.

AIR moet Amsterdam ook internationaal weer op de kaart zetten. „Nog steeds zien mensen in het buitenland Amsterdam vooral als uitgaansplaats”, zegt Wanders die veel in het buitenland werkt, „maar op dat gebied hebben we het de afgelopen jaren wel een beetje laten afweten”.

Daar is Jort Schutte (28) het wel mee eens. Hij is vanavond met enige verwachtingen naar AIR gekomen. Hij hoopt dat AIR een beetje meer exclusiviteit kan bieden zoals Berlijnse clubs. „Ik heb de iT en de Roxy gemist, daar ben ik net te jong voor”, zegt Schutte. Maar afgaand op de verhalen van toen, hoopt hij dat Amsterdam met AIR weer „zo’n echte club” krijgt.

Simone van Asperen (40) kwam vroeger iedere Koninginnenacht met vrienden speciaal uit Leersum naar de Roxy, maar die traditie is flink verwaterd sinds haar vaste club afbrandde. „Ik heb nog een aantal jaren gezocht, maar échte clubs waar je lekker jezelf kunt zijn, zijn moeilijk te vinden,” zegt ze. Of AIR dat gat gaat vullen kan ze na een avond nog niet zeggen, „maar Amsterdam heeft het wel hard nodig.”

De hoofdzaal is een enorm hoge ruimte. Die wordt gebroken doordat de bezoeker vanaf de entree via drie niveaus naar de dansvloer wordt geleid. Daarnaast zijn er vijf barren, waaronder een cocktailbar, twee rookruimtes, een losse ruimte met tafeltjes grenzend aan de dansvloer en achterin een tweede kleinere danszaal. Veel ruimtes zijn ook af te sluiten met gordijnen, zodat het ook met driehonderd man vol lijkt.

Met geld kun je niet terecht bij AIR. De lockers bij de garderobe en de de drank moeten worden afgerekend met een speciale chippas, de ‘AIR-card’. Die kun je met je pinpas opladen bij binnenkomst of bij een van de oplaadpunten verspreid over de club. Voordeel is dat een drankje bestellen bij de bar sneller gaat. Nadeel is dat je niet voelt wat je uitgeeft per transactie. Er wordt geen prijs genoemd, de barman vraagt alleen om je kaartje.

AIR wil duurzaam zijn door bijvoorbeeld zuinig om te springen met water. Maar er wordt ook rekening gehouden met de houdbaarheid van het ontwerp. „Niets wordt sneller oud dan ‘het nieuwe’”, zegt Wanders. „Daarom moet het ontwerp niet te dateren zijn op vandaag, of dit jaar.” Zo hebben de toiletten in zijn ontwerp bronzen handvatten. „Dat kon je twintig jaar geleden doen, maar over tien jaar kan dat nog steeds”, aldus Wanders. Ook heeft elke ruimte en bar een eigen sfeer en aankleding. „Als je over een paar jaar eens wat anders wilt, kun je makkelijk een van die ruimtes aanpakken zonder dat de hele tent op de schop hoeft.”

De bronzen handvatten en de bloemetjes van ledverlichting die Wanders speciaal voor de kleine zaal ontwierp zijn overigens nog niet geplaatst. Groet schat dat het nog een week of drie zal duren voordat de club helemaal af is. Wanders zit ondertussen „met de tenen bij elkaar geknepen”. Een interieur is niet een idee, maar duizend ideeën die je orkestreert, zo legt hij uit. Daar zit de kunst in. Daarom had hij liever direct het eindproduct gepresenteerd.

Ook de tweede rookruimte, een van Wanders’ favorieten, is nog niet af. Op een van de wanden is al een glimp op te vangen van een enigszins cynisch ontwerp: een donkere print van dunne, groen-grijze bomen, waartussen de mist optrekt. Her en der een silhouet van menselijke figuren, met gieren als huisdieren op de arm. Wanders, geen rokersvriend, noemt het een „poëtische manier om naar een rookruimte te kijken.”