Piano

We hadden in de oorlog vier Joodse onderduikers. Een van hen, een jonge vrouw, speelde goed piano. De Mondscheinsonate enzo.

Maar achter de piano woonden NSB’ers, die ons nooit behoorlijk hadden horen spelen. Gelukkig was de piano een pianola. Die speelden wij dan af. En net zoals ‘Anja’ af en toe ophield en opnieuw begon, deden wij dat met de pianolarollen. Mochten de buren verdenking krijgen, dan viel dat goed uit te leggen. Na de oorlog vroeg de buurvrouw of ik bij haar de Mondscheinsonate wilde komen spelen. Ik zei dat ik die zó had doodgespeeld, dat die nu mijn neus uitkwam.

Charles Boissevain