Overheid zou BP te lang hebben geloofd

De Amerikaanse overheid zou te laat op de olieramp hebben gereageerd en te weinig hebben gedaan. Het Witte Huis probeert dat beeld nu tegen te gaan met een publiciteitscampagne.

Had president Obama tijdens de twee uur durende autorit door de Mississippidelta naar buiten gekeken, dan zou hij een redelijk idee hebben gekregen van hoe deze regio tegenover de olieramp en de overheidsreactie daarop staat.

Een lokale middelbare school kondigt aan dat de vissersbijeenkomst met BP verplaatst is. Een ander bord biedt rivierkreeft aan, de allerlaatste vangst. „Gefrituurd of levend.” En St. Patrick Catholic Church wil dat alle voorbijgangers, dus ook de president, weten dat hét wekelijkse sociale evenement ondanks de ramp doorgaat. „Dinsdag, 7 uur: BINGO.”

Het was een kwestie van goed zoeken te midden van al die onverschilligheid, maar op weg naar het meest zuidelijke puntje van de riviermonding was dan één uiting van kritiek op de president te zien. In het gehucht Boothville stond een groot bord langs de weg.„OBAMA SEND HELP!!!!”

De foto van het bord en de maakster, Barbara Pokorney, ging de wereld over als symbool van de kritiek op het Amerikaanse overheidsbeleid. Washington zou te lang naar olieconcern BP hebben geluisterd. ‘De politiek’ was navelstaarderig en ongeïnteresseerd in deze arme regio met hardwerkende mensen. Te weinig hulp, te weinig geld en te weinig manschappen. „Wat Obama zelf van het bord vond?” vraagt Pokorney nu retorisch. „Zijn karavaan zoefde érg snel voorbij.”

Pokorney is uitbater van een woonwagenkamp dat een doodshoofd als officieel bedrijfslogo heeft, Yellow Cotton Bayside, aan de rand van de enige weg hier. Ze maakte het bord uit frustratie. „De vorige keer” – ze bedoelt: met orkaan Katrina – „was het alleen maar New Orleans, New Orleans, New Orleans.” De eveneens zwaargetroffen landtong waarop zij woont moest alles zelf doen. Nu wilde zij ook eens aandacht.

Pokorney maakt trots deel uit van een luidruchtige groep Amerikanen die, opgejuind door de populistische tv-zender Fox News, deze president niet vertrouwt. Die ervan overtuigd is dat Amerika een communistische heilstaat wordt. En in complottheorieën gelooft.

„Wist je dat Noord-Korea betrokken is bij de explosie van het platform?” zegt ze doodserieus.

„Ja, een onderzeeër heeft de Deepwater Horizon opgeblazen”, vult Allen Moreau aan, een bevriende booteigenaar.

„Dat bericht komt uit Rusland”, reageert Barbara Pokorney. „De mainstream media zul je daar niet over horen.”

„De Noord-Koreanen hebben ingegrepen omdat het platform met Zuid-Koreaans geld is gebouwd.”

Dit soort verhalen en de kritiek op de regering die ermee verband houdt is nou net wat het Witte Huis wilde voorkomen. Het hele overheidsbeleid is erop gericht een beeld te creëren van een regering die er bovenop zit. Die BP in de gaten houdt. Die aan de kant van de bevolking staat.

Daartoe is elke minister of raadgever van het Witte Huis met maar enige relatie tot de olieramp naar het getroffen gebied gestuurd, tot aan anti-terrorismeadviseur John Brennan toe. Ook is een admiraal, Thad Allen, aangewezen om de operatie te leiden – niet de na Katrina zo bekritiseerde rampenorganisatie FEMA. En dat alles wordt de moderne wereld ingestuurd met een hiervoor opgetuigde website, een Facebook-pagina en korte berichtjes op Twitter. „Iemand zei dat BP hier niet mee mag wegkomen. Ik ben het daarmee eens”, twitterde bijvoorbeeld de topvrouw van de Amerikaanse milieudienst EPA.

Dan de chronologie. Het boorplatform ontplofte op 20 april. De kustwacht nam in eerste instantie BP’s uitlatingen over: er was geen lek. Maar dat bleek onjuist. Vorige week woensdag, acht dagen na dato, nam de overheid – die al wel de kustwacht had ingezet – de officiële leiding alsnog over. Bij dit soort rampen is het gebruikelijk, en in de wet vastgelegd, dat het oliebedrijf eerst zelf ingrijpt. De overheid neemt de regie pas over wanneer daartoe aanleiding is.

Dat was in dit geval op het moment dat de olie die in zee belandde vijf keer zoveel bleek te zijn als BP eerst meldde. De kritiek is nu dat de overheid te lang te goedgelovig is geweest. Ook werden pas later een tweede en derde commandocentrum opgetuigd – gisteren werd nummer vier, in Florida, aangekondigd – en kwam er pas relatief laat een verzoek aan het leger om materieel te leveren, zoals de plastic buizen die de olie moeten tegenhouden.

Het tegenargument van het Witte Huis draait om twee woorden: „Day One.” Zo zegt de minister van Binnenlandse Veiligheid dat „er vanaf dag één is ingegrepen, met in ons achterhoofd dat dit een catastrofe kon worden”. Zo zegt Obama zelf dat „we ons vanaf dag één hebben voorbereid op het ergste, ook al hoopten we op het beste”. En zo zei, gisteren nog, schout-bij-nacht Mary Landy dat „ik vanaf dag één de verwachtingen heb proberen te temperen”.

Dan Obama’s bezoek. Afgelopen vrijdag zei het Witte Huis nog dat Obama niet zou komen. Zaterdag toch weer wel. En op zondag vloog hij naar New Orleans. Door het slechte weer kon hij niet met een helikopter verder. Vandaar die stevige autorit. In vissersdorp Venice, waar de televisiecamera’s zich hebben verzameld, sprak hij met vissers en gaf hij BP een uitbrander. En, toen het weer opgeklaard was, ging hij per helikopter weer naar New Orleans.

In totaal was hij negen uur in de staat. „Veel te kort”, zeggen critici Pokorney en Moreau. „Hij vloog niet eens over de olie heen. Hij wílde het gewoon niet zien.” Dat is een teer punt. Toen president Bush na Katrina kwam kijken was dat volgens Amerikanen niet alleen te laat, maar bovenal onbetrokken. De foto van een uit zijn vliegtuigraampje kijkende Bush is hiervan het toonbeeld geworden.

Wat het Witte Huis niet helpt, is dat de veroorzaker van de ramp financieel verantwoordelijk is voor de oplossing. Tegelijkertijd werken BP en de overheid wel samen om de ramp te bestrijden. Waarna BP weer publiekelijk geschoffeerd moet worden, omdat het publiek anders zou kunnen denken dat de overheid onvoldoende ingrijpt.

Voor Barbara Pokorney is dat allemaal te gecompliceerd, zo zegt ze zelf. Ze is misschien teleurgesteld in BP, maar haar wantrouwen jegens de overheid overheerst. Behalve alle aandacht heeft haar rekest met de vier uitroeptekens helaas weinig veranderd, concludeert ze. Het bord staat nu in de garage.