Vier jaar cel voor uitbuiting

De rechtbank in Den Haag heeft de 46-jarige Hagenaar Eersat P. gisteren veroordeeld voor mensenhandel omdat hij illegale kroepoekbakkers heeft uitgebuit. Hij kreeg vier jaar cel, een jaar meer dan geëist. De rechtbank had het in haar vonnis over „schaamteloze uitbuiting” en „moderne slavernij”.

Drie andere verdachten werden veroordeeld tot gevangenisstraffen van zes tot twaalf maanden.

Organisaties die mensenhandel bestrijden, spreken van een doorbraak. Volgens hen maakt de uitspraak de aanpak van uitbuiting buiten de seksindustrie eenvoudiger. Die vorm van mensenhandel is in Nederland sinds vijf jaar strafbaar, maar dit heeft slechts tot enkele veroordelingen geleid.

Tot nog toe wisten rechters niet goed raad met uitbuiting buiten de seksindustrie, bijvoorbeeld in horeca en land- en tuinbouw. Onduidelijk bleek de grens tussen uitbuiting en slecht werkgeverschap. Ze veroordeelden alleen als tegen slachtoffers fysiek geweld was gebruikt. De Hoge Raad, het hoogste rechtscollege in Nederland, bepaalde vorig jaar dat ook bij misbruik van een afhankelijke positie sprake is van uitbuiting.

In de zaak waarin de Haagse rechtbank gisteren uitspraak deed, werden werkwilligen uit Indonesië gehaald, vaak met mooie beloften. In Nederland werden ze onder primitieve omstandigheden aan het werk gezet. Minimaal tien uur per dag moesten ze frituren en verpakken, vrijwel zonder pauze. Ze verdienden 25 euro per dag en mochten niet meer dan acht dagen per maand werken, om hen afhankelijk te houden. Van de maandelijkse verdiensten moesten ze 125 euro afdragen voor onderdak.

De zaak kwam aan het licht na tips van buurtbewoners. Bij een inval in een woonhuis in Den Haag, eind juli, stuitten inspecteurs op elf illegalen die sliepen en werkten tussen de kakkerlakken. Later vonden ze bij huiszoekingen in Rotterdam en Gouda nog eens dertien illegale kroepoekbakkers.