'Ik toon ze gewoon als de ploerten die ze zijn'

De Deense filmmaker Ole Bornedal brengt in ‘Deliver Us from Evil’ notabelen in conflict met racistisch tuig. ‘Een western met een sheriff en een lynchmeute, maar dan in Jutland.’

Het is een Deens, misschien wel Europees taboe, denkt regisseur Ole Bornedal (51). Racistisch tuig tonen zonder verklaring. „Dat mag niet. Als het geen nobele proletariërs zijn, moet je hun gedrag ten minste verklaren uit een nare jeugd. Kansloos, mishandeld en zo. Maar ik verklaar niets en toon ze gewoon als de ploerten die ze zijn.”

In Denemarken was zijn plattelandsthriller Deliver Us from Evil geen succes, elders in Europa doet hij goede zaken, zegt Bornedal. Zijn wraakepos draait om een getraumatiseerde Bosnische vluchteling die de dood van een vrouw in de schoenen geschoven krijgt; de welvarende advocaat Johannes neemt het voor hem op. „Het is zo’n western waarin de sheriff een veedief tegen een lynchmeute beschermt”, aldus Bornedal. „Maar dan in Jutland.”

Sam Peckingpah’s Strawdogs (1971), met zijn bloedige conflict van stad en platteland, geslaagden en achterblijvers, was geen bewuste inspiratiebron, zegt hij. „Ik wil niets specifieks over het platteland zeggen. Wel heeft het kwaad daar meer ruimte en frisse lucht dan in een driekamerflat in Kopenhagen of Amsterdam. Isolement, de politie is lang onderweg, niemand hoort je schreeuwen.”

In Deliver Us from Evil heeft de onderbuik het voor het zeggen. Een stupide, rancuneuze onderklasse onderwerpt zich na een moord niet langer aan hun redelijke notabelen: dokter, advocaat, politiechef. Bornedal: „Losers zonder zelfvertrouwen die een externe zondebok – moslims – zoeken om zichzelf superieur te voelen. Dat is het kwaad in onze maatschappij. Ik toon wat er gebeurt als die demon vrij baan krijgt.”

Bornedal vindt het gek dat immigratie zo weinig film oplevert. „De angst voor islam domineert al jaren de Deense politiek, denk aan de cartoonkwestie. We sluiten er de ogen niet voor zoals de Zweden, die alles onder het tapijt vegen uit angst voor conflicten. Wij hebben net zulke krankzinnige politici als uw Wilders. Die zijn nuttig om de zaken op de spits te drijven en het kwaad in ogen te zien. Onderdruk het en het komt des te harder boven.”

Maar Deense films lopen met een grote boog om politiek heen, zegt Bornedal. „Dat ligt aan onze traditie van intieme familieportretten. We beperken ons liever tot psychologie.” Zelf werkt Bornedal aan een komedie over een onberispelijke linkse burger met politiek correcte opinies, tot een tienkoppig Pakistaans gezin met geiten in de achtertuin zijn buurhuis koopt. „Een zeer voor de hand liggend onderwerp voor satire, ook in uw land, vermoed ik. Maar niemand in Europa maakt zulke films.”

Bornedal is een Einzelgänger in de Deense filmwereld. Hij maakt genrefilms en is naar eigen zeggen te expressief voor de Deense critici. „Ik heb niets met dat grauwe Scandinavische protestantse, mix mijn Bergman liefst met veel Fellini en Polanski.” Hij brak in 1994 internationaal door met de psychothriller Nightwatch, over een nachtwaker in een mortuarium. Daarna beging hij dezelfde fout als zijn Nederlandse collega George Sluizer na diens succes Spoorloos: hij liet zich door Hollywood verleiden tot een verwaterde remake.

„Ik heb mijn les geleerd”, zegt Bornedal. „Net als Haneke onlangs met Funny Games. Nooit iets overdoen. Film maken is een sensuele, bijna seksuele ervaring. Zoiets kopiëren is als na een geweldige nacht en een daverend orgasme zeggen: Jezus, dat was goed, dat doen we morgen precies zo.”