Zure zomerkoninkjes

Er zijn weer aardbeien. En al zijn het nog niet helemaal die superzoete zomerkoninkjes waar je van droomt, toch wil een mens wel meteen iets doen met aardbeien. En dat iets is een aardbeientaart. En wel een ouderwetse aardbeientaart, met banketbakkersroom waardoorheen slagroom is geslagen en daarbovenop die ietsje zurige aardbeien – dan is het ineens juist lekker dat die aardbeien nog niet zo geweldig zoet zijn, dat geeft precies het smaakcontrast dat je nodig hebt.

Zo’n taart is even een werkje, maar het is wel leuk om te doen in het weekend of op een meivakantiedag als je in het gelukkige bezit bent van een meivakantie.

Wie taart wil bakken voor toe, doet er goed aan om voor al het andere kookwerk gedaan moet worden aan de taart te beginnen, dit om te voorkomen dat er ineens knoflook zit aan het mes waarmee je de taartrand wilde afsnijden en ook omdat het een prettig en rustig gevoel is als de taart al min of meer klaar is.

Het is wel verstandig om deze taart tamelijk op het laatst in elkaar te zetten; ik had laatst al vroeg de banketbakkersroom in de taart gedaan en de aardbeien erbovenop, omdat ik zo graag met bewondering naar mijn eigen taart wilde kijken, en toen was de room toch tamelijk veel vloeibaarder geworden door het vocht dat nu eenmaal uit de aardbeien komt. Dat is jammer. Dus de taart monteren vlak voor de gasten komen of voordat je aan tafel gaat – er hoeven helemaal niet per se gasten bij, gewoon lekker zelf een taart opeten geeft veel vreugde.

Eerst het deeg. Daar gaan 2 eieren in en het wordt goed hard, wat prettig is want het moet eerst apart worden gebakken en daarna gevuld. Voor het blind bakken van het deeg is een verzwaring nodig die je erin legt, anders gaat het deeg bol staan en/of bij de randen inzakken. In kookwinkels zijn speciale (dure) deegknikkers te koop voor dit doel. Wat ook heel goed gaat is lekker veel gedroogde bonen gebruiken die je daarna apart doet in een pot of blik zodat je ze niet later nog gaat proberen te weken en te koken.

Roer de bloem met de suiker en het zout door elkaar. Doe er de boter bij en wrijf die door de bloem. Breek de eieren en kneed snel een glad en homogeen deeg.

Maak er een bal van, verpak die in plasticfolie en laat ten minste 1 uur in de ijskast rusten.

Verwarm de oven voor op 200 graden.

Rol het deeg uit op een met bloem bestoven werkvlak. Vet een springvorm met een doorsnee van 26 cm in. Rol het deeg om de deegroller en wikkel het af boven de springvorm. Waar het scheurt gewoon aanduwen. Snijd de rand bij. Prik een paar keer met een vork in het deeg (dat is ook tegen het bol staan.)

Leg op het deeg een royaal vel bakpapier, het moet tegen de randen opstaan. Bakpapier laat zich veel beter hanteren als je het eerst even verfrummelt en dan weer glad strijkt.

Leg op het bakpapier de bonen of de deegknikkers en bak de bodem 20 minuten. Haal hem eruit, verwijder de verzwaring en bak hem nog 10 minuten.

Laat de deegbodem even afkoelen op een rooster en verwijder na vijf minuten de rand. Als de bodem geheel is afgekoeld is hij klaar om gevuld te worden.