150 onsamenhangende minuten film in 'Baarìa'

Baarìa Regie: Giuseppe Tornatore. Met: Francesco Scianna, Margareth Madè, Ángela Molina. In: 9 bioscopen.**

Sinds Cinema Paradiso is regisseur Giuseppe Tornatore een soort handelsmerk geworden voor nostalgische feelgoodfilms die de gezellige glorie van het Italiaanse verleden bezingen. Met zijn nieuwste film, het semiautobiografische Baarìa, waren zijn ambities groter. Niet alleen wilde hij de geschiedenis van zijn Siciliaanse geboortedorpje Bagheria vertellen, ook moest het à la Bernardo Bertolucci’s Novecento een epos worden over de strijd tussen communisten en fascisten, over droom en desillusie en natuurlijk over de liefde en het verval van families. Geen wonder dat hij er wel 150 minuten voor nodig had. Helaas werden dat 150 even flamboyante (want kosten nog moeite werden gespaard om het voorstadje van Palermo in Tunesië na te bouwen) als onsamenhangende minuten. Spil van de gebeurtenissen is boerenzoon Peppino Terrenuova die met zijn jeugdliefde Mannina een gezin sticht en als lid van de communistische partij vaak met gewichtige idealistische zaken bezig is, terwijl zij oorlogen, crises en corruptie moet overleven. Op het scherm vliegt de tijd voorbij, maar in de bioscoopzaal lijkt het allemaal steeds langer te duren. De politiek-historische dimensie van de film verzandt in een soort gelegenheidsengagement, met als hoogtepunt de strijd van de boeren tegen de maffiosi in westernstijl. Soms is alles zo goudgeel belicht dat de hoofdpersonen wel opzetpoppen lijken in een historische kijkdoos. Poppetje gezien. Kastje dicht.