De poenruimers uit Frankfurt

De Amerikaanse president Obama erfde een huizenhoog begrotingstekort van George W. Bush. De Griekse premier Papandreou draagt de schuld van de vorige regering op zijn schouders. Wie er ook Britse premier mocht worden na de verkiezingen vandaag in het Verenigd Koninkrijk, wordt verantwoordelijk voor een begrotingstekort van maar liefst 12 procent van het bruto binnenlands product. Het is een wreed lot. De schuld geven aan je voorganger, hoe terecht ook, kan maar even. Na verloop van tijd wordt het gewoon jouw probleem.

Dat geldt straks ook voor de nieuwe president van de Europese Centrale Bank. De huidige topman, Jean-Claude Trichet, zal over een jaar afscheid nemen. Zijn opvolger erft een enorm probleem. De ECB liet deze week weten tot ‘junk’ afgewaardeerde Griekse staatsschuld nog steeds als onderpand te zullen accepteren van banken, die de overheidsobligaties inbrengen in ruil voor geld. Dat is op zijn minst opmerkelijk.

Centrale banken, zeker ook die van de Verenigde Staten, accepteerden tijdens de kredietcrisis al veel rotzooi als onderpand om de banken tijdelijk te verlossen van hun wankelende beleggingen. Nu komt daar wrakke staatsschuld bij, want alle zeilen moeten worden bijgezet om een schuldencrisis te voorkomen. En alle problemen komen op de balans van de ECB, de hoedster van de sterke euro.

Dit probleem is in wezen al wat ouder. Banken in het eurosysteem kochten al staatsschuld, omdat die veilig was en relatief veel rente opbracht – en omdat er voor de rest weinig uit te lenen viel tijdens de recessie. De ECB accepteerde dit als onderpand, in ruil voor geld. Waarvan de banken nog meer staatsschuld kochten, enzovoort. Deze geldschepping op grote schaal komt in wezen neer op het indirect voorschieten van de overheidstekorten van veel eurolanden. Dat heet monetaire financiering, en was tot een jaar of drie geleden een vies woord onder centralebankiers.

De ECB zit dus al tot over haar oren in het Europese schuldenprobleem. Dat draagt bij tot het verder opblazen van de balans van de centrale bank. In april 2006 bedroeg het balanstotaal van de ECB 1.084 miljard euro. Een jaar later was dat 1.164 miljard. In 2008 groeide het tot 1.405 miljard, in april 2009 tot 1.823 miljard en de jongste weekstaat het formidabele bedrag van 1.956 miljard. Het breken van de grens van 2.000 miljard euro lijkt een kwestie van weken.

Ergens zijn de afgelopen vier jaar 900 miljard euro’s in het leven geroepen – zo’n 3.000 stuks per inwoner van een euroland. En het einde is nog lang niet in zicht.

Maarten Schinkel