Uitgejouwd, maar het deert de kanselier amper

Berlijn stemt in met krediet aan Griekenland. De kritiek zwol aan. Maar het verwijt dat verkiezingen de eurozone gijzelen, is niet waar. Niet helemaal onwaar tenminste.

‘Het gaat om niet minder dan de toekomst van Europa, en daarmee de toekomst van Duitsland in Europa”. Met die woorden heeft bondskanselier Angela Merkel de Duitse financiële hulp aan Griekenland gisteren in de Bondsdag verdedigd. Dat gebeurde tijdens een rumoerige plenaire zitting van het parlement. Merkel werd toegeroepen en uitgejouwd. Het deerde haar nauwelijks. Ze heeft vrijwel zeker de meerderheid van de Bondsdag achter zich. Athene krijgt zijn verlangde miljardenkredieten – maar niet voor niets.

Maandag 3 mei 2010. In Berlijn is de dag vroeg begonnen. Of eigenlijk is het zo: op het Kanzleramt, Merkels kantoor, en op het ministerie van Financiën is het hele weekend doorgewerkt. Voor hoge ambtenaren en adviseurs van Merkel is deze maandagochtend in feite de afsluiting van een dagenlange werkroes. Midden vorige week werd bekend dat Athene wegens gebrek aan vertrouwen geen geld meer kan lenen op de internationale financiële markten. Vanaf dat moment is duidelijk dat Berlijn moet handelen. Tot die tijd had Duitsland afgeremd. Het had bedenkingen geuit over steun aan Griekenland en stelde als een van de weinige landen van de eurozone strikte eisen aan eventuele kredieten. Maar toen Athene droog kwam te staan, ging in Berlijn de alarmbel.

En zo wordt maandag een van de duurste kabinetszittingen gehouden. Merkel en haar minister van Financiën, Wolfgang Schäuble, confronteren hun collegaministers met een wetsontwerp dat deze week op recordsnelheid door de Bondsdag en de Bondsraad – de Duitse senaat – moet worden gejaagd. De naam van de wet luidt Währungsunionfinanzstabilitätsgesetz, een typisch Duits verzamelwoord dat zoiets betekent als ‘wet voor financiële stabiliteit in de muntunie’.

Het wetsontwerp, drie kantjes, vat kort samen waarom de hulp nodig is en om welke bedragen het gaat. De landen van de eurozone verschaffen Griekenland samen met het Internationaal Monetair Fonds de komende drie jaar kredieten ter waarde van 110 miljard euro. 30 miljard komt van het IMF; 80 miljard van de eurolanden. „Rekenkundig resulteert uit dit bedrag bij deelname van alle eurolanden (behalve Griekenland) een Duits aandeel van 22,4 miljard euro, waarvan 8,4 miljard in het eerste jaar”, zo heet het.

Het kabinet-Merkel besluit na een kort debat tot miljardensteun aan Griekenland. De bondskanselier herhaalt later die dag de woorden die ook in de toelichting op het wetsvoorstel staan: „Er zijn geen alternatieven”.

Heeft Duitsland, heeft Merkel te traag gehandeld? Heeft ze, wat haar internationaal wordt verweten, het binnenlands belang van een regionale verkiezing laten prevaleren boven het lot van de euro en de Europese Muntunie?

Zondag 9 mei worden in de bevolkingrijke deelstaat Noordrijn-Westfalen parlementsverkiezingen gehouden. Voor de coalitie in Berlijn is dit een lakmoesproef. De politiek-tactisch geverseerde Merkel weet dat de steun aan Griekenland electoraal uiterst gevoelig ligt. De populaire boulevardkrant Bild maakt al maanden stemming tegen Athene, en richt zijn pijlen nu ook op de regering in Berlijn. Met inschakeling van zijn lezers. Bild leidt de jagende persmeute; steeds meer andere media volgen. Merkel gaat niet in op de invloed die de stembus in Noordrijn-Westfalen op haar besluitvorming zou hebben gehad. Feit is dat de kredietregeling op het voor haar ongunstigste moment wordt afgerond: pal voor de deelstaatverkiezingen.

Hoge functionarissen in Berlijn verwijzen „het stembusargument” naar de prullenbak. Wie de afgelopen maanden goed naar Merkel heeft geluisterd, zo luidt het in deze kring, weet dat ze consequent heeft gezegd dat Duitsland Griekenland zal helpen. Weliswaar als „ultima ratio”, als allerlaatste middel, maar toch. Een functionaris die bij de kredietonderhandelingen is betrokken, zegt ronduit: „Het is een grenzeloze overschatting. De verkiezingen hebben geen rol gespeeld in Merkels afweging”.

Niettemin: bij delen van de publieke opinie, vooral in het buitenland, zijn haar bedoelingen niet goed overgekomen. Merkel leek in slow motion te handelen. De economisch zo machtige Bondsrepubliek wekte een aarzelende indruk. De Financial Times Deutschland schreef deze week in een commentaar: „Hier te lande wordt over de hulp aan Griekenland gediscussieerd alsof we zakken rijst naar Ethiopië brengen; een daad van louter naastenliefde. (…) De vraag luidt of Duitsland zich als grootste euroland en stabiliteitsanker met al zijn kracht achter de muntunie opstelt”.

Het antwoord kwam gisteren – van de bondskanselier zelf. Duitsland, zei ze, is zich bewust van zijn bijzondere verantwoordelijkheid als grootste lidstaat van de Europese Unie en initiatiefnemer van de euro. „En Duitsland zal die verantwoordelijkheid nemen”. Ze verdedigde het hulppakket voor de Grieken met grote woorden en met passie, althans voor haar doen. Het wetsontwerp dat de kredieten mogelijk maakt, is volgens de bondskanselier „van enorme betekenis voor Duitsland en voor Europa”.

Maar ze zei ook dat Europa „op een tweesprong” staat en dat de EU consequenties moet trekken uit wat er in Griekenland is gebeurd. „Of we gaan door op de weg uit het verleden, waarin te vaak problemen niet bij de naam werden genoemd. Of we ruimen de problemen op door een nietsontziende analyse en een overtuigende therapie”. Dat is het harde deel van het Duitse standpunt. Kredietverlening? Akkoord – maar dan ook financiële en politieke eisen aan Athene en Brussel. Drastische bezuinigingen voor de Grieken en verbetering en verscherping van de Europese regels. Merkel: „Zo, en alleen zo, kan het ons lukken om de kringloop van steeds groter wordende problemen te doorbreken”.

Terwijl Merkel sprak, keek ergens op de achterste rijen van de oppositiebanken in de Bondsdag de sociaal-democraat Peer Steinbrück met ondoorgrondelijke blik naar een punt in de verte. Steinbrück was tot oktober vorig jaar minister van Financiën in Merkels eerste kabinet. Met hem overleefde ze de kredietcrisis en twee politiek omstreden hulppakketten ter stimulering van de aangeslagen Duitse economie. Steinbrück, type ruwe bolster blanke pit, beleefde als minister en crisismanager zijn finest hour in die turbulente dagen. Zijn zelfverzekerde, haast brute optreden gaf Merkel de steun die ze nodig had om haar plannen te verwezenlijken. Net als met de kwestie-Griekenland duurde het even voordat ze in actie kwam. Merkel heeft in zulke situaties tijd nodig. Ze wil precies weten wat er aan de hand is en gaat dan aan de slag. Ze is wetenschapper: eerst de diagnose, dan pas de remedie. Merkel en Steinbrück hadden een effectieve werkverdeling. Als zij zweeg, liet hij van zich horen.

Met haar huidige minister van Financiën is het anders gesteld. Wolfgang Schäuble wekte de afgelopen maanden niet alleen een aangeslagen indruk – hij wás aangeslagen. Schäuble heeft een deel van de tijd dat met Griekenland, het IMF en met binnen- en buitenlandse politici moest worden overlegd, in het ziekenhuis doorgebracht. Hij is deels verlamd, is gebonden aan een rolstoel en moest aan zijn zitvlak worden geopereerd.

Vanuit zijn ziekbed gaf hij weliswaar aanwijzingen, maar door fysieke belemmeringen kon hij zelden laten zien dat hij de regie in handen had. Zoals Steinbrück dat wel kon tijdens de hoogtijdagen van de kredietcrisis. Toen Schäuble te vroeg begon met werken, ging het prompt mis. Een net geheelde wond scheurde open. Weer moest de bewindsman het ziekenhuis in. Hij kwam eruit; magerder en valer dan ooit. Bij een gezamenlijk optreden vorige week in Berlijn met Jean-Claude Trichet, de president van de Europese Centrale Bank, en Dominique Strauss-Kahn, de hoogste man van het IMF, oogde Schäuble nietig en klonk z’n stem zwak. Die beelden zijn de wereld rondgegaan en gaven de financiële markten weinig vertrouwen.

Begin deze week begonnen de Duitse kranten te schrijven dat hij op was; dat Schäubles dagen als bewindsman door zijn gezondheidstoestand leken te zijn geteld. Maar de minister sloeg terug. Op een persconferentie liet hij zien dat hij nog steeds de baas is op Financiën. Een ambtenaar werd weggewimpeld toen deze het Griekse dossier wilde aandragen. „Dat ken ik uit m’n hoofd”. Een dag later stelde Merkel zich pal achter haar minister op. „Natuurlijk blijft Schäuble op zijn post”.

Angela Merkel kan er nagenoeg zeker van zijn dat het Griekse hulppakket morgen door Bondsdag en Bondsraad wordt goedgekeurd. Maar de politieke en maatschappelijke tegenstand groeit. Een van de prominentste leden van haar eigen partij, Bondsdagvoorzitter Norbert Lammert, keurt het wetsvoorstel af. Hij heeft ernstige bedenkingen omdat in de wet iedere relatie ontbreekt met het bezuinigingsprogramma van de Grieken. Lammert heeft groot gezag in Duitsland; dat hij dwarsligt, is veelzeggend.

De Duitse regering kan bovendien rekenen op juridische procedures. Nu al staat vast dat de omstreden kredieten voor de rechter zullen komen. Een aantal Duitse economen onder leiding van Joachim Starbatty, emeritus hoogleraar aan de universiteit van Tübingen, zal bij het Duitse constitutionele hof in Karlsruhe een klacht tegen de wet indienen. Hij en zijn medestanders zijn van mening dat de steun aan Griekenland in strijd is met Europees recht en de Duitse grondwet. Starbatty: „In werkelijkheid gaat het niet om hulp voor Griekenland. Dit is een reddingspakket voor de schuldeisers van de Grieken”. Waarmee de econoom onder andere de Duitse en Franse banken bedoelt, die voor tientallen miljarden in Griekse staatsleningen hebben belegd.

En dan Noordrijn-Westfalen. De uitslag van de stembus is voor Merkels beleid hoe dan ook een belangrijk ijkpunt. Het gaat weliswaar om regionale verkiezingen, met thema’s die ver van Berlijn en Athene liggen, maar het electoraat laat zich gemakkelijk beïnvloeden. In Dortmund stond een paar dagen geleden op een verkiezingsbijeenkomst een demonstrant met een bord waarmee hij de aandacht van de televisiecamera’s probeerde te trekken: ‘Geen Duitse kredieten voor Griekenland’.