Doelmatige defensie

Door inefficiency zet de NAVO de levens van haar eigen militairen op het spel. Deze alarmerende stelling was vorige week op te tekenen uit de mond van de secretaris-generaal van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, de Deen Anders Fogh Rasmussen.

Als voorbeeld noemde Rasmussen de situatie in de Afghaanse provincie Helmand waar de NAVO-commandant vier verschillende radio’s moet gebruiken om met vier verschillende nationale contingenten te kunnen communiceren. Via verschillende satellietsystemen volgen landen wel waar hun eigen troepen zich bevinden, maar niet die van hun bondgenoten – een ander voorbeeld van riskante ondoelmatigheid dat de NAVO-chef noemde. En dat uitgerekend in Afghanistan, waarin het militaire bondgenootschap aan de grootste operatie uit zijn geschiedenis bezig is.

Rasmussen sprak bij het Belgische Koninklijke Hoge Instituut voor Defensie in Brussel, waar hij eraan herinnerde dat de NAVO in november haar nieuwe strategische concept zal presenteren. Met enige gretigheid citeerde hij de nationale veiligheidsadviseur van de Verenigde Staten, generaal b.d. Jim Jones: „Een visie zonder middelen is een hallucinatie.”

Want behalve om de veiligheid van militairen, de ondoelmatigheid bij operaties en de onnodige risico’s ging het Rasmussen ook hierom: geld. En vooral om de verspilling daarvan. Ook al omdat hij de bui ziet hangen: ten gevolge van de economische en financiële crisis waarmee de 28 lidstaten van de NAVO worden geconfronteerd, zit een verhoging van de defensiebudgetten er niet in. Het zou al heel wat zijn als ze niet door bezuinigingen werden getroffen. Dus komt het eropaan de financiële middelen voor defensie waarover de lidstaten wel beschikken, zo doelmatig en effectief mogelijk te benutten.

Er zijn te veel aanwijzingen dat dit lang niet altijd gebeurt, en dat deugt trouwens ook niet in tijden zonder crisis. Nationale industriepolitieke overwegingen spelen te vaak een rol bij de aanschaf van defensiematerieel, ten koste van een logische taakverdeling die een bondgenootschap als de NAVO erop zou moeten nahouden.

Rasmussen is er bijvoorbeeld van overtuigd dat de lidstaten over meer tanks en straaljagers beschikken dan ze in de toekomst nodig hebben. Dat geld kan dus beter worden besteed. Zestien scheepswerven in Europa en twaalf fabrikanten van pantservoertuigen zijn andere voorbeelden van het scheppen van overcapaciteit, die misschien wel de werkgelegenheid bevordert, maar niet een doelmatig defensiebeleid.

Defensieministers die menen dat hun werkterrein bij lopende of komende bezuinigingen moet worden ontzien, doen er dus wijs aan een einde te maken aan deze fragmentatie. Een bondgenootschap vraagt per definitie om coördinatie, dus ook bij de aanschaf van materieel. Als de nieuwe NAVO-strategie straks het voortbestaan van de alliantie rechtvaardigt, is tegelijkertijd een rationalisatie bij de financiële bestedingen gewenst.