Minder pagina's, meer verdieping

Samenwerking met een bekwame uitgever als Sauer is geen pact met de duivel, maar hard nodig om NRC weer een gezonde basis te geven, stelt Joost Ramaer.

Boven mijn bureau hangt al sinds mensenheugenis een groot stuk van Rudy Kousbroek, ingelijst en achter speciaal glas zodat het niet verder kan vergelen. Ik lees er vaak in als ik even vastloop in een eigen project, of met open vragen zit, zoals over het aftreden van Birgit Donker en Gert Jan Oelderik. Het stuk heet De filosofie van de tegenwerking en gaat over Gabriel Voisin, een Fransman die vooral bekend werd als hoogst eigenzinnig ontwerper en bouwer van auto’s en vliegtuigen.

Maar het gaat helemaal niet over techniek of design. Kousbroek gebruikt Voisins overlijden een week eerder slechts als aanleiding voor een breed uitwaaierende beschouwing over dwarse geesten, en hun kruistochten tegen autoriteiten van allerlei snit. Welke moderne, strak geformatteerde krant opent tegenwoordig nog met zo’n verhaal zijn bijlage over kunst en cultuur, zoals NRC Handelsblad deed op 4 januari 1974?

Zulke stukken wil ik ook maken, dacht ik als jongen van zestien, en ik besloot journalist te worden. Zulke stukken wil ik ook weer veel vaker lezen in de krant waarmee ik ben opgegroeid – en daar komt Derk Sauer in beeld, de president-commissaris en minderheidsaandeelhouder van NRC Handelsblad en nrc.next. Sauer heeft nog weinig losgelaten over zijn concrete ideeën. Maar hij heeft wel een richting aangegeven. Zijn grote voorbeeld is de International Herald Tribune, een compacte krant die zijn lezers vooral verdieping biedt. Niet te veel stukken, wel de beste in hun soort. Niet the hottest news, wel de beste analyses en achtergronden.

Nederlandse kranten als NRC en de Volkskrant zijn vooral gegroeid in de breedte, met nieuwe katernen en kleurenmagazines. Dat heeft een gestaag verlies aan lezers en adverteerders niet kunnen voorkomen. Bovendien zijn de redacties niet meegegroeid. De journalisten moeten hun tijd investeren in steeds meer artikelen, niet in steeds betere. De kredietcrisis heeft de gestage neergang van de dagbladen versneld, vooral het verlies aan volume en omzet in advertenties. Dikke, brede kranten zijn onhoudbaar geworden, maar de leiding van NRC Media is blijven verbreden.

Vorig jaar nog kwam NRC Focus erbij, een nieuw kwartaalblad dat ook weer deels door de eigen journalisten moet worden vol geschreven. Minder pagina’s maken van hogere kwaliteit, de benadering die Sauer lijkt voor te staan, zou wel eens hét antwoord op de crisis kunnen zijn.

Toch zetten journalisten hem de afgelopen weken hoofdzakelijk neer als de kwaaie pier: een geldwolf, tegen een redactie die opkomt voor haar ‘journalistieke autonomie’. Die autonomie is vastgelegd in het redactiestatuut, dat sinds eind jaren zeventig bij alle Nederlandse dagbladen is ingevoerd. Zij is bedoeld om dagbladredacties te beschermen tegen eigenaren die hun krant willen misvormen tot spreekbuis voor hun zakelijke belangen. Onbedoeld effect was, dat de uitgever bijna niets heeft te zeggen over de factoren die het grootste verschil maken tussen winst en verlies: de journalisten en hun leiders, en het ‘smoel’ dat zij de krant meegeven. Door dat gebrek aan invloed kozen de beste managers en marketeers voor uitdagingen elders. Intussen raakten uitgevers en journalisten van elkaar vervreemd. Zij leren nauwelijks van elkaar, al dertig jaar lang.

Het waren journalisten die nrc.next bedachten. Maar die kunnen niet alles alleen af. Zo’n nieuwe krant moet goed in de markt worden gezet en zo efficiënt mogelijk worden gedrukt en verspreid. Daarvoor is veel geld nodig, en commercieel en managementtalent. Sauer heeft een nieuwe uitgeverij opgezet en succesvol gemaakt in het woelige en instabiele Rusland van na 1989. De verkoop van die uitgeverij heeft hem een fortuin opgeleverd dat hij weer deels kan investeren in een onderneming als NRC Media, en een reputatie waardoor nog rijkere partners als Egeria – nu grootaandeelhouder van NRC Media – graag met hem in zee gaan.

Bovendien is Sauer geen pulpkoning. Toen hij hoofdredacteur was van Nieuwe Revu, blonk dat weekblad uit in onderzoeksjournalistiek. De redacteuren van nrc.next en NRC Handelsblad zouden dolblij moeten zijn met zo’n uitgever. Wanneer valt die roestige munt nou eindelijk eens in de koppige journalistenbreinen?

Het waren autonome journalisten die de laatste decennia kozen voor verbreding, en daarmee voor verwatering van de kwaliteitsjournalistiek. Redactiestatuten konden de PCM-kwaliteitskranten evenmin beschermen tegen de bijna fatale uitlevering aan de Britse investeerder Apax. Samenwerking met een bekwame uitgever als Sauer is niet noodzakelijkerwijs een pact met de duivel, maar wel hard nodig om de NRC-titels weer een gezonde economische basis te geven. Dat is de beste waarborg voor de journalistieke autonomie, en de beste voedingsbodem voor dwarse, verrassende verhalen à la Rudy Kousbroek.

Joost Ramaer is freelance journalist en schrijver van De geldpers – de teloorgang van het mediaconcern PCM (2009).

Op nrc.nl/opinieblog meer artikelen en discussie over het vertrek van hoofdredacteur Birgit Donker en de verhouding redactie-eigenaar.