Corporatie in klem van Brussel

‘Brussel’ pakt Nederlandse woningcorporaties aan: ze moeten veel meer verhuren aan mensen met lage inkomens. De corporaties verzetten zich.

De 31-jarige Corné is vrachtwagenchauffeur. Met zijn vriendin probeerde hij vorig jaar een woning te kopen in de Brabantse gemeente Aalburg. Tevergeefs. Zijn jaarinkomen, zo’n 43.000 euro, vond de bank niet genoeg, zegt Corné, die zijn achternaam niet in de krant wil.

Eerdere ervaringen met particulier huren waren onbevredigend: te duur, en na een tijdje moesten ze het huis weer uit. Het enige alternatief: een woning van de corporatie.

Corné mag zich gelukkig prijzen. Als het aan het kabinet ligt, wordt voortaan 90 procent van alle vrijkomende sociale huurwoningen toebedeeld aan mensen met een jaarinkomen tot 33.000 euro. In die nieuwe situatie was Corné buiten de boot gevallen.

De regeling is het resultaat van afspraken die oud-minister Van der Laan (Wonen, PvdA) vorig jaar maakte met de Europese Commissie [kader]. Van der Laan presenteerde de EU-beschikking in oktober in de Tweede Kamer als een mooi onderhandelingsresultaat.

Maar de corporaties vinden het helemaal niet mooi. Negen ervan besloten deze week naar het Europese Hof van Justitie te stappen. Ze worden gesteund door 124 branchegenoten, hun vereniging Aedes, huurdersvereniging de Nederlandse Woonbond en zorgondernemersvereniging Actiz. Allemaal vrezen ze dat de lagere middeninkomens de dupe worden van de nieuwe regeling.

Marc Calon, voorzitter van Aedes: „Die komen niet meer in aanmerking voor een sociale huurwoning, terwijl ze op de vrije markt ook nauwelijks aan de bak komen.” Vooral in populaire woongebieden is dat een probleem. „In Oost-Groningen kan je met een salaris van 33.000 euro nog wel een huis kopen. Maar in de Randstad of Brabant is dat natuurlijk een heel ander verhaal”, zegt Calon.

De groep met inkomens tussen 33.000 en 45.000 euro komt in de knel, vreest ook Peter Boelhouwer, hoogleraar volkshuisvesting aan de TU Delft. „Op de particuliere markt moeten deze mensen huren van 800 tot 900 euro betalen. Met een inkomen van 1.600 tot 1.700 euro netto per maand is dat een fors bedrag.” De corporaties schatten dat circa een half miljoen huishoudens worden getroffen door het vernieuwde regime.

Volgens Boelhouwer is de nieuwe manier van toewijzen ook slecht voor de samenstelling van wijken. Lagere middeninkomens kunnen straks nauwelijks meer wonen in achterstandswijken, terwijl het kabinet juist in die wijken een meer gemêleerde bevolkingssamenstelling nastreeft.

Ria Koppen-Kreyne, directeur bedrijfsvoering van Haag Wonen, een van de negen corporaties die naar het Europees Hof is gestapt, wijst erop dat de EU-regeling niet alleen een probleem vormt in gebieden met een overspannen woningmarkt: „In plattelandsgemeenten zijn corporaties vaak de enige verhurende partij. Jongeren die geen corporatiewoning kunnen krijgen, zien zich gedwongen naar de stad te trekken.”

Volgens de Europese beschikking mogen corporaties bij „uitzonderlijke omstandigheden” op een regionale woningmarkt tijdelijk 80 in plaats van 90 procent toewijzen aan inkomens tot 33.000 euro. In andere regio’s moeten corporaties dan wel meer dan 90 procent van de sociale huurwoningen toewijzen aan inkomens tot 33.000 euro, om het gemiddelde op 90 procent te houden.

Voor de corporaties is dit volstrekt onvoldoende. Volgens het eind maart gepresenteerde Woononderzoek van het ministerie van Volkshuisvesting (VROM) werd de afgelopen twee jaar 76 procent van alle woningen toegewezen aan inkomens tot 33.000 euro, ruim onder de nieuwe eis. Overigens stelt het ministerie dat uit andere cijfers blijkt dat ook nu al circa 90 procent wordt toegewezen aan inkomens tot 33.000 euro.

Tot de corporaties die niet naar de Europese rechter stappen behoort De Alliantie, in grootte de derde woningscorporatie van Nedreland. „Een heilloze weg”, zegt directievoorzitter Jim Schuyt. „Zo’n procedure duurt jaren, terwijl de nieuwe regels intussen gewoon van kracht worden.” Hij wil dat corporaties voor lagere middeninkomens meer ‘middeldure’ huurwoningen bouwen, met goedkoop geleend geld. Daarmee duikt echter onmiddellijk het probleem van de staatssteun weer op.

Na de verkiezingen moet de nieuwe Tweede Kamer instemmen met de EU-beschikking. Omdat er weinig mogelijkheden lijken die verder op te rekken, verwacht hoogleraar Boelhouwer dat de Kamer de nieuwe spelregels zal goedkeuren.

De corporaties probeerden vorige week in een gesprek met de demissionaire VROM-minister Eimert van Middelkoop (ChristenUnie) de grens van 33.000 euro nog te verhogen tot 38.000. Tevergeefs. Volgens Marc Calon probeert het kabinet Brussel de schuld te geven. Hij noemt dat „dikke kletspraat. De politiek heeft zélf die keuze voor 33.000 euro gemaakt. 38.000 had Brussel ook wel goed gevonden.”

Een woordvoerder van VROM noemt de grens van 33.000 het resultaat van intensieve onderhandelingen. „Nederland moest aangeven wat het redelijk vond en dat was 33.000 euro. Daar staat tegenover dat corporaties 90 in plaats van 100 procent mogen toewijzen aan de laagste inkomens, zodat ze speling overhouden. Dat was voor ons belangrijk. En regionale verschillen worden toegestaan – ook dat is van belang. Dit is een ontzettend goed onderhandelingsresultaat.”

De discussie is niet meer van belang voor chauffeur Corné uit Aalburg. Hij woont tot volle tevredenheid in zijn sociale huurwoning. Maar hij vreest voor toekomstige huurders met een laag middeninkomen: „Die hebben straks een megaprobleem.”