Race om Downing Street 10

Een derde partij doet de gevestigde partijen bibberen, maar wie wint is nog de vraag.

Misschien hebben de Britten straks wel een coalitie- of een minderheidsregering.

Als de campagne voor de Britse Lagerhuisverkiezingen van vandaag om uithoudingsvermogen gingen, zou de Conservatieve leider David Cameron zich al verzekerd weten van de overwinning. Anderhalf etmaal achtereen doorkruiste hij het land per vliegtuig en per bus. Zelfs midden in de nacht ging hij op bezoek bij bakkers, visverkopers en ambulancepersoneel. „De Britse bevolking overhandigt je de regering niet op een presenteerblaadje”, verklaarde de Tory-leider nederig. „Ze laat ons er terecht voor werken.”

Aan zo’n uitputtend programma konden zijn belangrijkste rivalen, premier Gordon Brown (Labour) en Nick Clegg (Liberaal Democraten), niet tippen. Maar ook zij gooiden er gisteren nog een schepje bovenop om de vele twijfelaars in het land alsnog naar hun kant over te halen.

De verkiezingen van vandaag beloven de spannendste te worden sinds 1992, toen de Conservatieven van John Major Neil Kinnocks Labour op het nippertje versloegen. Maar dat was in een ander tijdvak, toen de Tories en Labour elkaar nog met enige regelmaat afwisselden zonder dat er andere partijen aan te pas kwamen. Peilingen wijzen uit dat het dit keer weleens anders zou kunnen uitpakken. Voor het eerst sinds 1974 zouden de Britten een Lagerhuis kunnen kiezen, waarin geen van de partijen een absolute meerderheid heeft. Dat zou de weg vrijmaken voor een coalitie.

Dat is vooral te danken aan Clegg en de Lib Dems. Clegg greep zijn kans toen Brown en Cameron instemden met zijn deelname aan een reeks van drie televisiedebatten, die op zichzelf al een belangrijke vernieuwing in de campagne vormden. Behendig wierp de Liberaal Democraat, die zijn partij pas sinds eind 2007 leidt, zich op als het nieuwe, frisse gezicht van de Britse politiek. Als de man die een alternatief vormt voor de „twee oude partijen”.

Hoewel de Liberaal Democraten de laatste paar dagen een beetje terrein lijken te hebben verloren aan de Conservatieven en aan Labour, koersen ze nog steeds af op een beduidend hoger stemmental dan bij voorgaande verkiezingen: vermoedelijk zo’n 26 procent, een fractie minder dan Labour (29 procent) en ruim achter de Conservatieven (35 procent).

De waarde van zulke peilingen is echter beperkt. Door het Britse kiesstelsel, waarbij in elk district alleen telt wie de meeste stemmen heeft gekregen, blijft het hoogst onzeker hoe de krachtsverhoudingen tussen de partijen nu liggen.

Clegg heeft het de afgelopen weken herhaaldelijk gehad over een kans die zich maar eens in een generatie voordoet om het politieke en electorale stelsel te hervormen. Veel Britten zijn daarvoor ontvankelijk. „Ik denk dat het land verandering nodig heeft”, aldus Matt Pickin, die met zijn zoontje op zijn schouders deze week een bijeenkomst in Londen met Clegg bijwoonde. „We hebben mensen nodig die de waarheid spreken.”

De roep om hervormingen vloeit vooral voort uit het declaratieschandaal in het Lagerhuis van vorig jaar. Veel ‘right honourable members’ bleken zich in het geheel niet eerbiedwaardig te hebben gedragen door een uitzonderlijk liberaal declaratieregime uit te buiten voor eigen gewin. Dit alles op kosten van de belastingbetalers. Vooral Labour en de Conservatieven werden hierop aangekeken.

Maar het onbehagen over de politieke vertegenwoordigers gaat dieper. Veel Britten waren ook diep ontgoocheld door de halve waarheden – volgens velen eerder leugens – waarmee Browns voorganger Tony Blair het land in 2003 de oorlog tegen Irak inloodste. Ook de manier waarop Blairs spindoctor Alastair Campbell jarenlang de waarheid naar believen manipuleerde heeft het vertrouwen in de politieke klasse ondermijnd.

Alle vooroordelen van de Britten over de dubbele tong van hun regeerders werden ten slotte vorige week bevestigd door ‘bigot-gate’. Het incident waarbij Brown een vrouw, tegen wie hij een minuut eerder nog de vriendelijkheid zelve was geweest, achter haar rug voor „bekrompen” uitmaakte.

De grote vraag is intussen hoe de gewenste vernieuwing het beste gestalte kan krijgen. De Conservatieven presenteren zich als de enige partij, die dat kan bewerkstelligen. Ze zeggen dat ze de rol van de staat, die onder Labour fors is toegenomen, zullen terugdringen en dat ze meer ruimte voor de burgers zelf willen creëren om initiatieven te ontplooien, tot het oprichten van scholen toe.

Maar net als Labour is de Conservatieve Partij een grote gevestigde partij, die niet van zins is het oude politieke systeem drastisch overhoop te gooien. Ze oogt daarom minder nieuw dan de Liberaal Democratische Partij, die deze campagne voor het eerst min of meer op voet van gelijkheid met de grote twee meedoet onder de dynamische Clegg.

Als gevolg van het districtenstelsel, dat Labour en de Tories sterk bevoordeelt, is de kans dat de Lib Dems zelfstandig een regering kunnen vormen echter nihil. Het beste waarop Clegg en zijn achterban kunnen hopen, is deelname aan een coalitieregering, met de Tories of met Labour. Maar wat, kan men zich afvragen, komt er in zo’n constellatie nog van hervormingen terecht?

Hervormingsgezinde Britten staan daarom voor een lastige keuze. Nu al lijkt vast te staan dat de oude orde ondanks de spannende verkiezingscampagne van de laatste weken voorlopig geen groot gevaar loopt.

Volg een virtuele rondleiding door de ambtswoning van de premier via nrcnext.nl/links