Shi'ieten Irak in alliantie

De twee grootste shi’itische partijblokken in Irak hebben hun oude alliantie hersteld als basis voor een nieuwe regeringscoalitie. Binnen de alliantie krijgt het religieuze leiderschap een bindende rol om onderlinge conflicten te beslechten. Dat is gisteren bekend geworden.

Als het verbond tussen de Iraakse Nationale Alliantie van Ammar al-Hakim en Muqtada Sadr en de Staat van het Recht van huidig premier Nouri al-Maliki inderdaad aan de macht komt, krijgt de geestelijkheid een belangrijke rol in de Iraakse politiek. Ook Iran heeft grote invloed in beide groepen. De twee blokken hebben op dit moment samen 159 van de 163 zetels die grondwettelijk vereist zijn voor een regeringscoalitie en zullen de regering daarmee domineren. Er is nog een hertelling van stemmen aan de gang op verzoek van Maliki die het verbond nog meer zetels zou kunnen opleveren. Maliki scheidde zich vorig jaar van Hakim en Sadr af omdat hij dacht met zijn eigen partij verder te kunnen komen.

De herstelde alliantie is het echter nog niet eens wie haar leider – en de toekomstige premier – moet worden. Maliki wil premier blijven, maar Muqtada Sadr, die de zwaarste stem heeft in de INA, wil hem niet. Maliki leidde in 2008 de offensieven tegen Sadrs Leger van de Mahdi in Teheran en Basra.

Als de alliantie erin slaagt een leider en de nog ontbrekende stemmen te vinden – mogelijk van de Koerdische partij-alliantie – betekent het voorts dat de partij die als grootste uit de verkiezingen van 7 maart is gekomen, het seculiere Iraqiya-blok van Iyad Allawi, tot de oppositie wordt veroordeeld. Iraqiya steunt met name op de sunnitische minderheid.

Een sunnitische parlementariër op de Iraqiya-lijst, Aldul-Ilah Kazim, kritiseerde gisteren de „sektarische smaak” aan het shi’itische verbond. Een andere sunnitische politicus van Iraqiya, Hamid al-Mutlaq, waarschuwde dat het sektarische conflict in Irak opnieuw kan oplaaien als de sunnieten eens te meer worden buitengesloten.

In het westen van Bagdad werd gisteren een prominente sunnitische geestelijke doodgeschoten. Collega’s beschuldigden de regering ervan te hebben nagelaten het slachtoffer te beveiligen op een moment van groeiende sektarische spanningen. (AP, Reuters)