'Weerbaarheid stelsel vergroten'

Gezonde banken vormen niet automatisch een gezond financieel stelsel. De Nederlandsche Bank gaat daarom ook scherper toezicht houden op het bankenstelsel als geheel.

Toezichthouder en centrale bank De Nederlandsche Bank (DNB) gaat zijn toezicht uitbreiden. Er wordt niet alleen meer gekeken naar de gezondheid van individuele financiële instellingen, maar veel meer dan in het verleden ook naar de samenhang in het hele stelsel.

Volgens directeur Lex Hoogduin van DNB zijn er twee belangrijke lessen te trekken uit de kredietcrisis van 2007. „De gedachte dat prijsstabiliteit automatisch tot financiële stabiliteit leidt is gelogenstraft in de crisis. En ten tweede blijkt het niet zo te zijn dat als een financiële instelling individueel gezond is, dat dat dan ook geldt voor het hele financiële stelsel.” Die constatering leidt tot lessen voor het monetaire beleid (het rentebeleid), maar ook voor het zogenoemde macro-prudentiële beleid, dat gericht is op de stabiliteit van het hele stelsel.

Sterker macro-prudentieel toezicht zal niet in staat zijn een volgende crisis te voorkomen, stelt Hoogduin. „Maar we kunnen wel de diepte van een volgende crisis verminderen en het aantal crises proberen te beperken.”

Dat besef lijkt laat te komen.

„Er is jarenlang gedacht dat het niet mogelijk was beleid te maken dat goed reageerde op veranderingen in de markt. De markten zouden zichzelf wel corrigeren, was het idee, en het zou overheden en toezichthouders aan informatie en instrumenten ontbreken om daar iets tegen te doen. Corrigeren kon niet, de toezichthouders en centrale banken waren er alleen om de boel op te ruimen als het mis zou gaan. Bij DNB voelden we ons daar niet senang bij , vandaar dat we al veel eerder begonnen zijn met macro-prudentiële analyse. In 2004 hebben we daar een aparte divisie voor op te richten. Nu zetten we weer volgende stappen”

Hoe ziet dat toezicht eruit?

„We proberen door het continu analyseren van de gang van zaken op de financiële markten, binnen financiële instellingen en de interactie daartussen allereerst dreigingen voor de financiële stabiliteit weg te nemen. Tegelijkertijd moeten we de weerbaarheid van het financiële systeem vergroten en beschikken over instrumenten om bij een crisis adequaat in te kunnen grijpen. Per saldo hebben we meer informatie nodig dan we nu hebben over het stelsel.”

Wat zijn de grootste potentiële bronnen van instabiliteit voor het financiële stelsel?

„Dat zijn er vier. De huizenmarkt, de buffers in hert financiële stelsel, de beschikbaarheid van liquiditeit, en veranderingen in de waarde van het onderpand bij financiële transacties.”

Welke macro-prudentiële instrumenten worden ontwikkeld?

„Wereldwijd wordt nu gedacht aan het verder ontwikkelen van macro-prudentiële instrumenten . Voor een deel gaat het om oude bekenden op monetair gebied en voor individuele instellingen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de buffers die banken moeten aanhouden. Gedacht zou kunnen worden aan de mogelijkheid om de vereiste buffers nadrukkelijker te koppelen aan de algehele economische ontwikkeling. Op het gebied van de huizenmarkt zie je in Azië interessante dingen gebeuren. Daar hanteren diverse landen al een maximum aan lening ten opzichte van de waarde van het onderpand. We zijn op zoek naar instrumenten waarmee je automatisch ‘tegen de wind in gaat hangen’: als het economisch gezien goed gaat, verlaag je de verhouding tussen de waarde van het onderpand en de lening. Zo vergroot je de buffers van gezinnen ten opzichte van hun hypotheken.”

DNB is als toezichthouder op individuele instellingen én centrale bank goed gepositioneerd om het macro-prudentieel toezicht uit te voeren. Hoe zit dat in het buitenland, waar veel toezichthouders los staan van centrale banken?

„Dat is inderdaad een probleem. Ik denk dat je om die reden internationaal een beweging ziet naar het zogenoemde twin peaks-model dat wij hier hanteren. Ook op het hogere Europese niveau is dat zichtbaar. De nog op te richten European Systemic Risk Board, dat Europees het macro-prudentiële toezicht moet gaan doen, heeft een sterk centrale bank profiel maar betrekt ook toezichthouders bij zijn beslissingen.”