Boze Grieken berusten in lot

De meeste Grieken blijven boos over bezuinigingen, maar leggen zich bij de realiteit neer.

De rolluiken van bankfilialen in Athene blijven vandaag naar beneden, sommige gekreukeld door het geweld van de vorige dag. Terwijl het openbaar vervoer weer op gang komt, de taxi’s weer rijden en ambtenaren weer op kantoor zitten, is het nu de beurt aan bankmedewerkers om hun woede te tonen door hun werk neer te leggen.

Drie medewerkers van een filiaal van de Marfin Popular Bank in het centrum stikten gisteren in de rook en gassen die het gebouw doortrokken, nadat betogers er een molotovcocktail in hadden gegooid. De twee vrouwen en een man zijn de eerste dodelijke slachtoffers van de frustratie in Griekenland over de ingrijpende bezuinigingen die worden doorgevoerd. Gisteren gingen tienduizenden mensen de straat op voor de grootste betoging sinds het begin van de Griekse schuldencrisis in december 2009.

„Een demonstratie is één ding, moord iets heel anders”, bulderde premier George Papandreou in het parlement, waar werd gesproken over het omstreden bezuinigingspakket dat Griekenland moet doorvoeren in ruil voor een noodlening van 110 miljard euro van het IMF en de eurolanden. Vrijwel de gehele oppositie lijkt van plan tegen te stemmen, maar kan daarmee de benodigde noodwet niet tegenhouden. Het parlement is tot op het bot verdeeld over de bezuinigingen. Voor de drie doden hield het gisteren een minuut stilte.

Hoewel de opkomst bij de demonstraties hoog was, duidde alles op een routineuze betoging. De bevolking moet stoom afblazen, zeiden analisten. De hoge opkomst was deels te danken aan het feit dat de metro’s dit keer midden op de dag juist wel reden, om zoveel mogelijk mensen in staat te stellen naar het centrum te gaan. De meerderheid van de Grieken blijkt weliswaar kwaad over de politieke keuzes, maar legt zich ook bij de realiteit neer.

Vervolg Griekenland: pagina 17

Dode stakers ‘bedrijfsongeval’

Als woensdagmiddag het nieuws doordringt dat slachtoffers zijn gevallen verandert onmiddellijk de sfeer in de stad. De massaal aanwezige politie blokkeert straten en verricht arrestaties. De tot dan toe stakende Griekse media hervatten hun uitzendingen, die in veel cafés te zien zijn. In het centrum hangt een doordringende prikkende lucht van traangas en rook. Op metrostation Syntagma in het hart van stad zakken de hekken voor de ingang naar beneden. De laatste passagiers die het wagen richting onrust te gaan duiken er nog net onder door.

Ze komen terecht op een verlaten slagveld voor het parlement. Vuilnisbakken roken, oproerpolitie met witte helmen en doorzichtige schilden vormt lange rijen langs pleinen en straten, waar nog plukjes betogers zwerven. Af en toe begint opeens iemand te rennen, omdat een confrontatie tussen demonstranten en politie op handen lijkt.

„Het maakt me kwaad dat dit allemaal zo doelloos is”, zegt politicoloog Vasiliki Petsa, terwijl ze door het versplinterde glas van winkelruiten stapt. Ze had een afspraak in de stad, maar het lijkt uitgesloten dat die nu nog doorgaat. „Net als tijdens de wekenlange rellen in december 2008. Het is geen revolutie, gewoon vernielingen en een spel om geld.”

De overgebleven betogers, meest zwart geklede jongeren, zijn druk aan het bellen en proberen te bepalen welke kant ze optrekken. Het bericht over de drie doden is een leugen om ons in een kwaad daglicht te stellen, vertellen ze elkaar. Yannis Trantos, een 20-jarige student medicijnen met een rode vlag in zijn hand, heeft gehoord dat er alleen licht gewonden zijn gevallen. De dodelijke slachtoffers bij de Marfin bank twee straten verderop zijn „geruchten om de mensen bang te maken”.

Het komt voortdurend tot woordenwisselingen tussen omstanders en kwade rellenpolitie. Immigranten uit Pakistan en Afghanistan lopen overal tussendoor met plastic tassen aan hun arm en verkopen halve liters water.

Vakbonden en gematigde demonstranten maken zich ’s middags schielijk uit de voeten, bang dat de slachtoffers hun worden aangerekend. Winkels en restaurants zijn gesloten, stilte overheerst. De straten zijn voor toeristen en immigranten. De eerste groep hangt wat verloren op de terrassen, de tweede eromheen. Zoals na iedere grote demonstratie veegt de stadsreiniging het glas van de winkelruiten en bushokjes bijeen en worden de losgebeukte brokken gevelmarmer geraapt.

Openlijk rouwbetoon ontbrak gisteravond nog volledig, maar kwam vanmorgen langzaam op gang. Voor het bankgebouw werden bloemen gelegd. Een woordvoerder van de ambtenarenbond ADEDY verklaarde de doden te betreuren, maar zegt ook dat de protesten doorgaan. Vanavond om zes uur is de volgende gepland.

De anders zo welbespraakte massa van linkse splintergroeperingen lijkt de doden als een bedrijfsongeval te beschouwen. Betreurenswaardige slachtoffers in de voortdurende botsing tussen het kapitalisme en hun voorstelling van een ideale samenleving. De drie bankmedewerkers moesten op kantoor blijven van hun baas, is de overtuiging van een veertiger die in de studentenwijk buiten een café staat te discussiëren. „Zo is kapitalisme.” Een baas met zijn hart op de juiste plaats zou ze vrij hebben gegeven, „want iedereen weet dat banken en luxe winkels worden aangevallen.”

Die tot nu toe geaccepteerde manier van redeneren lijkt er bij de massa inmiddels niet meer in te gaan. In de pers verschijnen anonieme verklaringen van politie en brandweer dat ze meer levens hadden kunnen redden, als ze niet waren gehinderd om bij de brand te komen door agressieve demonstranten. De harde kern van anarchisten wordt er in de ochtendbladen van beschuldigd het vreedzaam protest van gewone burgers te hebben misbruikt en de Griekse democratie geweld aan te doen.

Politici buitelen over elkaar heen met grote woorden. President Karolos Papoulias doet een dramatisch geformuleerde oproep tot sociale samenhang. „Het land staat aan de rand van de afgrond, laat het er niet in vallen.” Volgens de minister van Burgerbescherming Michalis Chryssohoidis is het enige antwoord op het „willekeurige geweld” van groepen die vreedzame demonstraties misbruiken om chaos te zaaien hun „permanente marginalisering”.