De hortensia is een Japanner

Philipp Franz von Siebold haalde exotische planten met scheepsladingen tegelijk naar Nederland. Zijn voormalige woonhuis in Leiden stelt botanische tekeningen ervan tentoon.

Hosta en hortensia, blauwe regen en azalea komen oorspronkelijk uit Japan. Hun ‘ontdekker’ was de van oorsprong Duitse arts Philipp Franz von Siebold, die in de loop van de negentiende eeuw maar liefst 700 verschillende plantensoorten uit Japan in Europa introduceerde. Zoals de Japanse iep, de Japanse esdoorn, de Japanse kwee, de Japanse anemoon, met hele scheepsladingen tegelijk.

Tot en met 13 juni toont het SieboldHuis in Leiden botanische tekeningen van diverse Siebold-planten, als eerbetoon aan deze bevlogen onderzoeker die van grote betekenis was voor de horticultuur, maar vrijwel vergeten is. Het SieboldHuis (museum en Japan-centrum) is gevestigd in Von Siebolds voormalige woonhuis aan het Rapenburg.

In de Leidse Hortus is een speciale Sieboldtuin in Japanse stijl. „Van de circa dertig plantensoorten die hij persoonlijk in de Leidse hortus plantte, zijn er na bijna twee eeuwen nog vijftien over”, vertelt Carla Teune van de Leidse Hortus. „Die worden hier speciaal vertroeteld.” Veel van die planten staan nu in bloei. Er zijn nieuwe tekeningen en aquarellen van gemaakt door leden van de Nederlandse Vereniging van Botanisch Kunstenaars. Op de expositie ‘Siebolds Bloementuin’ zijn ook historische prenten te zien van de Japanse kunstenaar Keiga, de botanisch tekenaar van Von Siebold. Die zijn heel anders van stijl, veel vlakker, zonder perspectief of schaduwwerking.

„Als botanisch kunstenaar probeer je in de eerste plaats om zo’n plant zo karakteristiek mogelijk af te beelden”, zegt Anita Walsmit Sachs. „Een botanische tekening moet alle kenmerken laten zien waaraan een bioloog de plant kan herkennen.” Kenmerkend voor de Japanse esdoorn zijn de ragfijne twijgjes, die roder van kleur zijn naarmate ze jonger zijn. „Maar je wilt ook een artistieke compositie maken”, zegt Anita Walsmit Sachs. „In de beperking toont zich de meester – het is een uitdaging om alle wetenschappelijke kenmerken te laten zien en er toch iets moois van te maken.” De sierlijke Japanse esdoorn doet haar denken aan een waterval. „Hij heeft nog altijd iets exotisch. Andere planten, zoals de hortensia, zijn helemaal ingeburgerd. Daarbij denkt niemand meer aan Japan.”

Von Siebold moet een zeer bijzonder mens zijn geweest. „Hij was de eerste die de westerse geneeskunst in Japan introduceerde”, vertelt Carla Teune. „Van 1823 tot 1829 was hij arts op Deshima, de Nederlandse handelsnederzetting bij Nagasaki. In die tijd richtte hij zich met een ongekende passie op het beschrijven en verzamelen van alles wat hij maar tegenkwam. Hij maakte een grondige studie van de Japanse flora en fauna, maar verzamelde ook tal van kunstvoorwerpen. Hij verzamelde planten en zaden, herbaria, planten op sterk water, zo’n 12.000 aan planten gerelateerde voorwerpen in totaal.”

Toen hij in bezit kwam van een zeer gedetailleerde kaart van Japan, werd Von Siebold uitgewezen op verdenking van spionage. In 1832 kocht hij het huis op Rapenburg 19 waar hij tien jaar zou wonen. Nederlanders op het Japanse eiland bleven de onderzoeker planten en zaden sturen. In 1840 kocht Von Siebold een stuk grond bij Leiderdorp, waar hij zijn landgoed Deshima stichtte. Hij bouwde er een kas en in 1842 ging hij er wonen. De verkoop van de exotische planten was een welkome bron van inkomsten. Maar Von Siebold vertilde zich aan de uitgave van een kostbare Japanse Flora, waaraan hij bankroet ging. Hij moest uit geldnood veel van zijn verzamelingen verkopen. Van 1859 tot 1862 maakte hij een tweede reis door Japan en verzamelde veel nieuw materiaal. In 1866 stierf hij in München aan tyfus.

Op zondag 9 en 16 mei geeft Carla Teune in de Hortus een rondleiding langs de planten die Von Siebold meebracht naar Leiden.