Eren en feesten, het liefst permanent

Na Koninginnedag werd de herdenking op de Dam verstoord. De dilemma’s van een land dat wil feesten.

Nederland krijgt allengs dubbelhartige trekjes. De natie wil steeds vaker en grootser herdenken of feesten. Maar de risico’s aanvaarden we niet graag. Als het fout gaat, zoals dinsdag bij de Nationale Dodenherdenking, ontstaat een crisisachtige toestand en duiken experts op om de ‘geschokte’ natie van advies te dienen.

In die gespletenheid weerspiegelt zich het zelfbeeld van Nederland. De natie afficheert zich als een kleine gemeenschap, die zo saamhorig is dat er veel vrijheid kan worden getolereerd. Ziedaar het geheim van Koninginnedag en Meidagen, luidt de verklaring als buitenlanders zich afvragen hoe de massa wordt gekanaliseerd.

Maar tegelijkertijd moet alles groter worden. Nederland presenteert zich nadrukkelijk als Evenementenland. In Rotterdam staan dit jaar 46 grootschalige evenementen op de rol, ongeveer één per week. Dankzij ons talent voor organisatie en improvisatie – kwaliteiten die horen bij een handelsmogendheid met een veertig jaar oud anti-autoritair verleden – weten de autoriteiten inmiddels het fijne van crowd control.

Dat is tevens de reden waarom Amsterdam zijn hand niet omdraait voor vier evenementen in tien dagen: de vrijmarkt van 30 april, de Dodenherdenking en het bevrijdingsfestival van 4 en 5 mei en de Giro d’Italia dit weekeinde. Als Ajax kampioen was geworden, waren het er vijf geweest.

Kern van een evenement is de massa. Als je er niet in hebt gestaan of in bent opgegaan, sta je buiten de publieke gebeurtenis. Zeker als de koningin voorgaat in het evenement. Dat verklaart waarom er tijdens de herdenking op de Dam meer dan twintigduizend mensen stonden. En niet op de ruim twintig andere plekken in de stad waar tezelfdertijd de oorlog wordt herdacht. Want de vorstin is het symbool van de eenheid op een evenement. Ze dwingt de saamhorigheid als het ware af door erbij te zijn. Althans, dat is de communis opinio. Maar die spreekt niet meer vanzelf, al trekt de koningin geen republikeinse of politieke tegenstand aan.

Vervolg Herdenking: pagina 3

De koffer mocht op de Dam!

De laatste grote politieke ordeverstoring dateert van 30 april 1980. De koningin lijkt tegenwoordig eerder eenlingen als ‘gevaarlijke gekken’ te mobiliseren. In een jaar tijd hebben twee koninklijke evenementen een katalyserend effect gehad op het syndroom van Herostratos, de man die in 356 voor Christus een tempel in brand stak uit zucht naar eeuwige roem.

In Apeldoorn reed Karst T. vorig jaar op Koninginnedag met zijn autootje in op de koninklijke stoet en het publiek. Hij reed zichzelf te pletter, zodat zijn motieven onbekend bleven. Mogelijk was T. vervuld van ressentiment jegens het gezag dat hem nooit had zien staan. Dit jaar schreeuwde zwerver Adam, die door zijn kleding ook ‘Rabbijn’ wordt genoemd, dwars door de twee minuten stilte om aandacht. Hij zou op een bankje op het Spui zijn verjaagd door een makelaarskantoor, waarna hij luidkeels aankondigde dat hij op de Dam verhaal zou gaan halen.

Een kleine gemeenschap, wat Nederland nog zo graag wil zijn, weet meestal wel raad met dit soort ‘dorpsgekken’. Ze worden met zachte hand bij de notabelen verwijderd of, als het niet langer gaat, opgesloten in een inrichting. De ceremoniemeester op de Dam die zei dat er iemand „onwel” was geworden, leeft in dat kleine land.

De massamaatschappij die Nederland feitelijk is, laat zich daarentegen uit het lood slaan.

De NOS nam daarin het voortouw. Het Journaal zond ’s avonds een inderhaast georganiseerde persconferentie van de driehoek in Amsterdam rechtstreeks uit. De verslaggever stelde zeer verontrustende vragen aan hoofdcommissaris Welten. Ze noemde de schreeuwende zwerver een „meervoudig misdadiger” en verbaasde zich er over dat er iemand met een „koffer” bij de Dam had kunnen komen. Een koffer? Het moest niet gekker worden. Of de plechtigheid voortaan niet met scanpoortjes moest worden beschermd. Anders dan crisis-theoreticus en senator Uri Rosenthal, die meteen pleitte voor scherpere controles, vond Welten de vragen van de NOS „prematuur”. Hij wilde zich niet gek laten maken.

Maar eigenlijk liet ook de korpschef zich gek maken. De veiligheidsmaatregelen bij het Bevrijdingsconcert op de Amstel, waar de koningin ook te gast is, waren gisteravond alweer strenger dan vorig jaar. Niet alleen was de Magere Brug afgesloten, waarmee het evenement zijn charme verliest, maar ook de bewoners langs de wallenkant was te verstaan gegeven dat ze niet op hun balkon of in een open raam mochten staan.

Ook dit concert, in 1995 begonnen als klein feest, bezwijkt onder het grootse ‘evenementisme’.