't Lijkt zo makkelijk: opladen en karren maar

Een nieuwe EU-strategie moet voor meer elektrische, duurzame auto’s zorgen.

Het Europees Parlement vindt de plannen veel te vaag.

Voorstanders spreken liefkozend van ‘de elektrische droom’. En ze hebben het over ‘auto’s van de toekomst, die geruisloos en schoon door de straten zullen zoeven’. Alleen staat elektrisch vervoer in Europa nog aan het begin. In Nederland bijvoorbeeld, rijden momenteel minder dan honderdvijftig volledig elektrische auto’s rond, vrijwel allemaal bedrijfsauto’s.

Een ‘Europese strategie voor schone en energiezuinige voertuigen’ moet ertoe gaan bijdragen dat elektrisch rijden aantrekkelijk wordt voor consumenten. Eurocommissaris Antonio Tajani (Industrie) presenteerde die strategie, vorige week. Vandaag stemt het Europees Parlement over een eigen resolutie, waarin het de Europese Commissie en de lidstaten oproept tot concretere actieplannen.

Het plan van de Commissie moet de Europese transportsector verduurzamen. Enerzijds door nieuwe maatregelen om de CO2-uitstoot van de traditionele benzine- en dieselvoertuigen verder in te perken, anderzijds door stimuleringsmaatregelen voor hybride systemen: gastanks, en vooral elektrisch vervoer. De Spaanse minister van Industrie Miguel Sebastián hield twee maanden geleden al een vurig pleidooi voor de elektrische auto als dé oplossing voor de noodlijdende auto-industrie, het klimaatprobleem en de schaarste aan fossiele brandstoffen.

Die verduurzaming is nodig omdat de transportsector verantwoordelijk is voor een kwart van de Europese CO2-uitstoot. En transport is ook nog eens de snelst groeiende sector. De verwachting is dat in 2030 wereldwijd 1,6 miljard voertuigen op de weg rijden, een verdubbeling van de 800 miljoen van nu. Als geen actie wordt ondernomen, zal de Europese uitstoot als gevolg van transport tegen die tijd met 30 procent zijn toegenomen. Een onwenselijk scenario, aangezien de EU zich juist als doel heeft gesteld om tegen 2050 de Europese CO2-uitstoot met minstens 80 procent te hebben verminderd ten opzichte van 1990.

Een schonere transportsector betekent op de eerste plaats dat er alternatieven moeten komen voor het gebruik van fossiele brandstoffen. En de elektrische auto is een heel goed alternatief, zegt Bettina Kampman, senior onderzoeker bij CE Delft, onafhankelijk onderzoeksbureau dat oplossingen voor milieuvraagstukken ontwikkelt. Een elektrische motor gebruikt 80 procent van de energie effectief en heeft daarmee een veel hoger rendement dan biobrandstoffen en biogas. Als de elektriciteit duurzaam is opgewekt, vindt geen CO2- uitstoot plaats, het is goed voor de luchtkwaliteit en het scheelt een hoop herrie op wegen en in de binnenstad. De Commissie juicht de ontwikkeling ervan dan ook toe en wil nog dit jaar werk maken van Europese veiligheidsnormen.

Judith Merkies, Europarlementariër voor de PvdA, vindt dat de Commissie veel meer haast moet maken. Zij wil in het huidige plan vanaf 2011 de batterijen en oplaadstations standaardiseren. „Dat is te laat”, zegt Merkies. „We moeten nu concrete afspraken maken om te voorkomen dat we hetzelfde probleem krijgen als met de telefoonopladers.” De Europese markt zal immers nooit van de grond komen als eigenaars van elektrische auto’s geen batterijen kunnen opladen in andere landen.

De resolutie, die in het Europarlement breed wordt gedragen, dringt dan ook aan op een snellere standaardisatie. Ondertussen is de industrie daar al mee begonnen. Danny Geldtmeijer werkt als ontwikkelaar bij energienetbeheerder Enexis. Zijn bedrijf neemt deel aan de Stichting E-laad.nl, die op dit moment werkt aan het plaatsen van tienduizend oplaadpunten in Nederland. E-laad maakt gebruik van de standaardstekker, zoals die begin 2010 in een Duitse richtlijn is vastgelegd en die ook Denemarken, België en Nederland ondersteunen. „Het beste zou zijn als Europa de Duitse standaard overneemt. Maar nationale belangen liggen dwars.” Dat is vooral een politiek probleem, zegt Geldtmeijer, want de techneuten in Europa zijn het hier onderling allang eens.

Bas Eickhout, Europarlementariër van GroenLinks, is blij dat er eindelijk een plan ligt. Wel vindt hij het kwalijk dat in de strategie weinig aandacht is voor de manier waarop stroom voor auto’s wordt opgewekt. „Als die elektriciteit afkomstig is van kolencentrales, heeft een groter aantal elektrische auto’s geen enkel positief effect op het klimaat”, aldus Eickhout. Volgens hem moet de komst van elektrische auto’s hand in hand gaan met een streven naar minstens eenderde duurzame stroom in 2020.

„Elektrisch vervoer kan juist zorgen voor een groene stroomversnelling”, zegt onderzoekster Kampman. De accu’s voor auto’s kunnen op termijn worden gebruikt voor de opslag van wind- en zonne-energie. Dan is het mogelijk alle opgewekte energie te gebruiken, en is een systeem denkbaar waarin je bij een station langs de snelweg je lege accu inruilt voor een volle. „Maar als je ziet hoeveel discussie er al bestaat over een standaard stekker, dan kun je je voorstellen hoe moeilijk het is om tot een standaard batterijpack te komen”, zegt Geldtmeijer. Hij ziet wel potentieel in de ontwikkeling van een slim elektriciteitsnet, waarbij de auto communiceert met de stroomopwekkers. „Als het waait, laadt je auto extra snel op. Is die energie elders nodig, dan gaat het laden langzamer”, legt Geldtmeijer uit.

Parlementariër Eickhout vindt dat vooral snel duidelijkheid moet komen over de richting waarin bedrijven moeten gaan denken. Er bestaan allerlei manieren om het elektrisch vervoer vorm te geven. „Willen we supersnel oplaadbare batterijen, slimme elektriciteitsnetten of leaseaccu’s?” Daar is het plan uit Brussel volgens hem nog veel te vaag over. „Bedrijven zijn terughoudend met investeren omdat ze niet weten welke kant de Europese plannen uiteindelijk opgaan.”