Verloedering als entertainment voor de rijken

In ‘Garapa’ toont regisseur José Padilha Braziliaanse families die verhongeren. Voor het goede doel, zegt hij. Maar wanneer wordt een documentaire ‘poverty porn’?

Vijfenveertig dagen filmde de Braziliaanse regisseur José Padilha drie van de armste families van zijn land. Op die manier wilde hij aandacht vragen voor het feit dat er wereldwijd meer dan een miljard mensen honger lijdt. De families kwamen uiteindelijk terecht in zijn documentaire Garapa (2009).

Anderhalve maand lang hield hij zich afzijdig. Hij filmde slechts. Hoe de families geen werk hebben, geen geld en daarom geen eten. Hoe ze hun kinderen een mengsel van rietsuiker en water te drinken geven – de ‘garapa’ uit de titel. En hoe ze zelf hun honger stillen met sigaretten en het rumachtige drankje ‘cachaça’ dat ze van hetzelfde suikerriet stoken.

Elke dag stond hij bij het krieken van de dag op. Dan at hij een stevig ontbijt en ging vervolgens op pad om minutieus vast te leggen hoe deze mensen verkommerden.

Padilha houdt ervan om te provoceren en ethische kwesties op scherp te stellen. Zo zou zijn Gouden Beer-winnaar Tropa de elite, die handelt over het schoonvegen van de sloppenwijken ter gelegenheid van het pauselijke bezoek aan Rio de Janeiro in 1997, geweld verheerlijken.

In Secrets of the Tribe, dat handelt over een groep antropologen die in jaren zestig en zeventig bij de Yanomami indianen woonde, ontmaskert hij de goede bedoelingen van de antropologen. Die hebben volgens de regisseur de Yanomami indianen misbruikt. En dan doelt hij op echte schandalen, als medische experimenten, pedofilie en atoomproeven. Zijn vraag luidt dan ook: in hoeverre mag of moet de wetenschapper (en de filmmaker) zich bemoeien met de mensen die hij observeert?

Maar Padilha’s handen zijn ook niet helemaal schoon. Na de wereldpremière van Garapa vorig jaar, werd hij ervan beschuldigd ‘poverty porn’ of ‘famine porn’ te hebben gemaakt. Hij zou, in esthetisch zwart/witte beelden, kinderen met bolle buikjes en billetjes hebben gebruikt om aandacht te vragen voor de goede zaak. Is dat exploitatie of educatie?

Die vraag werd gecompliceerder toen Padilha onlangs toegaf zich door het filmen te hebben heen geslagen in de wetenschap dat hij na afloop de families financieel zou helpen.

Dat is een interessant dilemma. Om honger een gezicht te geven, heeft Padilha een maand lang gefilmd hoe mensen verhongeren. Daarna gaf hij ze de rechten van de film. Zo bevindt het publiek zich in een gecompromitteerde positie: wie de film ziet, helpt de mensen. Maar daarvoor moesten de families wel anderhalve maand lijden, en moet de kijker daar 100 minuten naar kijken.

Het is niet voor het eerst dat de vraag wordt gesteld of iets ‘poverty porn’ is. Speelfilms als Slumdog Millionaire en Precious kregen dat verwijt ook. Ze zouden armoede en misère op een zo grafische manier tonen, dat deze op een perverse manier glamoureus en aantrekkelijk worden. Verloedering als entertainment voor de rijken.

Bij documentaires is de achterliggende vraag vaak of de filmmaker niet een morele grens overschrijdt. Hij grijpt immers niet in, maar regisseert louter. Het dilemma van de oorlogsfotograaf wordt dat ook wel genoemd.

Padilha vindt zelf dat hij een vrij elegante oplossing voor dat dilemma heeft gevonden. Met Garapa slaat hij twee vliegen in één klap. Zo zet hij niet alleen het onderwerp op de kaart en geeft hij de statistieken een gezicht, ook stroomt er na het filmen geld naar de geportretteerden.

Dat zal zeker gebeuren, als de film vanaf eind deze maand ook in de Braziliaanse bioscopen is te zien.

Garapa en Secrets of the Tribe draaien op het Latin American Film Festival, 6 t/m 14 mei in het Louis Hartlooper Complex in Utrecht. Inl: www.laff.nl